Israëlische luchtaanvallen op financiële instelling in Libanon moeten worden onderzocht als oorlogsmisdaden
Israëlische luchtaanvallen op locaties gelinkt aan al-Qard al-Hassan, een non-profit financiële instelling gelieerd aan Hezbollah, moeten worden onderzocht als oorlogsmisdaden. Volgens het internationaal humanitair recht zijn dit geen legitieme militaire doelen.
Het Israëlische leger kondigt sinds 2 maart aan dat het alle vestigingen van al-Qard al-Hassan in Libanon zou aanvallen. Dat waren er volgens het Israëlische leger afgelopen week “ongeveer dertig”. Veel kantoren van al-Qard al-Hassan staan in woongebouwen of in drukbevolkte wijken. De aanvallen in de zuidelijke voorsteden van Beiroet, Zuid-Libanon en de Beka-vallei verwoestten voorzieningen die tienduizenden burgers gebruikten om toegang te krijgen tot financiële diensten, waaronder leningen voor schoolgeld, gezondheidszorg en vervoer naar werk.
Geen militair doelwit
“Het Israëlische leger lijkt er steeds weer van uit te gaan dat iets een legitiem doelwit is zodra het is aangemerkt als Hezbollah-gerelateerd—of het nu gaat om gezondheidswerkers, huizen in grensdorpen of financiële instellingen. Dat is onjuist“, aldus Heba Morayef, van Amnesty International.
“Beschuldigingen van financiële banden maken een burger of een gebouw op zichzelf geen militair doelwit. Het onderscheid tussen militaire doelwitten en burgerobjecten is een hoeksteen van het internationaal humanitair recht. Hezbollah is niet alleen een militaire en een politieke actor, maar beheert ook dienstverlenende instellingen en liefdadigheidsinstellingen met burgerpersoneel.”
Burgers en civiele objecten worden niet automatisch legitieme doelwitten alleen vanwege een band of vermeende connectie. Deze aanvallen zijn onwettig en moeten worden onderzocht als oorlogsmisdaden.
Amnesty International onderzocht de beweringen van het Israëlische leger over de aanvallen en verifieerde beeldmateriaal van vier locaties die op 2 en 9 maart 2026 zijn aangevallen. De mensenrechtenorganisatie interviewde twaalf mensen met verschillende achtergronden die de financiële diensten van al-Qard al-Hassan gebruikten. Om de privacy en veiligheid van deze mensen te beschermen, worden overal pseudoniemen gebruikt. Hun echte namen zijn bij Amnesty bekend.
Aanslagen op civiele infrastructuur onder vage ‘terroristische’ claims
De Al-Qard al-Hassan Association is al lange tijd een van de belangrijkste verstrekkers van microkredieten in het land en opereert sinds 1987 onder een door de Libanese regering verstrekte NGO-vergunning. De instelling heeft geen vergunning van de Centrale Bank van Libanon om als financiële instelling te opereren. Sinds 2007 staat Al-Qard al-Hassan onder Amerikaanse sancties vanwege haar banden met Hezbollah. In juli 2025 gaf de Centrale Bank financiële instellingen met een vergunning de opdracht om alle transacties met instellingen zonder vergunning van de Bank en instellingen die onderhevig zijn aan buitenlandse sancties, waaronder al-Qard al-Hassan, stop te zetten.
Volgens het internationaal humanitair recht worden civiele objecten, waaronder financiële instellingen, beschermd. Alleen militaire doelen mogen wettelijk worden aangevallen. En dan alleen als deze objecten een werkelijke bijdrage leveren aan militaire acties en als de vernietiging, verovering of neutralisatie ervan op dat moment een duidelijk militair voordeel oplevert.
Amnesty International heeft geen bewijs van de Israëlische autoriteiten gezien waaruit blijkt dat de vestigingen van Al-Qard al-Hassan aan deze criteria voldoen. Het Israëlische leger heeft niet laten weten dat de kantoren op het moment van de aanvallen werden gebruikt om direct bij te dragen aan het slagen van militaire acties. Op 2 maart schreef de woordvoerder van het Israëlische leger op X dat al-Qard al-Hassan “civiele deposito’s gebruikt om financiële diensten te verlenen aan Hezbollah en zijn agenten voor terroristische doeleinden”. Op 9 maart beschreef de woordvoerder de vereniging als “terroristische infrastructuur” en “een centraal element in de financiering van de terroristische activiteiten van Hezbollah dat de Libanese economie schaadt ten dienste van Iraanse belangen”.
Zelfs als Israëls beweringen dat Hezbollah al-Qard al-Hassan gebruikte voor financiële diensten correct zouden zijn, hebben deze gebouwen een beschermde status onder het internationaal humanitair recht.
