Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Nederlands mensenrechtenbeleid

Mensenrechtenbeleid is beleid dat door een overheid wordt gevoerd ten aanzien van mensenrechten, zowel in het binnenland als in het buitenland. Ook het vluchtelingenbeleid wordt ertoe gerekend.

De term ‘mensenrechtenbeleid’ staat voor de manier waarop diplomatie, buitenlands beleid, ontwikkelingssamenwerking, internationaal economisch verkeer en zo nodig humanitaire interventie onderhevig worden gemaakt aan overwegingen met betrekking tot naleving van de mensenrechten in de betrokken landen.

In Nederland wordt het beleid getuige de Nota mensenrechten van 1979 gevoerd aan de hand van ijkpunten. Mensenrechten gelden in het buitenlands beleid als een ‘hoeksteen’ of ‘pijler’. Het beleid wordt uitgevoerd door vooral het ministerie van Buitenlandse Zaken, onder meer geadviseerd door de Adviesraad Internationale Vraagstukken

Nederland en België richten zich ook naar het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, Europees Parlement en andere Europese instellingen: bij vluchtelingenbeleid, bij beleid ten aanzien van van multinationale bedrijven en in toenemende mate bij beslissingen van het Gemeenschappelijk Buitenland- en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie. Nederland kent een mensenrechtenambassadeur, die ervoor zorgt dat mensenrechten bij alle dossiers van Buitenlandse Zaken worden betrokken, op missie naar het buitenland gaat en mensenrechten in de Nederlandse samenleving meer bekendheid geeft.

Mensenrechtenbeleid: Amnesty’s aanbevelingen

Amnesty’s aanbevelingen voor het Nederlands mensenrechtenbeleid staan in brieven die periodiek worden gericht aan (nieuwe) kabinetten. Ze zijn onder meer:

  • Nederland behoort zich op te stellen als voortrekker voor mensenrechten. Nederland is een welvarend land, een goed functionerende rechtsstaat en heeft een lange traditie van inzet voor internationaal recht en mensenrechten.
  • De overheid moet zich inzetten voor alternatieve migratiemogelijkheden en duurzame oplossingen in de regio’s en landen van herkomst van vluchtelingen en andere migranten.
  • Amnesty is bezorgd over de toenemende  van vreemdelingen en verzet zich in het bijzonder tegen de detentie van kinderen en andere kwetsbare groepen.
  • Er moet een landelijk dekkend netwerk van antidiscriminatiebureaus zijn, een betere centrale registratie van discriminatie en een coördinerend bewindspersoon voor discriminatiebestrijding.
  • Nederland moet zich ervoor inspannen dat het nieuwe EU-Mensenrechtenagentschap een krachtige instelling wordt en dat EU-richtsnoeren worden nageleefd..
  • Nederland moet zich inspannen voor maatregelen in de strijd tegen terrorisme die in overeenstemming zijn met internationale mensenrechtenstandaarden. Daarbij past een onomwonden en uitdrukkelijk verzet tegen alle vormen van geheime, incommunicado en willekeurige detentie, en bevordering van eerlijke processen.
  • Nederland dient prioriteit te blijven geven aan de bestrijding van straffeloosheid voor ernstige misdrijven onder internationaal recht.
  • Nederland moet zich actief blijven inspannen voor de aanvaarding van nieuwe internationale instrumenten op het terrein van de mensenrechten.
  • De overheid moet bevorderen dat multinationale ondernemingen.zich houden aan de mensenrechtennormen.

Is Nederland gidsland in de mensenrechten?

Nederland was op veel momenten in de geschiedenis een gidsland voor de mensenrechten. Naast Amerika, Engeland en Frankrijk heeft Nederland waarschijnlijk het meest aan de geschiedenis van de mensenrechten bijgedragen. Het eerste wapenfeit was de Akte van Verlatinge van 1581, waarmee de Nederlanden hun onderworpenheid aan Spaanse koning opzegden en zichzelf zelfstandig verklaarden. (De ironie van Nederland is dat het land z’n internationale reputatie verwierf met het uitroepen van een republiek, terwijl het in de 21ste eeuw een van ’s wereld weinige koninkrijken is.) In de zestiende en zeventiende werd Nederland een ‘ark voor vluchtelingen’, uit onder meer Spanje, Engeland en Frankrijk. De ballingen konden in Nederland schrijven en publiceren wat hun in eigen land op zware straffen zou komen te staan. Zo was Nederland voor korte of langere tijd een veilig heenkomen voor de Portugese joodse filosoof Baruch Spinoza, de Franse filosoof Descartes en de Engelse denker die de term ‘mensenrechten’ bedacht, John Locke.

In de twintigste eeuw was de rol van Nederland in de mensenrechten opnieuw belangrijk. De Haagse vredesverdragen, vanaf 1899, waren baanbrekend in het aan banden leggen van vreselijke wapens en strijdmethoden. In Den Haag kwam na de Eerste Wereldoorlog het Vredespaleis te staan, waar het Internationaal Hof van Justitie over geschillen tussen landen kan rechtspreken. Aan het einde van de twintigste eeuw werd Den Haag uitgeroepen tot de ‘rechtshoofdstad van de wereld’. Het tribunaal voor Joegoslavië ging er werken, en vanaf 2002 het Internationaal Strafhof. Bovendien heeft Nederland in de laatste decennia veel personen voortgebracht die in internationale organisaties belangrijk werk voor de mensenrechten deden. Zoals Max van der Stoel, die conflicten rondom minderheden in Europa probeerde te voorkomen. Theo van Boven, die in functies voor de Verenigde Naties werkte. Ruud Lubbers, die Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen werd in 2001. En Peter Kooijmans, die rechter werd bij het Internationale Hof van Justitie.

Buitenlandse mensenrechtenactivisten die Nederland bezoeken zijn vaak verbaasd over het ‘mensenrechtenklimaat’ in ons land. Een Amnesty-afdeling met 250.000 leden, wellicht de grootste afdeling ter wereld.. Mensenrechtenonderwijs op wel tien universiteiten. Kranten die elke dag over mensenrechtenschendingen berichten. Maar de realiteit is ook dat de koopman het in Nederland vaak van de dominee wint. In de tijd dat Nederland op Iran, onder ayatollah Khomeini, volop kritiek uitte binnen de VN, was Nederland ook de grootste handelspartner van dat land. Het Nederlands asielbeleid steekt niet gunstig af bij dat van andere westerse landen. Nederland spreekt zich bij allerlei gelegenheden uit voor internationale bescherming, maar is heel terughoudend met bijvoorbeeld het leveren van militairen voor vredesmissies. En in Srebrenicawas het een Nederlands VN-bataljon dat niet voorkwam dat zo’n 8.000 mannen werden afgevoerd – de grootste massamoord in het naoorlogse Europa. Zeven jaar onderzoek was nodig voordat een officiële commissie vaststelde dat eigenlijk niemand daarvoor verantwoordelijk was. De Nederlandse regering toont zich ook steeds meer huiverig om internationale normen te bevorderen, zoals die voor de verantwoordelijkheid van bedrijven, of verdragen te steunen, zoals op het gebied van marteling en ‘verdwijningen’. Schijn én werkelijkheid dus. Voor de mensenrechtenbeweging heeft het mensenrechtenvriendelijk klimaat in Nederland voordelen, maar oppervlakkige genoegzaamheid ligt op de loer.