Marino Alvarado en Alfredo Infante
© Provea and Centro Gumilla

Venezuela: schikking in rechtszaak tegen mensenrechtenverdedigers

De gouverneur van de Venezolaanse deelstaat Carabobo heeft zijn rechtszaak wegens smaad tegen de mensenrechtenverdedigers Marino Alvarado en Alfredo Infante ingetrokken. In ruil daarvoor verduidelijken de mensenrechtenverdedigers dat ze de gouverneur niet direct verantwoordelijk houden voor mogelijke buitengerechtelijke executies.

In maart van dit jaar publiceerden de Venezolaanse ngo’s Provea en Centro Gumilla een rapport over mogelijke buitengerechtelijke executies in de deelstaat Carabobo. De organisaties vroegen om diepgaand onderzoek hiernaar, waardoor de betrokkenheid van de hele commandostructuur tot op het hoogste niveau (lees: de gouverneur van de deelstaat) aan het licht moet worden gebracht.

Verklaring

Daarop klaagde Rafael Lacava, de gouverneur van Carabobo, mensenrechtenverdedigers Marino Alvarado (Provea) en Alfredo Infante (Centro Gumilla) aan wegens smaad. Deze zaak is nu geschikt. Alvarado en Indante moeten voor 23 augustus een verklaring afleggen dat hun oproep tot het afleggen van verantwoording niet specifiek gericht is tegen de gouverneur. Na 23 augustus zou de zaak dan definitief door de rechter moeten worden gesloten.

Druk

Doordat Amnesty actievoerde voor de twee mensenrechtenverdedigers, kwam er meer aandacht voor de oneerlijke rechtszaak. Dat verhoogde de druk op de gouverneur om tot een schikking te komen, in plaats van de rechtszaak door te zetten.

Meer over dit onderwerp