Hamas moet stoppen met buitengerechtelijke executies
Hamas moet in Gaza onmiddellijk stoppen met buitengerechtelijke executies van vermeende collaborateurs met Israël. De terechtstellingen worden voltrokken zonder enige vorm van proces.
Alleen al vorige maand kondigden veiligheidsfunctionarissen van de militaire vleugel van Hamas, de Al-Qassam Brigades, aan een man standrechtelijk te zullen executeren. Hij zou gecollaboreerd hebben met Israël. Ook noemden ze de aanstaande executie van een andere ‘informant’. Dit zou vallen onder een grootschalige veiligheidscampagne van de Al-Qassam Brigades. De campagne werd aangekondigd op Al-Hares, het officiële Telegram-kanaal van Hamas.
Openbare executies gefilmd
Een VN-rapport van juni 2026 stelde 249 gevallen van buitengerechtelijke executies en ernstig fysiek geweld in Gaza vast tussen augustus 2024 en begin 2026. Daarbij vielen ten minste 108 doden. In minstens 60 gevallen waren aan Hamas verwante troepen betrokken. Amnesty International onderzocht en documenteerde negen buitengerechtelijke executies en nog een geval waarbij iemand onwettig is dood.
Sommige van deze executies werden in het openbaar uitgevoerd en gefilmd, waarna ze werden gepost op aan Hamas verwante sites, voornamelijk op Telegram. De executies vonden plaats na het afgekondigde staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas in oktober 2025 en werden voltrokken door aan Hamas verwante troepen.
Op het hoogtepunt van de Israëlische campagne van massale gedwongen ontheemding in Gaza-Stad eiste een groep die zichzelf de ‘Joint Operations Room for the Resistance’ noemde de verantwoordelijkheid op voor de openbare executie op straat in Gaza-Stad van drie mannen. Zij werden ervan beschuldigd met Israël te hebben samengewerkt.
Hoewel functionarissen van Hamas verklaarden dat zij voorlopige interne onderzoeken naar de incidenten hebben ingesteld, is er voor zover Amnesty International bekend tot op heden nog niemand voor de executies ter verantwoording geroepen. De afgelopen weken hebben de ineenstorting van de openbare orde in Gaza en de extreme ontberingen als gevolg van de aanhoudende genocide door Israël de maatschappelijke spanningen aangewakkerd, waaronder onderlinge conflicten binnen families.
Dekmantel voor mensenrechtenschendingen
“Bijna drie jaar na het begin van de nog steeds voortdurende genocide van Israël op Palestijnen in de bezette Gazastrook is het leed van de getraumatiseerde bevolking onvoorstelbaar”, zegt Erika Guevara-Rosas van Amnesty International. “Burgers mogen niet geconfronteerd worden met nog meer geweld en wreedheden. De Hamas-autoriteiten moeten onmiddellijk stoppen met het onwettig doden van mensen, eigenrichting en willekeurige arrestaties. Het herstel van de openbare orde mag nooit als dekmantel dienen om ernstige mensenrechtenschendingen te begaan, wraakacties uit te voeren of hele families collectief te straffen.”
Verantwoording afleggen
Guevara-Rosas: “Hamas blijft volledig verantwoordelijk voor het vóórkomen van ernstige schendingen door hun instanties en mensen die onder hun controle staan, zoals de Al-Qassam Brigades en het ‘Resistance Security System’. Ook al wordt het huidige bestuur ontbonden.”
De nieuwe leiding van het politiek bureau van Hamas moet een einde maken aan de straffeloosheid voor misstanden door hun strijdkrachten en aan hen verwante groeperingen. Er zijn dringend maatregelen nodig om slachtoffers en hun families de waarheid en gerechtigheid te bieden die zij verdienen.
Amnesty International documenteert al vele jaren schendingen van Hamas en aan hen gelieerde groeperingen, waaronder buitengerechtelijke executies van vermeende collaborateurs, standrechtelijke straffen, beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en harde maatregelen tegen vreedzame dissidenten, onder meer door middel van bedreigingen, doxing, intimidatie, marteling en andere vormen van slechte behandeling.
Sinds het begin van de genocide veroordelen Palestijnse mensenrechtenorganisaties, waaronder Al Mezan en de Onafhankelijke Commissie voor de Mensenrechten, herhaaldelijk de buitengerechtelijke executies in Gaza en andere gevallen waarin mensen onwettig werden gedood.
