Venezuela
© FEDERICO PARRA / Colaborador GettyImages

Amerikaanse agressie tegen Venezuela maakt internationale orde zwakker en geeft Venezolanen geen gerechtigheid

De aanval van de VS op Venezuela op 3 januari was volgens het VN-Handvest een onwettig gebruik van geweld, waardoor het internationaal recht nog meer afbrokkelt. Ondertussen blijven de misdaden tegen de menselijkheid van de regering-Maduro ongestraft en is er geen garantie dat ze niet opnieuw gebeuren, waarschuwde Amnesty International vandaag.

“De Amerikaanse militaire operatie in Venezuela is een duidelijke schending van het Handvest van de Verenigde Naties. Het is een daad van agressie die burgers in gevaar brengt en de bescherming van het internationaal recht ondermijnt. Het gebruik van geweld door de regering-Trump was niet alleen illegaal, maar kan ook andere landen aanzetten tot illegale acties en soortgelijke acties door de VS in de toekomst inluiden”, zegt Agnès Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International.

Zoals president Trump zelf verklaarde, waren de controle over hulpbronnen en de geopolitieke macht in de regio grotendeels de drijfveren achter de aanval van 3 januari. Sindsdien heeft hij openlijk verklaard de leiding over het land te willen overnemen.

De instabiele situatie in Venezuela en het onderdrukkende optreden van de staat leiden tot onzekerheid. Te midden van deze situatie heeft de Venezolaanse bevolking te maken met de toenemende inmenging van de VS, het uitblijven van oplossingen op het gebied van mensenrechten, en dreigingen van verdere aantasting van hun rechten en veiligheid.

Straffeloosheid

“De straffeloosheid voor de misdaden tegen de menselijkheid die de Venezolaanse autoriteiten onder Maduro al meer dan tien jaar begaan, blijft voortduren onder de waarnemende regering van Delcy Rodríguez. Zelfs nu gevangenen worden vrijgelaten, zijn er geen echte stappen gezet op het gebied van gerechtigheid. Tegelijkertijd blijven mensenrechtenverdedigers en hun organisaties het risico lopen op vervolging en criminalisering”, zegt Agnès Callamard.

“Amnesty International veroordeelt zowel het onwettige gebruik van geweld door de Verenigde Staten als de vele misdaden van de Venezolaanse autoriteiten tegen de bevolking van Venezuela. Het afwijzen van de illegale militaire actie van de Verenigde Staten mag op geen enkele manier de noodzaak van het afleggen van verantwoording en genoegdoening voor de vele ernstige mensenrechtenschendingen en misdaden tegen de menselijkheid door de Venezolaanse regering overschaduwen.”

“Er moet volledige verantwoording worden afgelegd en genoegdoening komen voor de illegale aanval van de regering-Trump op Venezuela en voor de misdaden onder internationaal recht die door de Venezolaanse autoriteiten zijn begaan.”

Afbrokkeling internationaal recht

De openlijke dreigementen van president Trump om eenzijdige militaire acties op te voeren, in combinatie met retoriek over het “besturen” van Venezuela en het controleren van de olie van het land, versnellen de afbrokkeling van het internationaal recht dat bedoeld is om burgers te beschermen en conflicten te voorkomen. Hierdoor komen mensenrechten wereldwijd in gevaar. Sinds de aanval op Venezuela heeft president Trump gedreigd met militair geweld tegen Colombia, Cuba, Groenland, Iran en Mexico. Ondertussen blijft China dreigende acties ondernemen tegen Taiwan en zijn buurlanden, en zet Rusland zijn agressie tegen Oekraïne voort en vliegt het door het luchtruim van de NAVO.

“Laat er geen misverstand over bestaan: dit zijn geplande pogingen om een ‘macht is recht’-benadering van internationale betrekkingen te normaliseren en het VN-Handvest, de Verdragen van Genève, mensenrechtenverdragen en andere pijlers van de internationale orde opzij te schuiven. Landen moeten zich verzetten tegen deze roekeloze pogingen om de wereldwijde regels te ontmantelen.”

