Julia van den Muijsenberg en Jan Vriens, Amnesty's Ambassadeurs van het Jaar 2018

‘Het belangrijkste is je eigen affiniteit met Amnesty’

Julia van den Muijsenberg en Jan Vriens werven op straat nieuwe leden voor Amnesty International. In 2018 hadden ze er een belangrijke taak bij: ze waren Amnesty’s ‘Ambassadeurs van het Jaar’.

‘Je krijgt veel positieve reacties als straatwerver voor Amnesty’, zegt Jan Vriens. ‘Natuurlijk heeft niet iedereen er zin in. Maar het pept je snel weer op als iemand erin meegaat en het fantastisch vindt wat je vertelt.’

Samen met Julia van den Muijsenberg was Jan dit jaar Ambassadeur van het Jaar voor Amnesty International. Binnen hun wervingsbureau Direct Result gaven Jan en Julia in 2018 trainingen over Amnesty aan de andere straatwervers en op verschillende festivals coördineerden ze Amnesty’s wervingsteam. Ze gingen op studiebezoek bij Amnesty Denemarken en met de afdeling Marketing van Amnesty Nederland brainstormden ze over ‘de typische Amnesty-persona’.

Hoe zijn jullie Ambassadeur van het Jaar geworden?

Jan: ‘Je doorloopt een heel proces. Eerst wordt bekeken wie de succesvolste Amnesty-wervers zijn: wie brengen de meeste nieuwe leden binnen? Die mensen schrijven een motivatiebrief en vier van hen gaan op gesprek bij Amnesty-directeur Eduard Nazarski. Hij kiest de winnaars.’

Waarom denk je dat jullie het werden?

Julia: ‘Waarschijnlijk vanwege onze betrokkenheid bij Amnesty. Ik kwam al vaak bij Amnesty op kantoor voor trainingen en informatiemiddagen. En ik doe al vanaf het begin mee met de Schrijfmarathon, zelfs 24 uur aan één stuk door toen dat nog werd gedaan. [In 2018 heette deze actie op 10 december Write for Rights, red.] Dat soort betrokkenheid maakt je tot een goede Amnesty-werver. Want het is best een complex verhaal dat je moet vertellen.’

Jan: ‘En dan ook nog in korte tijd. Mensen hebben geen twintig minuten maar hooguit één of twee.’

Julia: ‘In die tijd moet je het Amnesty-gevoel overbrengen. En dat lukt niet als je dat gevoel zelf niet hebt.’

Wat is het Amnesty-gevoel?

Jan: ‘Voor mij komt het erop neer dat ik bij Amnesty veel verder kan kijken dan bij andere goede doelen. Amnesty heeft natuurlijk ook doelen op korte termijn: je voert actie voor iemand die nú vrij moet komen. Maar ze werken ook voor een betere wereld over vijftig jaar.’

Julia: ‘Bij Amnesty kunnen mensen hun gevoel van onmacht omzetten in iets positiefs. Je kunt handelen, het is tastbaar en concreet. En je houdt je bezig met de kern: de mensenrechten bieden oplossingen voor de onderliggende problemen en niet alleen voor de symptomen.’

Hoe is jullie aanpak op straat? Waarmee probeer je mensen over te halen voor Amnesty te kiezen?

Julia: ‘Voor mij is de hoofdboodschap: Amnesty-acties geven hoop. Ze bewijzen dat je autoriteiten kunt aanpakken. Ik vertel mensen bijvoorbeeld vaak over Teodora del Carmen uit El Salvador. Die was tot 30 jaar cel veroordeeld wegens “moord” nadat haar baby doodgeboren werd. Zij kwam dit jaar vrij en ze vertelde haar verhaal in december op het Amnesty-kantoor. Dan besef je weer: het is echt, en het heeft effect. Toen ik dat verhaal voor het eerst op straat vertelde, zat ze namelijk nog vast.’

Jan: ‘Het verschilt enorm waarmee je mensen meekrijgt. Sommige mensen zijn vatbaar voor feiten en cijfers, anderen worden geraakt doordat ze zich herinneren dat hun moeder vroeger ook brieven schreef voor Amnesty. Ik spreek ook wel mensen die Amnesty nog niet kennen en echt schrikken van hoe slecht de situatie in sommige landen is.’

Julia: ‘Het belangrijkste is je eigen affiniteit met Amnesty. Als je uitstraalt dat je het meent en niet een ingestudeerd verhaaltje opdreunt, dan krijg je dat terug.’

Jan: ‘En je moet je ook niet uit het veld laten slaan door een paar keer “Nee”. Als je dat laat gebeuren zegt vervolgens iedereen nee. Ik krijg energie van leuke reacties. Als ik één positief gesprek heb, heb ik vervolgens drie uur lang leuke gesprekken.’