Het gebouw van de ngo ‘Memorial’ in Moskou is besmeurd met graffiti: ‘Buitenlandse agent. Love USA’ (2012).
© Yulia Orlova / HRC Memorial

Uitbreiding Russische ‘buitenlandse agenten’-wet bedreiging voor journalisten

Het Russische parlement moet beslissen over een uitbreiding van de ‘buitenlandse agenten’-wet waardoor nu iedereen die iets publiceert als ‘buitenlandse agent’ kan worden aangemerkt. Hierdoor kunnen nu ook bloggers en onafhankelijke journalisten dit stempel krijgen. Zelfs een berichtje op Twitter kan tot een boete leiden. Hiermee komt de onafhankelijke journalistiek in Rusland verder onder druk te staan. De wet treedt mogelijk eind 2019 in werking.

De wet op ‘buitenlandse agenten’ geldt nu voor non-gouvernementele organisaties (ngo’s) en mediabureaus die geld uit het buitenland ontvangen. In hun publicaties zijn zij verplicht om te vermelden dat zij een ‘buitenlandse agent’ zijn. Doen zij dit niet dan riskeren de ngo’s en mediabureaus een boete van ruim 7 duizend euro of een gevangenisstraf die kan oplopen tot 2 jaar.

Nieuwe stap om vrije meningsuiting te beperken

Bloggers en onafhankelijke journalisten die als ‘buitenlandse agent’ worden bestempeld, moeten zich bij het ministerie van Justitie registreren. Houden ze zich niet aan de regels, dan kunnen ze een boete krijgen variërend van 140 tot ruim 70 duizend euro. De dreiging met boetes zal ertoe leiden dat journalisten en bloggers zich minder vrijelijk durven uiten.

‘Journalisten die met buitenlandse redacties samenwerken, worden het zwaarst getroffen door de wetsuitbreiding,’ zegt Galina Arapova, advocaat bij het Mass Media Defence Center in Rusland. ‘Als zij een vergoeding ontvangen via een overschrijving van een buitenlandse bank is dat voldoende om als ‘buitenlandse agent’ aangemerkt te worden.’

Amnesty’s oproep

Amnesty International en andere mensenrechtenorganisaties roepen de Russische autoriteiten op de wetsuitbreiding in te trekken en de huidige wet in lijn te brengen met Ruslands verplichtingen onder internationale mensenrechtenwetgeving. Dat betekent dat ze artikel 10, het recht op vrijheid van meningsuiting, en artikel 11, het recht op vrijheid van vergadering en vereniging, van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens moeten respecteren.