Iran executeert vijf mensen in één week
Tussen 30 september en 5 oktober voerden de Iraanse autoriteiten vijf willekeurige executies uit in verband met de protesten van januari 2026. Ali Hemmati Sistanian, Alireza Raisi, Alireza Sepahi, Majid Nikandish en Siavash Jamshidi Kheirabadi waren na grof oneerlijke processen en marteling ter dood veroordeeld.
“Deze vijf executies tonen eens te meer aan hoe de Iraanse autoriteiten de doodstraf als wapen inzetten”, zegt Diana Eltahawy van Amnesty International. “Ze willen de prijs van verzet zo hoog maken dat de bevolking uit angst niets meer durft te zeggen en afziet van verdere massale opstanden tegen het decennialange repressieve bewind.”
Bekend patroon
Deze executies volgden op berichten die een beangstigend en bekend patroon schetsten: het ontzeggen van toegang tot advocaten tijdens verhoren, de weigering om beweringen van verdachten over marteling en mishandeling te onderzoeken, beschuldigingen van betrokkenheid bij het doden op leden van de veiligheidstroepen en andere daden tijdens protesten, het gebruik van op televisie uitgezonden gedwongen ‘bekentenissen’ als bewijs, en processen voor Revolutionaire Rechtbanken die oneerlijk verlopen.
Alireza Sepahi vertelde dat hij werd gemarteld en dat hij tijdens verhoren in de onderzoeksfase geen toegang had tot een advocaat. Deze gang van zaken laten de totale minachting van de Iraanse autoriteiten voor het recht op leven zien.
Diplomatieke druk
“Veel mensen, onder wie dissidenten en demonstranten, lopen nog steeds risico op politiek gemotiveerde executies, nu de autoriteiten de onderdrukking opvoeren onder het mom van ‘oorlogsomstandigheden’ en bedreigingen voor de nationale veiligheid”, zegt Diana Eltahawy.
“Dit maakt gecoördineerde diplomatieke druk op Iran om alle geplande executies stop te zetten, des te belangrijker.”
Straffeloosheid
“Door de wijdverbreide straffeloosheid voelen de Iraanse autoriteiten zich gesterkt om hun aanval op het recht op leven en andere mensenrechten voort te zetten”, zegt Eltahawy. “Daarom is het belangrijk dat de VN-Veiligheidsraad de situatie in Iran voorlegt aan het Internationaal Strafhof en dat er via de Algemene Vergadering van de VN een internationaal strafrechtelijk mechanisme voor Iran wordt ingesteld.”
Achtergrond
Alireza Raisi en Alireza Sepahi werden op 5 oktober 2026 in Esfahan geëxecuteerd. Volgens persbureau Mizan, het mediakanaal van de rechterlijke macht, maakten zij deel uit van het ‘Alikhani-plein’-massaproces, waarin de verdachten waren aangeklaagd voor diverse gewelddadige en niet-gewelddadige activiteiten tijdens protesten op 8 januari 2026 in Esfahan. Daaronder vielen het blokkeren van straten, vernieling van eigendommen, brandstichting en betrokkenheid bij de dood van vier veiligheidsagenten. De mannen werden ter dood veroordeeld na een oneerlijk proces. Hun afgedwongen ‘bekentenissen’ werden op 23 januari 2026, voorafgaand aan hun proces, via de staatsmedia uitgezonden. Amnesty International heeft vernomen dat agenten Alireza Sepahi tijdens zijn detentie hebben gemarteld, onder andere door langdurige eenzame opsluiting en het toedienen van elektrische schokken.
‘Oorlog tegen God’
Volgens persbureau Mizan zijn de mannen ter dood veroordeeld wegens onder meer het ‘lidmaatschap van een gewapende opstandige groepering’ (baghi); ‘het voeren van oorlog tegen God’ (moharebeh) door het trekken van wapens en het zaaien van angst, terreur en onveiligheid in de omgeving; en ‘corruptie op aarde’ (efsad-e fel arz) door activiteiten tegen de lichamelijke integriteit van mensen en tegen de nationale veiligheid, die de openbare orde ernstig verstoorden en wijdverbreide onveiligheid veroorzaakten, aanzetten tot oorlog en moord. Vijf andere mannen die in dezelfde zaak waren veroordeeld, zijn eerder al geëxecuteerd en ten minste acht anderen lopen gevaar ter dood gebracht te worden.
‘Bekentenis’ op de staatstelevisie
Majid Nikandish en Ali Hemmati Sistanian werden op 30 september 2026 in Mashhad, in de provincie Razavi Khorasan, geëxecuteerd. Volgens het persbureau Mizan News Agency werden zij beschuldigd van diverse daden tijdens protesten in Mashhad op 8 januari 2026, die door de autoriteiten als een ‘staatsgreep’ werden bestempeld. Hieronder vielen het blokkeren van straten, vernieling van eigendommen, brandstichting en betrokkenheid bij de dood van vier leden van de veiligheidstroepen. Hun op televisie uitgezonden gedwongen ‘bekentenissen’ – die onder andere waren afgenomen op de plaats van hun arrestatie en tijdens daaropvolgende verhoren, waarbij zij geen toegang hadden tot een advocaat – werden gebruikt als bewijs om hen ter dood te veroordelen.
Volgens Iran Human Rights, een onafhankelijke mensenrechtenorganisatie die buiten Iran is gevestigd, werd Majid Nikandish gemarteld, onder meer door langdurige eenzame opsluiting en het ophangen aan zijn armen. Dit leidde tot een ontwrichte schouder en een gebroken kaak.
Speciale aanklacht voor demonstranten
Siavash Jamshidi Kheirabadi werd op 3 oktober 2026 geëxecuteerd in Shahr-e Kord, in de provincie Chaharmahal en Bakhtiari. Volgens persbureau Mizan werd hij ter dood veroordeeld in verband met protesten op 8 januari 2026 in Shahr-e Kord, op beschuldiging van ‘het voeren van oorlog tegen God’ (moharebeh) door ‘een vuurwapen te trekken en ermee te schieten’ en ‘het samenkomen en samenzweren om misdaden tegen de nationale veiligheid te plegen’. Amnesty International heeft al vaak vastgesteld dat deze laatste aanklacht wordt gebruikt tegen demonstranten, dissidenten en mensenrechtenverdedigers vanwege hun deelname aan protesten en andere bijeenkomsten. De onder dwang afgegeven ‘bekentenissen’ van Siavash Jamshidi Kheirabadi werden op televisie uitgezonden en gebruikt als bewijs om hem ter dood te veroordelen.
Duizenden doden
De Iraanse autoriteiten hebben ten minste 34 mensen geëxecuteerd in verband met de opstand van januari 2026. Bij deze protesten gebruikten de veiligheidstroepen op grote schaal onrechtmatig dodelijk geweld en doodden zij op 8 en 9 januari duizenden demonstranten en omstanders. Het aantal politiek gemotiveerde executies nam verder toe na de onrechtmatige aanvallen van de VS en Israël op Iran op 28 februari 2026. En ondertussen gingen executies voor drugsgerelateerde en andere misdrijven gewoon door.
Amnesty International is onvoorwaardelijk tegen de doodstraf, voor alle misdrijven en onder alle omstandigheden.