Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Charta 08 (China)

Charta 08 was een internetpetitie die opriep tot politieke hervorming in de Volksrepubliek China.

De petitie werd op 8 december 2008 gepost en was op dat moment ondertekend door meer dan 350 prominente Chinezen, onder wie schrijvers, intellectuelen, journalisten, juristen en gepensioneerde leden van de Communistische Partij. Later tekenden nog eens meer dan 10.000 Chinezen.

In de petitie werd opgeroepen tot een nieuwe grondwet die de mensenrechten beschermt, een democratisch gekozen wetgevende macht, een onafhankelijke rechterlijke macht, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging in China. Een van de oorspronkelijke opstellers was Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo. Hij werd twee dagen vóór de publicatie van het manifest opgepakt en later tot elf jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 2017 overleed hij. Ook veel andere ondertekenaars zijn opgepakt of door de veiligheidsdienst lastiggevallen.

De vertaalde tekst van Charta 08

Inleiding


Dit jaar [2008] markeert honderd jaar Chinese grondwet, zestig jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, dertig jaar Muur van de Democratie en tien jaar dat de Chinese regering het Internationaal Verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten heeft ondertekend. Na een lange periode van mensenrechtenrampen en meanderende strijd te hebben doorgemaakt, worden de ontwaakte Chinese burgers zich hoe langer hoe meer bewust dat vrijheid, gelijkheid en mensenrechten de universele waarden van de mensheid zijn; dat democratie, de republiek en een grondwettelijke regering het fundamentele institutionele raamwerk van de moderne politiek vormen.

Een ‘modernisering’ die deze universele waarden en het fundamentele politieke raamwerk ontbeert, is een rampzalig proces dat mensen berooft van hun rechten, hun menselijkheid doet wegrotten en hun waardigheid vernietigt. Zal de richting die China in de 21ste eeuw inslaat die van de voortgang van deze ‘modernisering’ zijn onder een autocratisch regime, of zal het land universele waarden gaan onderschrijven, zich aansluiten bij de vorm van beschaving die wereldwijd de toon aangeeft en een democratische regeringsvorm opbouwen? Dat is een keuze waaraan niet te ontkomen is.

De enorme historische veranderingen van het midden van de 19de eeuw legden het verval van het traditionele autocratisch systeem van China bloot en bereidden de weg voor de grootste transformatie die China in duizenden jaren had beleefd. De Beweging voor Zelfversterking [1861-1895] streefde naar verbeteringen in de Chinese technische capaciteit door fabricageprocessen, wetenschappelijke kennis en militaire technologie uit het buitenland over te nemen. De nederlaag van China in de eerste Chinees-Japanse oorlog [1894-1895] liet opnieuw zien hoe achterlijk het systeem was. In de Hervorming van de Honderd Dagen [1898] werd een begin van institutionele vernieuwing gewaagd, maar die mislukte door de wrede onderdrukking van de kant van een onbuigzame factie aan het keizerlijk hof. De revolutie van 1911 slaagde erin, althans oppervlakkig gezien, tweeduizend jaar keizerrijk te begraven en de eerste republiek van Azië in het leven te roepen.

Maar vanwege de specifieke historische omstandigheden van interne en externe troebelen was het republikeins stelsel slechts een kort leven beschoren. De autocratie keerde terug. Het falen van technische imitatie van het buitenland en institutionele innovatie bracht de bevolking van ons land tot verregaande reflectie over de wortels van China’s verziekte cultuur. Er volgden, onder de banier van ‘wetenschap en democratie’, de 4-Meibeweging [1919] en de Nieuwe Cultuurbeweging [1915-1921]. Maar China’s democratiseringsproces werd met geweld afgesneden door herhaalde burgeroorlog en buitenlandse invasie.

De ontwikkeling van een grondwettelijke regering begon opnieuw na China’s overwinning in de Verzetsoorlog tegen Japan [1937-1945]. De uitkomst van de burgeroorlog tussen nationalisten en communisten dreef China echter in de afgrond van de moderne totalitaire staat. Het Nieuwe China dat in 1949 is gesticht, is in naam een ‘volksrepubliek’ maar in werkelijkheid het domein van een enkele partij.