Door Israël bewapende milities
Sinds 7 oktober 2023 legt Israël de Palestijnen in de Gazastrook levensomstandigheden op die bijdragen aan de ontwrichting van de openbare orde, de afbraak van de sociale structuur van Gaza en de toename van chaos en wetteloosheid. Israëlische troepen richtten hun aanvallen op traditionele rechtshandhavings- en justitiële structuren. Tegelijkertijd bewapenden en steunden ze lokale milities die tegen Hamas zijn, en actief zijn in gebieden die volledig onder controle staan van Israëlische troepen. Deze milities maakten zich ook schuldig aan misstanden en schendingen van het internationaal recht, waaronder het in het openbaar executeren van vermeende Hamas-leden.
Doodvonnissen door Hamas-rechtbanken
Sinds de machtsovername in de Gazastrook in 2007 laten de Hamas-autoriteiten na om onafhankelijk onderzoek te doen naar vermeende schendingen en misstanden door hun leden en troepen. Tot het begin van de genocide door Israël bleven de rechtbanken in Gaza, die onder het gezag van Hamas stonden, doodvonnissen uitspreken en uitvoeren voor misdrijven zoals moord, collaboratie en verraad, vaak na processen met ernstige tekortkomingen.
Tijdens en na eerdere Israëlische offensieven in de bezette Gazastrook, maakten aan Hamas verwante strijdkrachten zich ook herhaaldelijk schuldig aan openbare standrechtelijke executies van vermeende collaborateurs. Dit gebeurde buiten elk juridisch kader om en met volledige straffeloosheid. Amnesty International documenteerde deze gevallen tijdens het offensief van 2014.
Oproep Amnesty
Terwijl Amnesty International doorgaat met het documenteren van deze schendingen, herhaalt de organisatie haar oproep aan Israël om een einde te maken aan de voortdurende genocide, apartheid en onwettige bezetting van Palestijns grondgebied. Amnesty roept Israël ook op om zijn verplichtingen als bezettingsmacht na te komen, onder meer door ervoor te zorgen dat hulp, essentiële goederen en diensten alle delen van de Gazastrook kunnen bereiken, en door ontheemde Palestijnen veilig naar hun huizen te laten terugkeren.
Onderzoeksopzet en reactie Hamas
In het kader van dit onderzoek documenteerde Amnesty International negen buitengerechtelijke executies en een geval waarbij iemand onwettig is gedood. Op één na vonden al deze incidenten plaats in de onmiddellijke nasleep van het zogenaamde staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas in oktober 2025.
Zo werd de familie Dugmush beschuldigd van samenwerking met Israël. Uit het bewijsmateriaal blijkt hoe Hamas en hun strijdkrachten in oktober 2025 acht leden van de familie Dughmush uit de wijk Al-Sabra in Gaza-stad in het openbaar en zonder vorm van proces hebben geëxecuteerd. Ook een andere executie op 1 juli 2026 is gedocumenteerd.
Gemaskerd en gewapend
Amnesty documenteerde eveneens het onwettig doden van een man in oktober 2025 door gemaskerde, gewapende mannen in het vluchtelingenkamp Al-Bureij. Amnesty verifieerde foto’s en video’s, verzamelde getuigenissen van elf familieleden van omgekomen mensen en twee zorgmedewerkers, en analyseerde verklaringen van Hamas-autoriteiten en Telegram-accounts van de militaire vleugel van Hamas en gewapende groeperingen.
Reactie Hamas
Amnesty International stuurde in november 2025 een samenvatting van haar bevindingen naar de Hamas-leiding en stelde in juli van dit jaar een vervolgvraag. In november 2025 verklaarden de Hamas-autoriteiten dat zij onderzoeken naar de incidenten hadden ingesteld, zonder daarbij verdere details te geven. Op het moment van publicatie is geen verdere reactie ontvangen.
Hamas filmt executies
Sinds 7 oktober 2023 zetten de strijdkrachten en autoriteiten van Hamas in Gaza parallelle structuren op die vrijwel volledig buiten het wettelijk kader om opereren. Zij voeren regelmatig standrechtelijke straffen uit tegen Palestijnen, onder wie vermeende plunderaars. Dit wordt vaak door Hamas zelf gefilmd. Ze ondervragen dissidenten en verdachten van misdrijven, vallen woningen van burgers binnen en bedreigen familieleden van hun tegenstanders. Het door Amnesty International verzamelde bewijsmateriaal komt overeen met de bevindingen in het rapport van de VN-onderzoekscommissie.
Hamas rechtvaardigt wat het ‘uitzonderlijke maatregelen’ noemt met een beroep op het ‘beginsel van de noodtoestand’, en verwijst daarbij naar de vernietiging van justitiële en veiligheidsinstellingen door Israëlische troepen en de noodzaak om de chaos en ‘criminele bendes’ aan te pakken.
