Slachtoffers van het buitensporig geweld tegen demonstranten van de revolutie in Tunesië strijden nog steeds voor gerechtigheid, zoals de moeder van de gedoodde Raouf Boukaddous, hier bij een verhoor bij de Waarheid en Waardigheid Commissie in 2016.ac
© AFP or licensors

Tunesië: 10 jaar na de revolutie nog steeds geen gerechtigheid voor de slachtoffers

Tunesië: 10 jaar na de revolutie nog steeds geen gerechtigheid voor de slachtoffers

Het is alweer 10 jaar geleden dat de revolutie in Tunesië een golf van opstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika inluidde. Al die tijd wachten de slachtoffers van de mensenrechtenschendingen die plaatsvonden bij die revolutie op gerechtigheid en schadevergoeding.

De Jasmijnrevolutie in Tunesië duurde van 17 december 2010 tot 14 januari 2011, toen president Ben Ali het land uit vluchtte. In die dagen doodden veiligheidstroepen 132 demonstranten en verwondden er 4.000. Ook maakten zij zich schuldig aan marteling en mishandeling. Opeenvolgende regeringen hebben er geen prioriteit aan gegeven mensen hiervoor ter verantwoording te roepen. Doordat er niet wordt afgerekend met het verleden, vinden er nog steeds mensenrechtenschendingen plaats.

Verdachten belemmeren rechtsgang

Sinds mei 2018 zijn ten minste tien rechtszaken geopend over de gewelddadige onderdrukking van de revolutie. Maar er is nog niemand veroordeeld. De veiligheidssector en voormalige en huidige ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken belemmeren de rechtsgang. Zij komen keer op keer niet opdagen bij rechtszittingen. ‘Daarmee laten zij zien dat ze nog steeds het gevoel hebben dat ze in Tunesië overal mee wegkomen’, zegt Amna Guellali van Amnesty International. ‘Deze rechtszaken zijn misschien de laatste kans om mensen ter verantwoording te roepen voor de gepleegde misdrijven en te zorgen voor gerechtigheid voor de slachtoffers en hun families.’

‘Ermee leven totdat er gerechtigheid komt’

De 19-jarige demonstrant Marwen Jamli werd op 8 januari 2011 gedood. Zijn vader Kamel Jamli vertelde Amnesty dat hij en zijn familie jarenlang heen en weer reisden tussen de militaire rechtbank in Kef, toen in Tunis en nu in Kasserine, in de hoop op gerechtigheid:

Onze kinderen zijn niet voor niets gestorven. Het is onze plicht om nu te strijden voor gerechtigheid, zodat niemand hoeft mee te maken wat wij meemaken. Zij offerden hun levens op, wij zullen ook de offers brengen die nodig zijn… We blijven naar Kasserine gaan, hoe moe en oud we ook worden. We weten wie onze zoons in Thala hebben gedood en weten dat zij nog steeds aan het werk zijn. Daarmee moeten wij iedere dag weer leven totdat er gerechtigheid komt. Zij moeten ten minste schuld bekennen, de waarheid vertellen over wat ze deden en berouw tonen.’

Waarheid en Waardigheid Commissie

In 2016 ging in Tunesië een Waarheid en Waardigheid Commissie (IVD) aan het werk. De commissie interviewde duizenden slachtoffers en getuigen en verwees twaalf aanklachten door naar de rechter, waarvan er tien een rechtszaak werden. Er zijn 23 hoorzittingen geweest, waarbij tientallen slachtoffers en getuigen zijn gehoord maar de beschuldigde meestal ontbrak. In geen enkele zaak is een eindoordeel geveld.

Amnesty’s oproep

Amnesty roept de Tunesische autoriteiten op verdachten te berechten en te garanderen dat zij die beschuldigd worden van het doden van demomstranten en het begaan van andere grove mensenrechtenschendingen zorgvuldig worden vervolgd.