Die partij monopoliseert alle politieke, economische en sociale middelen. Ze heeft een reeks van mensenrechtenrampen veroorzaakt zoals de Antirechtsencampagne, de Grote Sprong Voorwaarts, de Culturele Revolutie, 4 juni 1989 en de onderdrukking van inofficiële religieuze activiteiten en van de beweging voor de verdediging van burgerrechten. Tientallen miljoenen doden waren daarvan het gevolg. De tol die werd gevraagd van volk en natie was enorm.

Het beleid van ‘hervorming en opening’ van Deng Xiaoping in de late 20ste eeuw trok China uit de wijdverbreide armoede en het absolute totalitarisme van het Maotijdperk. Het leidde tot substantiële groei van persoonlijke rijkdom en verhoging van de levensstandaard van de massa. Individuele economische vrijheden en sociale voorrechten werden gedeeltelijk in ere hersteld. Er begon een burgermaatschappij te ontstaan en de roep om mensenrechten en politieke vrijheid klonk elke dag luider. En terwijl de machthebbers de economische hervormingen doorvoerden richting markteconomie en privatisering, begonnen ze ook te schuiven in hun positie aangaande de mensenrechten – van verwerping naar geleidelijke erkenning. In 1997 en 1998 ondertekende China twee belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, dat voor Economische, Sociale en Culturele Rechten en dat voor Burgerrechten en Politieke Rechten. In 2004 amendeerde het Nationale Volkscongres de grondwet met de toevoeging dat ‘[de staat] de mensenrechten naleeft en garandeert’. En in 2008 beloofde de regering een Nationaal Actieplan Mensenrechten te formuleren en implementeren. Maar tot dusverre is het vooral bij papier gebleven: er zijn wetten maar er is geen rechtsstaat, er is een grondwet maar geen grondwettelijke regering. Dat is, zonneklaar voor een ieder, de politieke realiteit.

De heersende elite blijft vasthouden aan haar autoritaire greep op de macht, met verwerping van politieke hervorming. Met als gevolg corruptie van het ambtelijke apparaat, obstakels in het verwezenlijken van de rechtsstaat, het ontbreken van mensenrechten, moreel bankroet, maatschappelijke polarisering, abnormale economische ontwikkeling, de vernietiging van milieu en cultuur, een gebrek aan institutionele bescherming van de burgerrechten die vrijheid, bezit en het nastreven van geluk moeten garanderen, de opeenstapeling van alle denkbare sociale conflicten en een voortdurend groeiend ressentiment. Vooral de steeds scherpere tegenstellingen tussen overheid en volk en de dramatische toename van massa-incidenten wijzen op een catastrofaal controleverlies en dringen de gedachte op dat de achterlijkheid van het huidige stelsel een punt heeft bereikt waarop verandering onontkoombaar is.

Onze uitgangspunten


Aangezien dit historisch moment de toekomst van China zal bepalen, moeten we ons bezinnen op het moderniseringsproces van de afgelopen ruim honderd jaar en de volgende concepten herbevestigen.

Vrijheid: Vrijheid is de essentie van de universele waarden. De rechten op meningsuiting, publicatie, geloof, vergadering, vereniging, beweging, staking en demonstratie zijn allemaal concrete uitdrukkingen van die vrijheid. Waar de vrijheid niet bloeit, kun je niet spreken van een moderne beschaving.

Mensenrechten: Mensenrechten worden niet verleend door een staat, ze zijn de inherente rechten waarop iedereen aanspraak kan maken. Het waarborgen van mensenrechten is zowel het belangrijkste doel van een staat als de legitimering van zijn publieke autoriteit. Het is de conditio sine qua non van een beleid dat ‘mensen op de eerste plaats stelt’. China’s opeenvolgende politieke rampen waren elk nauw verbonden met een minachting voor de mensenrechten van (de kant van) het heersende establishment. Het staat voorop dat mensen de staat vormen, een natie dient het volk, een overheid is er voor het volk.

Gelijkheid: Alle individuen zijn gelijk, ongeacht sociale status, beroep, geslacht, economische status, etniciteit, huidskleur, godsdienst of politieke overtuiging. De beginselen van ieders gelijkheid voor de wet en gelijkheid in sociale, economische, culturele en politieke rechten moeten tot realiteit worden gemaakt.

Republicanisme: Dit is het ‘gezamenlijk regeren in vreedzame co-existentie’. Het is de scheiding der machten ten behoeve van democratische controle, checks and balances. De gemeenschap omvat een pluraliteit van belangen, sociale groepen, cultuur en religie. Republicanisme is de vreedzame afwikkeling van publieke zaken op basis van gelijke participatie, eerlijke competitie en coöperatief debat.