Standpunt Amnesty International
“Het onwettig doden van mensen kan nooit worden gerechtvaardigd”, zegt Erika Guevara-Rosas. “Het recht op leven, het recht om niet te worden gemarteld en het recht op een eerlijk proces en een behoorlijke rechtsgang moeten altijd worden gerespecteerd. Ook in noodsituaties of zelfs wanneer het rechtssysteem is ingestort door militaire vijandelijkheden. Iedereen die verdacht wordt van een strafbaar feit, waaronder verraad of collaboratie, moet aanspraak kunnen maken op alle mensenrechten, waaronder het recht op leven, het recht op persoonlijke veiligheid en het recht op een eerlijk proces, zonder dat de doodstraf kan worden opgelegd.”
Standrechtelijke executies in juli 2026
Op 1 juli kondigde de ‘Resistance Security’ de openbare executie aan van een man in Gaza-Stad. Deze werd met zijn initialen aangeduid en beschuldigd van collaboratie met Israël. Na zijn executie werden de volledige naam en persoonlijke gegevens verspreid op sociale media, aanvankelijk door accounts die gelinkt worden aan Hamas. Dit staat bekend als doxing. Het bracht de familie van de man, onder wie zijn kinderen, in groot gevaar.
‘Revolutionaire procedures’
De man werd ervan beschuldigd de Israëlische strijdkrachten te hebben geïnformeerd over de verblijfplaats van hooggeplaatste leden van de Al-Qassam Brigades, onder wie hun militaire commandant Ezziddine al-Haddad. Dit zou ertoe hebben geleid dat Al-Haddad en vele Palestijnse burgers door Israël zijn gedood. De groep beweerde dat zij de executie had voltrokken na wat zij noemde ‘revolutionaire procedures’ en interne onderzoeken.
Vermeende informant
Enkele dagen later maakten Telegram-kanalen gelinkt aan de Al-Qassam Brigades bekend dat de ‘Resistance Security’ nog een vermeende informant had gearresteerd en ondervraagd, zonder verdere details te verstrekken, en van plan was hem ‘binnen enkele dagen’ te executeren. Deze verklaring volgde op een bewering van een functionaris van de ‘Resistance Security’ dat de executie op 1 juli slechts het begin zou zijn. Dit gaf aanleiding tot bezorgdheid dat er nog meer standrechtelijke executies zouden volgen.
Executie van de familie Dughmush
In oktober 2025 braken er gevechten uit tussen Hamas en leden van de familie Dughmush, vlak nadat het staakt-het-vuren met Israël was afgekondigd. De gevechten begonnen toen aan Hamas verwante troepen probeerden leden van de familie te verwijderen uit een veldhospitaal in de buurt van Al-Sabra, in Gaza-Stad. Daar hadden zij hun toevlucht gezocht voor Israëlische aanvallen. Zij beschuldigden de familie Dughmush ervan het hospitaal te hebben geplunderd en het te gebruiken voor de opslag van wapens en explosieven.
Gewapende confrontaties
Tijdens gewapende confrontaties met leden van de familie Dughmush hielden Hamas-troepen de wijk van de familie in Al-Sabra een week lang omsingeld. Daarbij kwamen minstens vier leden van de familie en ten minste één Hamas-lid om het leven. Tijdens de belegering van Al-Sabra plunderden Hamas-troepen en hun aanhangers ook huizen in het gebied, staken ze in brand en vernielden ze. Amnesty International kreeg beeldmateriaal in handen van twee huizen in de wijk waarop de gevolgen van de vernielingen en plunderingen te zien zijn.
Video van executie verspreid
Tijdens de gevechten werden op 13 oktober 2025 acht ongewapende leden van de familie Dughmush in het openbaar buitengerechtelijk geëxecuteerd op beschuldiging van samenwerking met Israël. Een video die circuleerde op sociale-media-accounts en die door Amnesty International is geverifieerd, toont acht geblinddoekte en geketende mannen. Sommigen zijn slechts gedeeltelijk gekleed en lijken verwondingen te vertonen. Ze worden door gewapende, gemaskerde mannen naar een open plek in de Al-Thalathinistraat in Gaza-Stad gesleept. De acht worden van dichtbij doodgeschoten.
‘Eerlijk proces’
Onder de acht mannen die zonder vorm van proces zijn gedood, bevonden zich familieleden van een Palestijnse vrouw. Zij sprak met Amnesty International. Om veiligheidsredenen wordt haar naam niet genoemd. “[Ze] hadden zich aangegeven na de belofte van een eerlijk proces. Maar twee uur later werden ze in het openbaar geëxecuteerd”, vertelde ze.
