Floor Beuming
© Amnesty International (foto: Karen Veldkamp)

Jaarverslag 2016

‘Je blijft altijd hoop houden’

Floor Beuming over het belang van Amnesty’s acties.

Amnesty voert vanaf haar oprichting actie voor individuen van wie de mensenrechten worden geschonden. Hoe ervaren deze mensen die acties zelf? En is het niet frustrerend dat de ene zaak veel meer aandacht krijgt van media en publiek dan de andere? Floor Beuming, senior medewerker Mensenrechtenprojecten van Amnesty Nederland: ‘Wij horen vaak dat mensen door de acties de kracht vonden hun gevangenschap te dragen.’

Hoe belangrijk zijn de acties voor individuen binnen het werk van Amnesty?

‘Ontzettend belangrijk. Allereerst voor die mensen persoonlijk. In de gevangenis hebben ze weinig contact met de buitenwereld. Als ze dan horen dat er internationaal actie voor ze wordt gevoerd, dat er brieven worden geschreven naar de autoriteiten, dan sterkt ze dat enorm. Wij horen vaak dat ze daardoor de kracht vonden de last van hun gevangenschap te dragen.
Daarnaast wordt via die acties de naam van het individu bekend op hoger niveau. Dat vergroot de kans dat er vervolgens iets verandert. Het is overigens altijd moeilijk te zeggen waar dat dan precies door komt. Maar neem een zaak als die van Raif Badawi, de Saudische blogger. Hij was veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf en duizend stokslagen. Na de eerste serie van vijftig stokslagen kwam er heel veel boosheid en internationale aandacht los. Dat was in januari 2015, en sindsdien zijn er geen stokslagen meer geweest. Ik denk dat je wel kunt zeggen dat dat komt door al die aandacht. Het zorgde voor zoveel schaamte en reputatieschade, dat Saudi-Arabië het niet verder wilde riskeren.’

Hoe weten mensen dat Amnesty voor ze in actie komt?

‘We vragen altijd van te voren toestemming. Aan de persoon zelf of, als we geen contact kunnen krijgen, aan de advocaat of familie. Gevangenen krijgen het ook weleens te horen via bewakers: “Je bent blijkbaar belangrijk: er komen allemaal brieven over je binnen.” Soms willen gevangenen niet dat we actievoeren. Dan wordt er bijvoorbeeld gedreigd en hebben ze de hoop dat ze een deal kunnen maken als ze zich gedeisd houden. Het gebeurt ook wel dat we van een advocaat horen: stop maar even met actievoeren, want er zijn gesprekken. In Iraanse doodstrafzaken heb je bijvoorbeeld op een gegeven moment het punt waarop de familie van het slachtoffer vergiffenis kan schenken aan de dader. Dan wordt er weleens gezegd: nu even geen actie.’

Je schreef dit jaar een blog op de Amnesty-site over hoe dubbel het is dat je soms voor de ene zaak veel meer aandacht krijgt dan voor de andere. Je haalde het voorbeeld aan van Raif Badawi.

‘Die zaak is natuurlijk heel mediageniek. De aandacht kwam bijna vanzelf. Raif heeft een vrouw die inmiddels in Canada woont en makkelijk naar buiten treedt, er is beeldmateriaal van hun kinderen, hun zoontje heeft een brief aan Raif geschreven die publiek werd gemaakt. Daardoor kunnen mensen zich met hem identificeren. Bovendien kreeg hij ook nog eens zo’n extreme straf: duizend stokslagen voor een blog. Zoiets haalt snel de media. Dat is natuurlijk goed, maar we hebben ook nog een lange lijst van gevangen Saudische mensenrechtenverdedigers die onderbelicht bleven. Die kregen geen stokslagen maar gewone celstraffen. En ze zien er op het eerste gezicht ook nog eens uit als conservatieve moslims, wat bij het algemene publiek hier bepaalde associaties kan oproepen. Terwijl deze groep voor de mensenrechtensituatie in Saudi-Arabië echt essentieel is. Zij steken hun nek uit, zijn inventief en komen met hervormingen. Wij wilden heel graag dat zij aandacht kregen. Raif Badawi heeft dat zelf op een gegeven moment ook gezegd: gebruik mijn zaak om aandacht te genereren voor hen. Dat zijn we gaan doen.’

Grijpen de individuele acties je weleens persoonlijk aan?

‘Ja, een paar jaar geleden voerden we bijvoorbeeld veel actie voor de Saudische mensenrechtenactivist Mohammad al-Qahtani. Ik sprak hem via Skype toen er al een rechtszaak tegen hem liep, en hij was enorm positief ingesteld. Hij deed zijn werk met een duidelijk doel: zijn kinderen. Hij wilde ze duidelijk maken dat hij er alles aan had gedaan om de situatie te verbeteren voor hun toekomst. Hij had drie of vier kinderen en zijn vrouw was hoogzwanger. Een maand later werd hij veroordeeld tot tien jaar en meteen gevangengezet. Zijn vrouw beviel vlak daarna. Iets in je denkt dan: het kan toch niet dat hij echt al die jaren in de gevangenis blijft zitten? Maar dat gebeurt wel.’

Hoe lang gaat Amnesty dan nog door met acties als iemand al een paar jaar vastzit?

‘We werken altijd aan een aantal langlopende individuele zaken, die we gewoon niet loslaten. Mohammad al-Qahtani is er zo een. Dat betekent niet dat we continu actievoeren, maar wel dat hij met regelmaat terugkomt in de acties. En je blijft toch altijd hoop houden op een goede afloop. In ieder geval is het goed om te weten dat het belangrijk is voor hem en zijn psychische gesteldheid dat we die zaak niet vergeten. Dat vind ik al reden genoeg om het te doen.’