“Andere Staten moeten duidelijk maken dat het onwettig is om aanvallen uit te voeren op financiële instellingen. Financiële steun of financiële banden zijn onvoldoende redenen om dergelijke aanvallen uit te voeren. En deze aanvallen zijn bijzonder verontrustend omdat ze verwoestende gevolgen hebben voor de civiele infrastructuur en het levensonderhoud van de bevolking”, aldus Heba Morayef.
Eerdere aanvallen
Dit is de derde ronde van Israëlische militaire aanvallen op al-Qard al-Hassan. Tijdens de escalatie in 2024, op 21 oktober, beweerde het Israëlische leger “bijna dertig” van zijn locaties in Beiroet en de zuidelijke voorsteden, Zuid-Libanon en de Beka-vallei te hebben aangevallen. Amnesty International riep destijds op om de aanvallen te onderzoeken als oorlogsmisdaden.
Na de afkondiging van een staakt-het-vuren in december 2024, kondigde de instelling de heropening aan van 16 vestigingen in heel Libanon. Na de meest recente reeks aanvallen bleven sommige gebouwen overeind, maar waren niet langer operationeel.
“Al meer dan twee jaar begaat het Israëlische leger straffeloos onwettige daden in Libanon, waaronder meerdere reeksen aanvallen op burgerdoelen. Landen die invloed hebben op Israël moeten actie ondernemen om ervoor te zorgen dat er verantwoording wordt afgelegd, zodat we een einde kunnen maken aan deze verwoestende cyclus van schendingen”, aldus Heba Morayef.
Meerdere aanvallen, met en zonder waarschuwing
Israël voerde twee grote series aanvallen uit op de vestigingen van al-Qard al-Hassan. Op 2 maart 2026, omstreeks 13.55 uur, kondigde een woordvoerder van het Israëlische leger aan dat Israëlische troepen begonnen waren met “aanvallen op infrastructuur van al-Qard al-Hassan van Hezbollah” en gaf hij bewoners binnen een straal van 300 meter zo’n 18 locaties van al-Qard al-Hassan het bevel onmiddellijk te evacueren. Tussen 13.55 uur en 14.30 uur publiceerde de woordvoerder een reeks kaarten waarop alle beoogde locaties in Libanon waren aangegeven, gevolgd door een samengestelde afbeelding waarop alle 18 locaties te zien waren.
Er werden individuele evacuatiewaarschuwingen afgegeven voor Borj al-Barajneh in de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, voor drie locaties in in de regio Baalbeck, en voor andere locaties. Er volgden nog meer berichten met waarschuwingen voor diverse locaties. Enkele minuten voor 16.00 uur diezelfde dag begonnen Israëlische troepen deze locaties te bombarderen. Om 19.38 uur kondigde de woordvoerder het einde van de operatie aan en verklaarde dat de aanvallen waren uitgevoerd vanwege de financiële activiteiten van al-Qard al-Hassan ter ondersteuning van Hezbollah.
Het Evidence Lab van Amnesty International verifieerde beelden. Die tonen het moment waarop op 2 maart munitie uit de lucht werd afgeworpen op een gebouw van drie verdiepingen in een woon- en winkelgebied in de stad Tyrus. Video’s van de nasleep tonen het verwoeste gebouw, dat in een winkelcentrum stond. Onder meer een warenhuis, restaurants en een apotheek liepen grote schade op.
Op minder dan 2 kilometer afstand is ook een gebouw van elf verdiepingen met een andere vestiging van al-Qard al-Hassan verwoest. Geverifieerde beelden tonen een hoop puin en schade aan appartementengebouwen in de buurt. Het verwoeste gebouw stond tegenover een basisschool.
Evacautiebevelen
Sinds het massale evacuatiebevel voor vier grote wijken in de zuidelijke buitenwijken van Beiroet op 5 maart, dat zowel op dezelfde dag als op 7 maart werd herhaald, vielen Israëlische troepen herhaaldelijk meerdere gebieden in de zuidelijke buitenwijken van Beiroet aan. Dag en nacht, zonder dat het leger specifieke waarschuwingen gaf.
Een week later, op 9 maart om 8.49 uur, kondigde een Israëlische militaire woordvoerder verdere aanvallen aan op vestigingen van al-Qard al-Hassan. Dit keer waarschuwde hij specifiek voor aanvallen in de zuidelijke voorsteden van Beiroet. In tegenstelling tot de gedetailleerde waarschuwingen van 2 maart verwees het bericht van 9 maart alleen naar “de terroristische infrastructuur van de al-Qard al-Hassan Association” in de zuidelijke voorsteden van Beiroet, zonder individuele locaties te noemen of een kaart te verstrekken.