Een machine van onderdrukking in Venezuela

Er is door Amnesty International en anderen jarenlang onderzoek gedaan naar het systematische onderdrukkende beleid in Venezuela. Deze onderdrukking bestaat uit willekeurige detenties, gedwongen verdwijningen, buitengerechtelijke executies, marteling en andere vormen van mishandeling, en is met name gericht tegen mensenrechtenverdedigers, politieke tegenstanders, demonstranten, journalisten en critici van de regering.

In 2019 beschreef Amnesty International de wijdverbreide en systematische aanval door de Venezolaanse autoriteiten onder Nicolás Maduro op de burgerbevolking. Daarbij werd vastgesteld dat er sinds ten minste 2014 misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd. Amnesty heeft sindsdien meer bewijs gepubliceerd van vervolging en gedwongen verdwijningen, en andere misdaden tegen de menselijkheid, en heeft opgeroepen tot en steun gegeven aan onderzoeken door de VN-onderzoekscommissie voor Venezuela en de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC), en ook lopende strafrechtelijke onderzoeken op basis van universele jurisdictie in Argentinië.

“Misdaden tegen de menselijkheid stoppen niet met het vertrek van Maduro. Venezolaanse slachtoffers, overlevenden en hun families blijven fysieke en psychologische littekens dragen. Het lot en de verblijfplaats van veel mensen die slachtoffer zijn geworden van gedwongen verdwijningen, blijven onbekend. Het staatsapparaat dat verantwoordelijk is voor deze misdaden is nog steeds stevig verankerd en wordt nu gesteund door de betrokkenheid van de Amerikaanse autoriteiten”, aldus Agnès Callamard.

Vrijlatingen niet genoeg

Na de aankondiging van massale vrijlatingen door de regering-Rodríguez op 8 januari, zijn honderden mensen die onterecht vastzaten vrijgelaten. Op 31 januari kondigde waarnemend president Delcy Rodríguez een amnestiewet aan, bedoeld voor iedereen die sinds 1999 van misdrijven is beschuldigd, en de sluiting van de grote detentiefaciliteit El Helicoide.

Hoewel deze aankondigingen welkom zijn, is de amnestiewet alleen niet voldoende als er geen garanties zijn dat dit niet opnieuw gebeurt. Garanties zoals het intrekken van wetten en het ontmantelen van overheidsinstanties die willekeurige detenties en andere ernstige schendingen van de mensenrechten mogelijk maakten. Amnesty International heeft eerder gezien hoe autoriteiten gevangenen vrijlaten als gebaar van goede wil, gevolgd door nieuwe golven van detenties. Bovendien is het onduidelijk of de amnestiewet ook van toepassing is op overheidsfunctionarissen, waardoor deze wet een mechanisme voor straffeloosheid zou kunnen worden.

De sluiting van El Helicoide is ook niet genoeg om een einde te maken aan de ernstige misdrijven die daar zijn gepleegd. Lokale ngo’s hebben politiek gemotiveerde willekeurige detenties in tientallen andere faciliteiten in het hele land gedocumenteerd, en er zouden illegale detentiecentra zijn.

Tot slot blijven de beperkende wetten die maatschappelijke organisaties verhinderen om te werken op het gebied van mensenrechten, ongewijzigd.

Oproep Amnesty International mensenrechtenschendingen Venezuela

“De autoriteiten in Venezuela moeten onmiddellijk alle willekeurig vastgehouden mensen vrijlaten, onmiddellijk een einde maken aan gedwongen verdwijningen en marteling, en het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering garanderen. Als dit niet gebeurt, wordt de cyclus van schendingen in stand gehouden, de straffeloosheid versterkt en worden slachtoffers hun recht op waarheid, gerechtigheid en genoegdoening ontzegt”, zegt Agnès Callamard.

Een gevaarlijk precedent dat verder reikt dan Venezuela

President Trump heeft in feite gezegd dat hij zich niet gebonden acht aan het internationaal recht en dat het westelijk halfrond een regio is waar de Verenigde Staten het recht hebben om te doen wat ze willen, zelfs met geweld, als ze dat nodig vinden. Dit is niet de eerste keer dat de Verenigde Staten eenzijdig geweld gebruiken, maar het is misschien wel de eerste keer dat de VS hun acties proberen te rechtvaardigen op een manier die duidelijk niet in overeenstemming is met het internationaal recht.