Haar verklaring kwam overeen met de informatie die twee andere wijkbewoners met Amnesty International deelden. Zij waren afzonderlijk geïnterviewd en verklaarden dat het besluit om de acht mannen aan te geven was genomen om een einde te maken aan de gevechten, nadat de garantie was gegeven dat hen niks zou overkomen.
Zichtbare sporen van marteling
De vrouw van een van de slachtoffers vertelde dat haar man haar had gebeld op de avond voor hij werd gedood. Hij had haar gevraagd om voor hun dochters te zorgen. Ze zei: “Zowel mijn man als mijn zoon zijn geëxecuteerd. Mijn zoon werd vóór zijn executie gemarteld en zijn nagels waren afgebroken… Mijn man was een vriendelijke, eerbare man die zich altijd tegen de Israëlische bezetting heeft verzet… Ik wil dat iedereen weet dat onze familie geen collaborateurs zijn en dat degenen die opdracht gaven voor hun moord voor de rechter moeten worden gebracht.”
Familieleden die de begrafenis van de acht slachtoffers bijwoonden, vertelden Amnesty International dat de lichamen van de slachtoffers zichtbare sporen van marteling vertoonden. Sommige familieleden meldden later dat ze telefoontjes hadden ontvangen van Hamas-functionarissen die hun excuses aanboden en zeiden dat sommige mannen per ongeluk waren gedood.
In zijn reactie aan Amnesty International verklaarde dr. Mousa Abu Marzouk, hoofd van de afdeling Internationale en Juridische Betrekkingen van Hamas, dat er een intern vooronderzoek was ingesteld naar het incident met de familie Dughmush. Hij verklaarde dat de veiligheidstroepen hadden gehandeld in een ‘onmiddellijke reactie zonder overleg met hogere autoriteiten’.
‘Verkeerde identificatie’
Voor zover Amnesty weet, is tegen geen van de betrokkenen bij de executies van de familie Dugmush, of bij andere buitengerechtelijke executies in de afgelopen drie jaar, een onderzoek ingesteld. Laat staan dat er iemand ter verantwoording is geroepen. Dit geldt ook voor de gevallen waarin burgers zijn gedood door gewapende mannen die banden hebben met Hamas, na een ‘verkeerde identificatie’.
Een voorbeeld hiervan is de dood van Islam Hijazi, een Palestijnse hulpverlener, nadat haar auto in september 2024 in Khan Younis door 90 kogels was geraakt. Haar familie kreeg later te horen dat haar dood het gevolg was van een verkeerde identificatie. Volgens Amnesty is er nog geen onderzoek ingesteld naar degenen die verantwoordelijk waren voor het schieten of het bevel tot de hinderlaag.
Hisham al-Saftawi werd onwettig gedood
Amnesty International documenteerde ook de zaak van de 57-jarige Hisham al-Saftawi, die in het vluchtelingenkamp Al-Bureij op 17 oktober 2025 onwettig werd gedood. Zijn vrouw Najah zag hoe ongeveer 30 gemaskerde, gewapende mannen van de Al-Qassam Brigades, kort na het ochtendgebed hun huis bestormden. Toen Hisham al-Saftawi weigerde zich te laten arresteren, schoot een van de mannen hem in de rug.
Onduidelijk bevel
Najah hoorde een man die eruitzag als de commandant van de groep aan de schutter vragen: ”Wie heeft je opdracht gegeven om te schieten?” Hisham al-Saftawi bezweek een dag later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Zijn broer Said gaf uiting aan het gebrek aan vertrouwen van de familie in het door Hamas geleide onderzoek: “Je kunt de beul niet vertrouwen om zichzelf te onderzoeken. Wij eisen een onafhankelijk onderzoek. Degenen die mijn broer hebben neergeschoten en degenen die opdracht gaven tot zijn arrestatie moeten ter verantwoording worden geroepen.”
‘Per ongeluk neergeschoten’
In zijn reactie aan Amnesty International bevestigde Hamas dat er een officieel onderzoek loopt naar de moord op Hisham al-Saftawi. Hamas beweert dat hij ‘per ongeluk was neergeschoten’ terwijl hij probeerde te vluchten, en dat hij gezocht werd voor strafbare feiten. Voor zover bekend stelden de Hamas-autoriteiten de familie niet op de hoogte van de resultaten van dit vermeende onderzoek. Niemand die betrokken was bij de moord op Hisham al-Saftawi is ter verantwoording geroepen. De Hamas-autoriteiten hebben niet gezegd dat zij iets zouden doen om het leed van de nabestaanden te compenseren.