Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Academische vrijheid, universiteiten en mensenrechten

Het recht op academische vrijheid is het recht om vrijelijk wetenschappelijk onderzoek te doen en de resultaten daarvan te verbreiden. De academische vrijheid wordt onder meer bedreigd door censuur op publicaties of de verbreiding van kennis via internet, het bedreigen en opsluiten van academici en studenten, en het sluiten van scholen en universiteiten.

Het recht om te delen in de vooruitgang van de wetenschap en de voortbrengselen daarvan is vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Internationale verdragen noemen verder de rechten op bescherming van wetenschappelijke ontdekkingen (auteursrecht), op de vrijheid die noodzakelijk is voor wetenschappelijk onderzoek, en op vrijelijk gegeven toestemming tot wetenschappelijke experimenten. Misbruik van wetenschap voor politieke doeleinden vindt onder meer plaats in de psychiatrie.

De maatschappelijke betekenis van academische vrijheid is breed: denk aan medisch onderzoek voor het voorkómen van aids en andere ziekten en epidemieën, sociaalwetenschappelijk onderzoek dat bijdraagt aan goed beleid voor de multiculturele samenleving of de bestrijding van armoede, bevolkingsonderzoek dat nodig is voor een rechtvaardig bevolkingsbeleid, onderzoek op het terrein van de informatietechnologie die helpt kennis te verspreiden, onderzoek naar bedreigingen van het milieu, enzovoort.

De academische vrijheid garandeert de vrijheid om onderzoek te doen op elk terrein en met elke wetenschappelijke methode, en de vrijheid om de onderzoeksresultaten op welke wijze dan ook bekend te maken. De academische vrijheid is onder meer vastgelegd in het Internationaal Verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten. Artikel 15.3: ‘De staten die partij zijn bij dit verdrag verbinden zich de vrijheid te eerbiedigen die onontbeerlijk is voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en scheppend werk.’

De academische vrijheid wordt op verschillende manieren geschonden. Het gebeurt dat de overheid in wetgeving bepaald wetenschappelijk onderzoek verbiedt. Wetenschappers worden vanwege hun academisch werk ontslagen, bedreigd, lastiggevallen of gevangen gezet. Wetenschappelijke tijdschriften en congressen ontzeggen gericht de toegang aan wetenschappers die onwelgevallige onderzoeksvragen of bevindingen inbrengen. Wetenschappelijk onderbouwde uitingen worden ‘politieke standpunten’ of ‘poging tot ondermijning van de staat’ genoemd. Of onderzoekers worden zonder bewijs verdacht gemaakt op gronden die niets met hun wetenschappelijk werk te maken hebben.

Onder de mensenrechtenverdedigers zijn wereldwijd veel academici en medewerkers van universiteiten. Als ze worden vervolgd, is vaak zowel hun vrijheid van meningsuiting als hun academische vrijheid in het geding. Unesco heeft een speciale afdeling voor de bescherming van bedreigde academici. De World University Service, opgericht in 1920, met afdelingen in vijftig landen, heeft speciale programma’s voor de mensenrechten. In Nederland zet de organisatie UAF, die al in 1948 werd opgericht, zich in voor de ondersteuning van vluchtelingstudenten.

Wetgeving en universiteitsbeleid

De academische vrijheid wordt in veel nationale wetgeving nader omschreven. In Nederland bijvoorbeeld geldt die vrijheid voor universiteiten en academische instellingen, niet bijvoorbeeld voor het KNMI.

Veel Amerikaanse universiteiten hebben onder meer vastgelegd dat uitgenodigde sprekers niet mogen worden lastiggevallen, dat wetenschappers een neutraal standpunt in politieke en religieuze kwesties moeten uitdragen en dat er geen ‘pseudowetenschap’ mag worden onderwezen. Geen medewerker kan ontslagen worden voor het openbaar maken van bevindingen of het uiten van zijn mening, behalve in gevallen van ‘onderzoeksmisdragingen’. Zo werd een hoogleraar van de universiteit van Colorado ontslagen nadat hij in de media en publicaties had gezegd dat de VS de aanslagen van 9/11 aan hun eigen beleid te wijten hadden. En dat de slachtoffers van het ingestorte World Trade Center ‘kleine Eichmannetjes’ waren die zichzelf ten onrechte onschuldig hadden gewaand.

De beperkingen aan de vrijheid van onderwijs, onderzoek en publicaties die universiteiten kunnen stellen, gelden slechts voor de beroepssfeer van het desbetreffende instituut. Zoals ieder individu, heeft ook een wetenschapper vrijheid van meningsuiting.

Banden met Chinese universiteiten

In westerse landen is de academische vrijheid in het algemeen gegarandeerd. Er is echter discussie gekomen over de universitaire samenwerking met landen waar die vrijheid niet zonder meer bestaat. Zo heeft een groot aantal universiteiten, ook Nederlandse, banden met een of meer universiteiten in China. Diverse westerse universiteiten hebben in China eigen vestigingen. Alle universiteiten in China zijn gehouden aan de voorschriften van de Chinese Communistische Partij en de staat. Maakt de band met een westerse universiteit de positie van Chinese wetenschappers zelfstandiger? Of is die band juist een bevestiging dat academische vrijheid mag worden ingeperkt?

Amnesty heeft actie gevoerd voor wetenschappers in China die zijn vervolgd omdat ze de resultaten van onderzoek naar aids, milieuvervuiling, overheidsgeweld of de geschiedenis van perioden zoals de Culturele Revolutie (1966-1976) hadden gepubliceerd. Nobelprijswinnaar en hoogleraar Liu Xiaobo zat vanaf 2008 tot aan zijn dood in 2017 gevangen, veroordeeld wegens de publicatie van het manifest Charta 08. De wetenschapper Ilham Tothi die onderzoek deed naar uitbuiting van arbeidsmigranten werd op aanklachten van ‘Oeigoers separatisme’ meerdere keren opgepakt en in 2014 tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Nederlandse mensenrechtendeskundigen

Aan Nederlandse universiteiten in onder meer Utrecht, Amsterdam, Nijmegen, Tilburg en Maastricht zijn er afdelingen voor mensenrechten, die met het T.M.C. Asser Instituut samenwerken in de Onderzoekschool Rechten van de Mens. Vooraanstaande Nederlandse academici voor mensenrechten en aanverwante terreinen zijn en waren onder anderen: Peter Baehr, Ineke Boerefijn, Theo van Boven, Eva Brems, Antoine Buyse, Cees van Dam, Antoon De Baets, Pieter van Dijk, Yvonne Donders, Afshin Ellian, Roel Fernhout, Cees Flinterman, Bas de Gaay Fortman, Willem van Genugten, Janneke Gerards, Jenny Goldschmidt, Lilian Gonçalves, Frederik Grünfeld, Gerrie ter Haar, Ernst Hirsch Ballin, Fried van Hoof, Menno Kamminga, Rick Lawson, Titia Loenen, Thomas Mertens, Egbert Myjer, Barbara Oomen, Connie Rijken, René Rouwette, Bart Stapert, Ashley Terlouw, Liesbeth Zegveld, Leo Zwaak en Tom Zwart.