Democratie: Fundamenteel is dat de soevereiniteit berust bij het volk en bij de regering die door het volk is gekozen. Democratie betekent: 1) De legitimiteit van de politieke macht komt van het volk; de bron van politieke macht is het volk, de volkswil. 2) Politieke controle wordt uitgeoefend door keuzes die het volk maakt. 3) Burgers genieten een echt kiesrecht, gezagsdragers op sleutelposities op alle niveaus worden gekozen in periodieke verkiezingen. 4) Meerderheidsbesluiten worden gerespecteerd met inachtneming van de fundamentele mensenrechten van de minderheid. In andere woorden, democratie is het moderne publieke instrument voor het creëren van een overheid ‘van het volk, door het volk en voor het volk’.

Grondwettelijkheid: Dat is het waarborgen van basisvrijheden en burgerrechten zoals gedefinieerd door de grondwet. Het is de rechtsorde van wettelijke voorzieningen, die macht en gedrag van de overheid definieert en invult en die de institutionele capaciteit heeft die voor de uitvoering nodig is.

Het tijdperk van keizerlijk gezag is in China allang verleden tijd en zal nooit weerkeren. Wereldwijd zijn autoritaire systemen op de terugtocht, want burgers behoren de ware meesters van de staat te zijn. De uitweg ligt voor China in het uitbannen van het onderdanig vertrouwen op ‘verlichte heersers’ en ‘rechtschapen ambtenaren’, in het bevorderen van een publiek bewustzijn van fundamentele rechten en participatie als burgerplicht, en in het effectueren van de vrijheid, het omarmen van de democratie en het eerbiedigen van de wet.

Onze posities


In een geest van verantwoordelijk en constructief burgerschap brengen we de volgende specifieke posities naar voren aangaande het staatsbestuur, de rechten en belangen van burgers en de maatschappelijke ontwikkeling.

1. Wijziging van de grondwet: Amendeer, op basis van voornoemde waarden en concepten, de grondwet en verwijder clausules die niet in overeenstemming zijn met het beginsel dat de soevereiniteit berust bij het volk. Zo kan de grondwet werkelijk een document worden dat de mensenrechten waarborgt en machtigt tot uitoefening van het openbaar gezag. Zo wordt ze de hoogste afdwingbare wet die door geen individu, groep of partij kan worden geschonden en die de wettelijke autoriteit van China’s democratisering is.

2. Scheiding der machten en democratische controle: De scheiding der machten, voorwaarde voor een moderne overheid, stelt de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht veilig. Bouw een overheid op met gescheiden bevoegdheden en democratische controle. Voer het beginsel van wettig bestuur en verantwoordelijke overheid in om te voorkomen dat de uitvoerende macht haar grenzen te buiten gaat. Laat de overheid verantwoording afleggen aan belastingbetalers. Voer scheiding der machten en democratische controle ook door in de verhouding tussen de centrale en lokale overheden. De centrale macht moet duidelijk worden gedefinieerd en gemandateerd door de grondwet, voor het overige moeten lokale overheden volledige autonomie kunnen uitoefenen.

3. Wetgevende democratie: Wetgevende organen op alle niveaus moeten worden gekozen in directe verkiezingen. Respecteer het beginsel van redelijkheid en rechtvaardigheid in het maken van wetten. Voer wetgevende democratie door.

4. Onafhankelijkheid van de rechterlijke macht: De rechterlijke macht moet over de partijen heen reiken, vrij zijn van inmenging en rechtsprekende onafhankelijkheid uitoefenen. Er moet een constitutioneel hof komen en een systeem om schendingen van de grondwet te onderzoeken, om aldus het gezag van de grondwet hoog te houden. Schaf zo snel mogelijk de Partijcomités voor politieke en juridische zaken af die op alle niveaus de rechtsstaat ernstig in gevaar brengen. Verhinder het privégebruik van publieke middelen.

5. Publieke controle op publieke middelen: Breng de strijdkrachten onder controle van de staat. Militairen moeten getrouw zijn aan de grondwet en het land. Politieke partijorganisaties moeten zich terugtrekken uit de strijdkrachten; de professionele standaards van de strijdkrachten moeten omhoog. Allen in openbare dienst, inclusief de politie, moeten politieke neutraliteit bewaren. Er moet een einde komen aan de discriminatie in het aannemen van functionarissen op basis van hun banden met de Partij.

