Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Vredesmachten

Vredesmachten zijn buitenlandse troepen die op grond van een verdrag worden ingezet om de vrede te handhaven.

De bekendste internationale vredesmachten zijn de ‘blauwhelmen’ of ‘blauwe baretten’ van de Verenigde Naties, die kunnen worden uitgezonden door de Veiligheidsraad. De VN heeft waarnemersgroepen en monitors gestuurd naar onder meer Palestina, Libanon, India en Midden-Amerika.

Vredesmachten werden ingezet in onder andere Egypte/Israël (1956-1957 en 1973), Congo (1960-1964), Nieuw-Guinea (1962-1963), Cyprus (1974-), Israël-Syrië (1974), Libanon (1978) en Namibië (1989). Vanaf de jaren negentig groeide het aantal vredesmachten sterk, in onder meer Irak, voormalig Joegoslavië, Somalië, Mozambique, Cambodja, Ethiopië/Eritrea, Democratische Republiek Congo, India/Pakistan, Westelijke Sahara, Kosovo, Sierra Leone en Libanon.

Voorbeeld van een niet-VN vredesmacht die voortkwam uit een overeenkomst tussen twee staten was de Indiase vredesmacht die in 1987-1990 opereerde in het noorden van Sri Lanka, in een poging het geweld van en tegen Tamils tegen te gaan. In Liberia werd in 1990-1991 ingegrepen door een vredesmacht van de Organisatie van West-Afrikaanse Staten. In Darfur (Sudan) werd na het uitbreken van de oorlog (2003) een vredesmacht van de Afrikaanse Unie actief. De 7000 manschappen werden vanaf begin 2008 versterkt door een VN-vredesmacht van 20 duizend mensen.

Vredesmachten: Amnesty’s visie

Het inzetten van vredesmachten geldt als een vorm van humanitaire interventie. Amnesty stelt dat vredesmachten aan een aantal eisen moeten voldoen opdat ze daadwerkelijk bijdragen aan de bescherming van mensenrechten.

  • Vredesmachten moeten een mandaat hebben van de VN of ander belangrijk orgaan van de internationale gemeenschap.
  • Ze moeten betrokken zijn bij het handhaven van de veiligheid maar ook bij materiële wederopbouw en de opbouw van voorzieningen, gezondheidszorg en de civil society.
  • De training en instructie van degenen die aan vredesmachten deelnemen moet voorzien in een duidelijke geweldsinstructie aan militairen, basiskennis van mensenrechten en oorlogsrecht (humanitair recht), en basiskennis van de politieke en maatschappelijke kenmerken van het land waar de missie is gestationeerd.