Twee uur na de meer algemene waarschuwing van 9 maart, om 10.50 uur, lanceerden Israëlische troepen een nieuwe reeks luchtaanvallen op de zuidelijke voorsteden. Hierbij werden meer dan een dozijn gebouwen getroffen, waaronder gebouwen waar al-Qard al-Hassan was gevestigd.
Een financiële reddingsboei voor een diverse gemeenschap
In Libanon maken veel mensen al lang gebruik van instellingen buiten het formele banksysteem, waaronder al-Qard al-Hassan, voor diverse financiële diensten. Na de financiële en economische ineenstorting van 2019 weigerden banken in Libanon herhaaldelijk mensen volledige toegang tot hun spaargeld, of sloten ze gewoon hun deuren.
De 55-jarige Umm Ali vertelde Amnesty International dat ze al meer dan 27 jaar een beroep doet op al-Qard al-Hassan: “Ik nam leningen om het schoolgeld van mijn kinderen te betalen en betaalde ongeveer 50 dollar per maand terug. Als er nieuwe uitgaven waren, betaalde ik de ene lening af en nam ik een andere, zoals veel gezinnen deden om de onderwijskosten van hun kinderen te kunnen betalen.”
Mayyada, een vrouw van in de vijftig, zei dat ze al meer dan acht jaar gebruikmaakt van al-Qard al-Hassan. Haar dochter vertelde Amnesty International: “Mijn broer liet ook het goud van zijn vrouw als onderpand bij al-Qard al-Hassan achter. Er wordt nu veel kwaadgesproken over al-Qard vanwege de politieke situatie, maar we hebben nog nooit iets verloren bij hen, in tegenstelling tot bij de banken.”
Nouhad, 61, zei dat ze in 2023 een ketting van haar nicht leende en deze bij al-Qard al-Hassan had verpand om een motor voor haar naaimachine te kopen, die de enige bron van inkomsten voor haar huishouden was. “Zonder dit geld had ik niet in mijn levensonderhoud kunnen voorzien, omdat ik de motor van 250 dollar nooit zelf had kunnen betalen. In mijn omgeving zijn er bijna geen werkgelegenheidskansen, vooral niet voor oudere mensen.”
Hezbollah is sjiitisch. Maar ook mensen buiten de sjiitische gemeenschap gebruikten de diensten van al-Qard al-Hassan. De 29-jarige Maria uit een christelijke middenklasse-buurt maakte er in 2023 voor het eerst gebruik van. Ze bracht drie kapotte gouden kettingen naar al-Qard al-Hassan en nam een kleine lening: “We waren er altijd vanuit gegaan dat we geen gebruik konden maken van al-Qard al-Hassan. Pas later realiseerde ik me dat deze optie voor iedereen openstond.”
Zo vertelde ook een 61-jarige man uit Sidon/Saïda aan Amnesty International dat hij “pas onlangs ontdekte” dat hij toegang had tot de diensten van al-Qard al-Hassan, “ondanks dat hij een soenniet is”. Hij voegde eraan toe dat hij de voorkeur gaf aan al-Qard al-Hassan boven andere financiële instellingen, omdat de leningen daar renteloos zijn (rente is verboden in de islam).
Aanvallen op Iran, Israël en Libanon
Op 2 maart 2026 lanceerde Hezbollah een reeks aanvallen op Israël als reactie op de moord op de Iraanse opperbevelhebber Ali Khamenei na een Amerikaans-Israëlische aanval op Iran. Het Israëlische leger kondigde vervolgens op X aan dat zijn troepen Hezbollah-doelen in heel Libanon zouden aanvallen als onderdeel van operatie “Roar of the Lion”. In de dagen daarna voerde Israël honderden aanvallen uit in het hele land en vaardigde het een reeks massale evacuatiebevelen uit.
Hezbollah blijft dagelijks raketten op Israël afvuren. In 2024 constateerde Amnesty International dat Hezbollah bij zijn aanvallen op Israël herhaaldelijk onnauwkeurige wapens gebruikte.
Sinds 28 februari 2026 blijkt uit de monitoring van Israëlische media en Telegram-kanalen door Amnesty International dat er in Israël ten minste 12 burgerslachtoffers zijn gevallen als gevolg van aanvallen vanuit Iran.
Op 11 maart meldde de Libanese rampenbestrijdingseenheid dat er 634 mensen zijn omgekomen, onder wie kinderen, en dat 816.700 mensen ontheemd zijn geraakt.