6. Waarborgen van mensenrechten: Met waarborgen voor mensenrechten moet de menselijke waardigheid worden beschermd. Stel een Mensenrechtencommissie in die verantwoording aflegt aan het hoogste orgaan van de volkswil, om te voorkomen dat de overheid misbruik maakt van haar gezag en schendingen van mensenrechten begaat en om in het bijzonder de persoonlijke vrijheid van burgers te garanderen. Niemand mag slachtoffer worden van onwettige arrestatie, gevangenhouding, dagvaarding, ondervraging of bestraffing. Schaf het stelsel van ‘heropvoeding door arbeid’ af.

7. Verkiezing van gezagsdragers: Voer een volledig stelsel van democratische verkiezingen door, met een kiesstelsel gebaseerd op algemeen individueel stemrecht. Voer stelselmatig en geleidelijk directe verkiezingen door voor de bestuurders van alle niveaus. Periodieke verkiezingen gebaseerd op vrije mededinging en burgerparticipatie in verkiezingen voor openbare functies zijn onvervreemdbare mensenrechten.

8. Gelijkheid van stad en platteland: Maak een einde aan de tweedeling tussen stad en platteland in het stelsel van huishoudensregistratie. Er is het grondwettelijk recht op gelijkheid voor de wet voor alle burgers en het recht van burgers om zich vrijelijk te bewegen.

9. Vrijheid van vereniging: Garandeer het recht van burgers op vrijheid van vereniging. Verander het huidige stelsel van registratie na goedkeuring voor collectieven in een stelsel van vrije registratie. Hef het verbod op politieke partijen op. Reguleer partijactiviteiten volgens de grondwet en de wet. Schaf het privilege van het eenpartijmonopolie op de macht af. Leg de beginselen van vrijheid van activiteiten van politieke partijen en open mededinging voor politieke partijen vast. Normaliseer en reguleer op gewettigde wijze de partijpolitiek.

10. Vrijheid van vergadering: De vrijheid om vreedzaam bijeen te komen, te demonstreren en opinies te uiten is een van de fundamentele burgerrechten die zijn vastgelegd in de grondwet. Die vrijheid behoort niet onderhevig te zijn aan onwettige inmenging en ongrondwettelijk beperkingen van de kant van de heersende partij en de overheid.

11. Vrijheid van meningsuiting: Realiseer de vrijheid van spreken, de vrijheid van publiceren en de academische vrijheid. Garandeer het recht van burgers op informatie en het recht om toezicht uit te oefenen op openbare instellingen. Stel een Nieuwswet en een Publicatiewet op en hef de censuur op verslaggeving op. Schaf het ‘misdrijf van oproepen tot verzet tegen de staatsmacht’ in het huidige Wetboek van Strafrecht af en maak een einde aan het criminaliseren van meningsuiting.

12. Vrijheid van godsdienst: Garandeer de vrijheid van godsdienst en overtuiging. Voer een scheiding van godsdienst en staat door, zodat activiteiten die betrekking hebben op godsdienst en geloof niet onderworpen zijn aan overheidsbemoeienis. Schaf de bestuurlijke regels en lokale regelgeving af die burgers beperken in of onthouden van godsdienstvrijheid. Verbied het beheer van religieuze activiteiten door bestuurlijke regelgeving. Schaf het systeem af dat religieuze groeperingen en gebedshuizen zich alleen na voorafgaande goedkeuring wettelijk mogen registreren en vervang het door een systeem van registratie dat niet gekoppeld is aan toezicht.

13. Burgereducatie: Maak een einde aan de politieke educatie en politieke examens die zwaar leunen op ideologie en het eenpartijstelsel dienen. Verbreid burgereducatie gebaseerd op universele waarden en burgerrechten, creëer een burgerbewustzijn en propageer burgerdeugden die de samenleving dienen.

14. Bescherming van eigendom: Stel vast wat privé-eigendom is en bescherm dat. Implementeer een systeem op basis van een vrije en open markteconomie. Garandeer vrijheid van ondernemerschap en ruim bestuurlijke monopolies uit de weg. Stel voor het beheer van staatseigendom een commissie in die verantwoording aflegt aan het hoogste orgaan van de volkswil. Lanceer op een wettige en ordelijke manier een hervorming van de eigendomsrechten, met duidelijkheid over die rechten en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden. Maak werk van de privatisering van land en garandeer het grondbezit van de burgers, in het bijzonder van boeren.

