Politieagenten voeren in maart 2011 op ruwe wijze een politiek activist af bij een demonstratie in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Baku
© IRFS

Politieoptreden tijdens demonstraties: de do’s en dont’s

Bolivia, Chili, Ecuador, Hongkong, Libanon, Indonesië, Irak, Spanje… in veel landen vinden op dit moment massale demonstraties plaats. Of het nu gaat om een protest tegen corruptie of oneerlijke verkiezingen, mensen moeten op vreedzame wijze kunnen demonstreren. Dat is een mensenrecht.

Helaas gebruikt de politie vaak buitensporig geweld om betogers in te tomen. Wat mag de politie wel en wat niet? Amnesty formuleerde zes basisregels waar de politie zich bij demonstraties aan moet houden.

De regels zijn gebaseerd op twee richtlijnen van de Verenigde Naties: de Code of Conduct for Law Enforcement Officials en de Basic Principles on the Use of Force and Firearms by Law Enforcement Officials.

1. De politie moet vreedzame demonstraties faciliteren

Mensen hebben het recht om in het openbaar voor hun mening uit te komen. Politieagenten moeten de duidelijke instructie krijgen dat ze demonstraties moeten faciliteren. Als een demonstratie is verboden maar vreedzaam verloopt, moet de politie het gebruik van geweld vermijden. Als de inzet van geweld wel nodig is, bijvoorbeeld om zichzelf en anderen te beschermen, dan moet dat minimaal zijn en voldoen aan de Basic Principles van de VN.

2. De politie moet vreedzame demonstraties beschermen

Kleine overtredingen van demonstranten, bijvoorbeeld vanwege schade die ze veroorzaken, mogen niet leiden tot het uiteendrijven van de demonstratie. Mensen die zich schuldig maken aan overtredingen kunnen uiteraard vervolgd worden. De politie mag een demonstratie alleen uiteendrijven als er geen andere manier meer is om de openbare orde te handhaven, of om geweld te voorkomen. Als een kleine groep een vreedzame demonstratie gewelddadig probeert te maken, moet de politie de vreedzame betogers beschermen en het geweld van sommigen niet gebruiken als reden om het recht om te demonstreren van de grote groep te schenden.

3. De politie moet de-escalerend optreden

Goed overleg tussen de politie en de organisatoren en demonstranten, zowel voor als tijdens de demonstratie, is een goed middel om geweld te voorkomen. Als de politie (gerechtvaardigd) besluit om de demonstratie uiteen te drijven, moet ze die beslissing goed communiceren en uitleggen. Demonstranten moeten voldoende tijd krijgen om uiteen te gaan.

4. De politie mag alleen worden ingezet voor wettige doeleinden

De politie mag geen geweld gebruiken omdat een demonstrant een bevel niet opvolgt of alleen omdat hij aan demonstratie deelneemt. Aanhouding en detentie mag alleen plaatsvinden op basis van wettelijke procedures. De politie mag mensen niet arresteren om de deelname aan een vreedzame demonstratie te voorkomen of om mensen te straffen voor hun deelname aan een protest.

5. De politie moet de gezondheid van demonstranten beschermen

De politie mag nooit vuurwapens inzetten om een demonstratie uiteen te drijven. Ze mag ook geen wapenstokken en dergelijke inzetten tegen vreedzame demonstranten. Als er geen andere mogelijkheid is dan het gebruik van de wapenstok, moet de politie er alles aan doen om ernstige verwondingen te voorkomen. De politie moet zeer terughoudend zijn met de inzet van geweldsmiddelen als rubberkogels en traangas. Traangas mag bijvoorbeeld niet worden gebruikt in een afgesloten ruimte en rubberkogels mogen niet op het hoofd worden afgevuurd. De politie moet zonder vertraging medische hulp verlenen aan gewonde mensen, of dat toestaan.

6. De politie moet verantwoording afleggen over haar optreden

Als de politie geweld heeft gebruikt tijdens een demonstratie, moet dat onderzocht worden. Klachten over het politieoptreden moeten op de juiste manier in behandeling worden genomen. Politieagenten moeten tijdens de inzet bij een demonstratie individueel identificeerbaar zijn. Beschermende kleding zoals helmen mag niet worden gebruikt om de identiteit van politieagenten te verhullen.