© REUTERS/Mohammad Ponir Hossain

Regering Myanmar volgt bevel van Internationaal Gerechtshof niet op om Rohingya te beschermen

Op 23 januari 2020 beval het Internationale Gerechtshof (ICJ) de autoriteiten van Myanmar om ‘voorlopige maatregelen’ te nemen om de Rohingya-bevolking tegen genocide te beschermen. De autoriteiten moesten binnen vier maanden rapporteren over de implementatie van deze maatregelen. Op 23 mei loopt deze deadline af. De autoriteiten van Myanmar hebben nog niets gerapporteerd.

‘Ondanks het bevel van het Internationale Gerechtshof is er voor de ongeveer 600.000 Rohingya die nog in Myanmar leven, niets veranderd’, zegt Nicholas Bequelin van Amnesty International. ‘De Rohingya in Myanmar leven onder erbarmelijke omstandigheden. Zo’n 126.000 van hen worden voor onbepaalde tijd vastgehouden in kampen.’

Geen rechten voor Rohingya

Veel rechten van de Rohingya-bevolking in Myanmar worden geschonden. Zo hebben ze geen recht op een nationaliteit en staatsburgerschap, geen vrijheid van beweging en geen toegang tot diensten als gezondheidszorg. Daarnaast zitten ze middenin een gewapend conflict tussen het leger van Myanmar en de gewapende groepering Arakan Army. Door internetstoringen hebben de Rohingya en andere minderheidsgroepen in de staten Rakhine en Chin geen goede toegang tot mogelijk levenreddende informatie. Het is niet goed mogelijk om de humanitaire situatie ter plekke in de gaten te houden. Hierdoor lopen deze mensen meer risico, vooral ook in het kader van de coronacrisis.

Rohingya leven in apartheidsregime

De president van Myanmar heeft instructies gegeven aan zijn medewerkers om geen genocide te plegen en om geen bewijsmateriaal daarvan te vernietigen. Dit komt overeen met de opdracht van het Internationale Gerechtshof. In werkelijkheid zijn er echter geen concrete stappen gezet om een einde te maken aan de schendingen van de rechten van de Rohingya. Zo is het systeem van wettelijke apartheid waarin ze leven nog onveranderd.

Actie van ICC gewenst

‘Totdat er echte verantwoordelijkheid wordt genomen ten opzichte van degenen die verantwoordelijk zijn voor deze misdaden onder internationale wetgeving, is er weinig hoop voor verbetering voor de Rohingya en andere etnische minderheidsgroepen in Rakhine, Kachin en Shan’, zegt Nicholas Bequelin. ‘Deze bevolkingsgroepen lijden nog steeds onder ernstige mensenrechtenschendingen begaan door de autoriteiten van Myanmar. Amnesty International blijft de VN-Veiligheidsraad dan ook oproepen om de situatie in Myanmar door te verwijzen naar het Internationale Strafhof (ICC).’

Achtergrond

Op 11 november 2019 diende Gambia een zaak in tegen Myanmar bij het Internationale Gerechtshof. Gambia beschuldigt Myanmar ervan haar verplichtingen onder de Genocide Conventie uit 1948 niet na te komen. Gambia vroeg het Gerechtshof om voorlopige maatregelen te eisen om de Rohingya te beschermen. Van 10 tot en met 12 december vonden de zittingen plaats in Den Haag. De delegatie uit Myanmar, met aan het hoofd Aung San Suu Kyi, ontkende de beschuldigingen van genocide en vroeg het hof de zaak af te wijzen. Op 23 januari echter, kende het hof de maatregelen toe. Myanmar moest binnen vier maanden rapporteren over de voortgang ervan en daarna iedere zes maanden een update geven.

Lees meer in het Engelse bericht.