Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Wapenhandelsverdrag

Het Wapenhandelsverdrag of Verdrag inzake de Wapenhandel van de Verenigde Naties beoogt de productie en handel van de meeste conventionele wapens aan banden te leggen.

Het verdrag werd in december 2014 van kracht. Inmiddels hebben 130 landen het ondertekend, waarvan 105 ook hebben . Het Wapenhandelsverdrag is niet ondertekend door onder meer de twee grootste wapenexporteurs (de Verenigde Staten en Rusland), China (de op vier na grootste exporteur) en de complete top drie van wapenimporterende landen (Saudi-Arabië, India en Egypte).

Het Wapenhandelsverdrag verbiedt de export van wapens als de exporterende staat kennis heeft dat de wapens ingezet kunnen worden voor het plegen van genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden.

Wapenhandelsverdrag: Amnesty’s visie

Amnesty International, Oxfam Novib, PAX en andere organisaties voerden vele jaren campagne voor het Wapenhandelsverdrag om de verbreiding van vooral kleine wapens aan banden te leggen. pleitte voor het aanpakken van illegale wapenmakelaars, het verscherpen van nationale en internationale exportcontroles, meer openheid over wapenhandel, en het beter registreren en merken van wapens, zodat hun herkomst te herleiden is.

Amnesty en andere organisaties zijn niet tegen verantwoord gebruik en gecontroleerde handel in wapens; wapens kunnen nodig zijn om de veiligheid van burgers te garanderen. Amnesty is wel tegen de handel in wapens als het risico bestaat of aantoonbaar is dat de wapens leiden tot ernstige mensenrechtenschendingen of schendingen van humanitair recht.

Amnesty wil daarnaast een goede aanpak van de wapens die er al zijn. Zo’n aanpak houdt in: voorlichting over misbruik van wapens, het inzamelen van overtollige wapens, demobilisatie van soldaten en strenge wetgeving omtrent het gebruiken, bezitten en verder verhandelen van wapens.

Soms wordt door Amnesty gepubliceerd over en actie in verband met specifieke wapenleveranties of een goed wapenexportbeleid van afzonderlijke landen of van de Europese Unie. Voorts pleit Amnesty voor het aanpakken van illegale wapenmakelaars, het verscherpen van nationale en internationale exportcontroles, meer openheid over wapenhandel, en het beter registreren en merken van wapens zodat hun herkomst te herleiden is.

Blijvende groei wapenhandel

Het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) becijferde dat er in 2018 in de internationale productie en handel van wapens 380 miljard euro omging. 133 miljard daarvan was voor rekening van de Amerikaanse bedrijven Northrop Grumman, Lockheed Martin, Raytheon en General Dynamics en vliegtuigbouwer Boeing. De wereldwijde omzet van de wapenhandel steeg in 2018 met 4,6 procent in vergelijking met het jaar ervoor. De omzet in de periode 2014-2018 was 7,8 procent hoger dan in het tijdvak 2009-2013 en 23 procent hoger dan in 2004-2008.

Maatregelen tegen wapenhandel weinig succesvol

Voor de wapenhandel zijn ­­verschillende motieven: versterking van bondgenoten, politieke invloed en financieel profijt. Pogingen om de wapenhandel aan banden te leggen, zoals door een internationaal register van die handel, zijn tot dusver weinig succesvol. In 2005 is de `Gedragscode inzake de wapenexport’ van de Europese Unie herzien. De meeste EU-staten willen de code nu juridisch bindend maken. De nieuwe code is beter, maar schiet nog tekort. Er zijn lacunes ten aanzien van onder meer de doorvoer van wapens, de handel in onderdelen en de wapenproductie via buitenlandse ondernemingen. Tot op heden bestaan er vrijwel geen sancties voor staten die de afspraken overtreden.

Regeringen kunnen de afspraken vrij gemakkelijk naast zich neerleggen of ze ontduiken. Zo hebben sommige Europese staten zich ondanks de Gedragscode schuldig gemaakt aan de levering van wapens aan landen die de mensenrechten op grote schaal schenden, zoals Saudi-Arabië. Verbreiding van kleine wapens moet vooral worden tegengegaan door internationale wetgeving (zoals het Verdrag over Conventionele Wapens uit 1981 en het Verdrag van Ottawa uit 1997) en afspraken over handel en productie.