© Jawad Morad © Amnesty International

Libanon: marteling van Syrische vluchtelingen die geen eerlijk proces krijgen

Libanon: marteling van Syrische vluchtelingen die geen eerlijk proces krijgen

Syrische vluchtelingen die in Libanon – terecht of onterecht – werden gevangengezet op verdenking van aan terrorisme verwante aanklachten, werden slachtoffer van marteling en een oneerlijk proces. Dat blijkt uit een nieuw Amnesty-rapport.

In het rapport “I wish I would die”: Syrian refugees detained on terrorism-related charges and tortured in Lebanon worden de verhalen van 26 vluchtelingen beschreven, onder wie vier kinderen. Zij werden tussen 2014 en 2021 gevangengezet vanwege aan terrorisme gerelateerde aanklachten. De onderzoekers interviewden gevangenen en voormalig gevangenen en advocaten en bestudeerden juridische documenten.

Sinds 2011 zijn in Libanon honderden Syrische vluchtelingen gevangengezet. Vaak gebeurde dat willekeurig, op basis van verzonnen aanklachten van terrorisme. Soms werden de vluchtelingen vastgehouden omdat zij lid waren van een gewapende groepering.

Dezelfde gruwelen

‘Vluchtelingen die ontsnapten aan oorlog, meedogenloze repressie en wijdverbreide marteling worden nu in Libanon willekeurig opgepakt en zonder contact met de buitenwereld vastgehouden. Daar krijgen ze te maken met veel van dezelfde gruwelen die ook in Syrische gevangenissen plaatsvinden’, zegt Amnesty’s vluchtelingenonderzoeker Marie Forestier.

Slechts één van de door Amnesty onderzochte gevangenen zegt niet te zijn gemarteld. Ten minste vier mannen vertelden zo erg in elkaar te zijn geslagen dat ze het bewustzijn verloren en twee mannen hadden gebroken tanden.

Gemarteld omdat je tegen Assad bent

Gevangenen vertelden dat zij slachtoffer werden van sommige van dezelfde marteltechnieken die in Syrische gevangenissen werden gebruikt, zoals het ‘vliegende tapijt’: vastgebonden op een opvouwbare plank, ‘shabeh’, waarbij iemand aan polsen wordt opgehangen en wordt geslagen en ‘balango’, waarbij iemand urenlang wordt opgehangen met de polsen achter de rug gebonden.

Voormalig gevangene Bassel vertelde dat hij twee weken lang elke dag zo erg werd geslagen dat zijn wonden gingen zweren. ‘Ze sloegen ons op onze rug met plastic buizen uit de badkamer. Ik had open wonden op mijn rug die steeds erger werden. Uiteindelijk kwamen er wormen in.’

Politiek gemotiveerd

Een andere gevangene zei dat hij zo hard op zijn genitaliën werd geslagen dat hij dagenlang bloed plaste. De agent die hem sloeg, zei: ‘Ik sla je hier zodat je geen kinderen meer op deze wereld kunt zetten, zodat je deze gemeenschap niet vervuilt.’

Verschillende gevangenen vertelden dat de Libanese veiligheidstroepen tijdens het martelen refereerden aan hun oppositie tegen president Assad. Dat duidt erop dat hun marteling wellicht politiek gemotiveerd was.

Martelingen niet onderzocht

Er is geen onderzoek gedaan naar de aantijgingen van marteling die Amnesty documenteerde. Zelfs als de verdachte of diens advocaat de rechter erover vertelde, volgde er geen onderzoek. In sommige gevallen vroegen veiligheidsagenten uitstel van een hoorzitting aan, waardoor de littekens van de martelingen al waren verdwenen.

Libanon nam in 2017 een anti-martelwet aan, maar implementeert die niet. Aanklachten van marteling komen zelden voor de rechter.

Geen eerlijk proces

Alle 26 gevangenen die Amnesty International sprak, hadden tijdens hun eerste verhoren geen toegang tot een advocaat. Daardoor konden zij zich niet goed verdedigen of hun arrestatie aanvechten. Ook in strijd met internationale recht is dat het vaak weken duurde voordat zij voor een onderzoeksrechter werden gebracht. In negen gevallen duurde het zelfs twee jaar.

De rechter baseerde het vonnis vaak op bekentenissen die na marteling werden verkregen of op verklaringen van onbetrouwbare bronnen. En de aanklachten waren vaag en ruim geformuleerd. Ten minste veertien gevangenen vertelden dat zij misdrijven ‘bekenden’ die zij niet hadden gepleegd na te zijn gemarteld of bedreigd.

Discriminatie

In veertien van de door Amnesty onderzochte zaken werden Syrische vluchtelingen veroordeeld voor terrorisme op discriminatoire gronden, waaronder politieke voorkeur. In negen gevallen werd alleen al het feit dat iemand verklaarde tegen de Syrische regering te zijn beschouwd als voldoende bewijs om iemand te veroordelen voor terrorisme.

Amnesty’s oproep

Amnesty roept de Libanese autoriteiten op onmiddellijk hun anti-martelwet te implementeren en zich te houden aan internationale mensenrechtenverdragen. Zij moeten ervoor zorgen dat aantijgingen van marteling worden onderzocht en de daders worden berecht.

Ook moeten de autoriteiten alle Syrische gevangenen een eerlijk proces garanderen, dat voldoet aan internationale standaarden. Burgers mogen ook niet langer worden berecht voor militaire rechtbanken.

Lees het hele rapport hier: “I wish I would die”: Syrian refugees detained on terrorism-related charges and tortured in Lebanon.