15. Belastinghervorming: Democratiseer de overheidsfinanciën en garandeer de rechten van de belastingbetaler. Zet voor de openbare financiën een structuur en een operationeel mechanisme op die bevoegdheden en verantwoordelijkheden duidelijk afbakenen. Zet een rationeel en doeltreffend systeem op van gedecentraliseerd financieel gezag op verschillende niveaus van de overheid. Voer een ingrijpende belastinghervorming door met als doel verlaging van de belastingtarieven, vereenvoudiging van het stelsel en egalisering van de belastingdruk. Overheidsdiensten mogen geen belastingen verhogen of nieuwe belastingen invoeren zonder goedkeuring van de samenleving door middel van een proces van openbare verkiezingen en besluitvorming door de organen van de volkswil. Voer een hervorming van de eigendomsrechten door om de markt te diversifiëren en mechanismen van mededinging te introduceren. Verlaag de drempel voor toetreding tot het financiële speelveld en schep de voorwaarden voor de ontwikkeling van particuliere financiële ondernemingen ten faveure van een volledige ontplooiing van het financiële stelsel.

16. Sociale zekerheid: Zet een stelsel van sociale zekerheid op dat alle burgers dekt en dat hun zekerheid biedt in onderwijs, medische zorg, ouderenzorg en werk.

17. Milieubescherming: Bescherm de ecologische omgeving, bevorder duurzame ontwikkeling en neem verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties en de hele mensheid. Leg hiertoe duidelijke en geëigende verantwoordelijkheden op aan de overheden van alle niveaus. Bevorder participatie en toezicht van burgergroepen in de bescherming van het milieu.

18. Federalisme: China moet aan de regionale vrede en ontwikkeling bijdragen in een geest van gelijkheid en billijkheid. We moeten het beeld van een verantwoordelijke grootmacht uitdragen. Bescherm de vrije stelsels van Hongkong en Macau. Werk aan de verzoening van de Volksrepubliek en Taiwan op basis van vrijheid en democratie, door middel van eerlijke onderhandelingen en coöperatieve interactie. Exploreer op verstandige wijze de mogelijkheden en institutionele blauwdrukken voor de gemeenschappelijke welvaart van alle etnische groepen. Sticht een Federale Republiek van China binnen het raamwerk van een democratische en grondwettelijke overheid.

19. Herstel en gerechtigheid: Herstel de reputatie van individuen en hun families die in voorbije politieke campagnes onder vervolging hebben geleden en geef hun compensatie. Laat alle politieke gevangenen en gewetensgevangenen vrij, alsook alle mensen die veroordeeld zijn vanwege hun geloof. Roep een waarheidscommissie in het leven die de toedracht van de historische gebeurtenissen vaststelt. Streef naar verzoening op basis van vastgestelde verantwoordelijkheden, recht en rechtvaardigheid.

Epiloog


China, als wereldmacht, als een van de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad en als lid van de Mensenrechtenraad, moet aan de zaak van de vrede en mensenrechten van de mensheid zijn bijdrage leveren. Helaas houdt, in de wereld van vandaag, van alle grote landen alleen China nog vast aan een autoritaire leefwijze. De staat heeft als gevolg daarvan een onafgebroken keten van mensenrechtenrampen en maatschappelijke crises gecreëerd, het Chinese volk beperkt in zijn ontwikkeling en de vooruitgang van de menselijke beschaving gehinderd. Dat moet veranderen. We kunnen de democratische hervormingen niet langer uitstellen. We proclameren daarom dit handvest, Charta 08, in een geest van burgerzin en met de durf om tot actie te komen.

We hopen dat alle Chinese burgers die dit gevoel van crisis, verantwoordelijkheid en missie delen, of ze nu ambtenaren of gewone mensen zijn en ongeacht hun maatschappelijke achtergrond, de verschillen opzij zullen willen zetten om te zoeken naar een gemeenschappelijke grond. Zo zullen we met actieve deelname aan deze burgerbeweging de veelomvattende transformatie van de Chinese samenleving realiseren. Zo zullen we op afzienbare termijn een vrije, democratische en grondwettelijke natie stichten en de aspiraties en dromen vervullen die onze landgenoten gedurende meer dan honderd jaar onvermoeibaar hebben nagestreefd.

Gepubliceerd in: Liu Xiaobo, Ik heb geen vijanden, ik voel geen haat. De Geus, Breda, 2012.