Aanvallen op boten

De aanval van 3 januari is ook het hoogtepunt van maandenlange dodelijke Amerikaanse aanvallen op vermeende drugsboten in het Caribisch gebied en het oostelijke deel van de Stille Oceaan – acties die door Amnesty International en veel juridische experts zijn veroordeeld als buitengerechtelijke executies. Sinds de inval in Venezuela heeft er nog minstens een aanval tegen een vermeende drugsboot plaatsgevonden. De opbouw van de Amerikaanse marine in het Caribisch gebied en de intentie om militair geweld te gebruiken tegen criminele groeperingen hebben de grens tussen wetshandhaving en oorlog verder doen vervagen, wat de angst voor een regionale escalatie aanwakkert.

Oproep Amnesty aan internationale gemeenschap

Alle staten moeten het belang van het VN-Handvest en de wereldwijde overeenstemming over het verbod op het gebruik van geweld in internationale betrekkingen nogmaals bevestigen. Regeringen moeten de normalisering van unilateraal geweld als beleidsinstrument afwijzen en de bescherming van burgers en mensenrechten centraal stellen.

“Staten moeten nu een duidelijke grens trekken. De enige weg die de waardigheid van slachtoffers respecteert, is een weg die geworteld is in de wet: het internationaal recht naleven, burgers beschermen, schendingen onderzoeken en gerechtigheid garanderen”, aldus Agnès Callamard.

Oproep Amnesty aan de VS en Venezuela

De Verenigde Staten moeten stoppen met dodelijke aanvallen op vermeende drugsboten en met elk verder gebruik van of dreiging met geweld tegen Venezuela. Wanneer er geloofwaardig bewijs is van burgerdoden of het onwettig doden van mensen, moeten zij onmiddellijk, onafhankelijk en onpartijdig onderzoek doen en schadevergoeding bieden.

De Venezolaanse autoriteiten moeten een einde maken aan misdaden tegen de menselijkheid: het recht op leven garanderen en iedereen die nog steeds willekeurig wordt vastgehouden vrijlaten; gedwongen verdwijningen, marteling en andere vormen van mishandeling stoppen; gewapende pro-regeringsgroeperingen, die ook verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen ontmantelen; en het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging, politieke deelname en vreedzame vergadering garanderen.

De autoriteiten moeten het onderdrukkende beleid in zijn geheel ontmantelen en garanties bieden dat dit niet opnieuw gebeurt, te beginnen met het versterken van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en andere staatsinstellingen. De daders van deze misdaden moeten ter verantwoording worden geroepen en de rechten van de slachtoffers op gerechtigheid en genoegdoening, moeten worden nagekomen. De nieuwe situatie mag geen excuus zijn om onderdrukking uit te breiden.

Achtergrond: Waarom de Amerikaanse aanval een onwettig gebruik van geweld en een daad van agressie was

Het internationaal recht is duidelijk: artikel 2, lid 4, van het VN-Handvest verbiedt het gebruik van geweld of de dreiging daarmee tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van een staat; Artikel 2, lid 3, vereist een vreedzame beslechting van geschillen. De Verklaring inzake vriendschappelijke betrekkingen (Resolutie 2625 van de Algemene Vergadering van de VN) legt het verbod op gewapende interventie vast. En UNGA-resolutie 3314 definieert agressie en merkt op dat het eerste gebruik van gewapend geweld door een staat in strijd met het Handvest op het eerste gezicht bewijs is van een daad van agressie, inclusief bombardementen of aanvallen op de strijdkrachten van een andere staat. De operatie van 3 januari voldeed precies aan die bepalingen.

Buitengerechtelijke executies op zee

De Amerikaanse regering begon haar militaire escalatie met buitengerechtelijke executies in internationale wateren. De arrestatie van Nicolás Maduro werd uitgevoerd onder het mom van de bestrijding van drugshandel, waarna snel de echte reden duidelijk werd: controle over de natuurlijke hulpbronnen van Venezuela. Afgezien van de steeds wisselende officiële rechtvaardiging, zijn de feiten duidelijk en vormen ze ernstige schendingen van het internationaal recht. Zelfs als de beweringen van de Amerikaanse regering over drugsbestrijding zouden worden geaccepteerd, zou het nog steeds onwettig zijn om zonder toestemming van een andere staat rechtshandhavingsbevoegdheid uit te oefenen op het grondgebied van die staat; dit is een schending van de soevereiniteit die door het internationaal recht wordt erkend. Beschuldigingen van drugshandel zijn geen “gewapende aanval” die zelfverdediging op grond van artikel 51 van het Handvest kan rechtvaardigen.

Het Inter-Amerikaanse Juridisch Comité heeft ook bevestigd dat voor de lidstaten van de OAS (Organisatie van Amerikaanse Staten) zelfverdediging en toestemming van de VN-Veiligheidsraad de enige uitzonderingen zijn op het verbod op het gebruik van geweld.

Handelingen van agressie

De Amerikaanse aanval voldoet duidelijk aan drie van de zeven verboden handelingen die in resolutie 3314 worden gedefinieerd als handelingen van agressie: “De invasie of aanval door de strijdkrachten van een staat op het grondgebied van een andere staat”; “bombardementen door de strijdkrachten van een staat op het grondgebied van een andere staat of het gebruik van wapens door een staat tegen het grondgebied van een andere staat”; en een “aanval door de strijdkrachten van een staat op de land-, zee- of luchtstrijdkrachten, of de marine- en luchtvloot van een andere staat”.

Het internationaal recht inzake de mensenrechten is altijd van toepassing. In Algemeen Commentaar nr. 36 van het VN-Mensenrechtencomité wordt duidelijk gesteld dat daden van agressie die leiden tot het ontnemen van leven, automatisch in strijd zijn met artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten, en dat het niet vreedzaam oplossen van geschillen een schending kan zijn van de plicht om het leven te beschermen.

“Geen enkel label kan een bombardement aanmerken als ‘wetshandhaving’. De feiten, niet politieke retoriek, bepalen het recht dat van toepassing is. Zonder toestemming van de Veiligheidsraad of een daadwerkelijk geval van zelfverdediging is het eenzijdige gebruik van geweld door de VS tegen Venezuela onwettig en een daad van agressie.”

Achtergrond: Misdaden tegen de menselijkheid

In 2020 verklaarde de Aanklager van het ICC dat er “redelijke gronden waren om te concluderen” dat er sinds ten minste april 2017 misdaden tegen de menselijkheid waren begaan in Venezuela. In november 2021 startte de aanklager formeel een onderzoek. Sindsdien hebben de Kamer van Vooronderzoek en de Kamer van Beroep toestemming gegeven om het onderzoek voort te zetten, ondanks pogingen van Venezuela om het te stoppen. Volgens het ICC hadden de binnenlandse autoriteiten geen echte procedures gestart tegen hoge ambtenaren en leden van de staatsveiligheidsdiensten.

Op basis van deze consistente bevindingen, waaronder de gedocumenteerde commandostructuur, de centrale rol van het presidentschap in het veiligheids- en inlichtingenapparaat van Venezuela en de omvang en systematische aard van de schendingen, behoort Nicolás Maduro tot degenen die onder het onderzoeks- en vervolgingsbereik van het ICC zouden vallen, mits het bewijs voldoet aan de eisen van het Statuut van Rome.

Amnesty roept Internationaal Strafhof op tot actie

“Venezolaanse slachtoffers hebben recht op waarheid, gerechtigheid en genoegdoening voor de misdaden tegen de menselijkheid die ze hebben ondergaan. We roepen het ICC op om zijn werk te versnellen, zoals het uitvaardigen van arrestatiebevelen wanneer aan de bewijsvereisten is voldaan. Uitstel van gerechtigheid is onrechtvaardigheid, vooral voor Venezolanen die al jaren wachten om gehoord te worden. De acties van de Amerikaanse regering maken het vooruitzicht op een mogelijke rechtszaak tegen Nicolás Maduro nog veel moeilijker en complexer”, zegt Agnès Callamard.

Lees het volledige Engelse bericht.

Meer over dit onderwerp