Beelden van de verwoesting in de wijk Niloufar in Teheran als gevolg van de Amerikaans-Israëlische luchtaanvallen op 1 maart 2026.

Maak ons je voorkeursbron

Stel Amnesty in als voorkeursbron in Google en mis onze artikelen niet.

Maak ons je Google-favoriet

Amnesty slaat alarm na onderzoek drie Amerikaans-Israëlische luchtaanvallen op Teheran

Bij Amerikaanse en Israëlische luchtaanvallen op Teheran zijn tussen 1 en 13 maart 2026 in dichtbevolkte gebieden explosieven met een groot bereik gebruikt. Daardoor zijn burgers gedood en gewond geraakt en is er grote schade aangericht aan woningen, bedrijven en andere civiele gebouwen.  Amnesty International deed onderzoek naar de aanvallen.

In de wijk Resalat troffen luchtaanvallen een gebouw van de Islamitische Revolutionaire Garde en omliggende gebouwen. Minstens een daarvan was een woongebouw. Bij de aanval kwamen zestien burgers om het leven. In de wijken Niloufar werden zeker twintig burgers gedood en in Javadieh werden bij luchtaanvallen ten minste vijf. De aanvallen leken gericht op politiebureaus, maar richtten grote schade aan aan nabijgelegen civiele gebouwen. Hoewel de VS en Israël in maart 2026 aankondigden dat ze ‘regime’-doelen in Teheran zouden gaan aanvallen, heeft geen van beide landen bevestigd dat zij deze drie specifieke aanvallen hebben uitgevoerd.

Mogelijke oorlogsmisdrijven

“Het bewijsmateriaal uit Teheran wijst op een reeks aanvallen met explosieven met een grootschalig effect in dichtbevolkte stedelijke gebieden, met verwoestende en toch volkomen voorspelbare gevolgen voor burgers”, zegt Agnès Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International. “Het aantal burgerslachtoffers, de omvang van de verwoesting, het tijdstip van de aanvallen, de impact op nabijgelegen civiele bouwwerken en het ontbreken van effectieve voorafgaande waarschuwingen doen vermoeden dat de Amerikaans-Israëlische coalitie ernstig tekort is geschoten in het nakomen van de verplichting om alle haalbare voorzorgsmaatregelen te nemen om schade aan burgers tot een minimum te beperken en civiele objecten te sparen.”

“De door Amnesty International onderzochte Amerikaanse en Israëlische aanvallen in Teheran kunnen neerkomen op oorlogsmisdrijven. Er moet een onafhankelijk, onpartijdig, doeltreffend en transparant onderzoek naar worden ingesteld.”

Verplichtingen niet nagekomen

Zelfs als de aangevallen gebouwen als militaire doelen zouden kunnen worden aangemerkt, werden de aanvallen uitgevoerd in gebieden waar duidelijk te voorzien was dat er veel burgers aanwezig zouden zijn. Het lijkt erop dat de Amerikaans-Israëlische coalitie niet heeft voldaan aan de verplichtingen onder het internationaal humanitair recht om onderscheid te maken tussen civiele objecten en militaire doelen, en om alle haalbare voorzorgsmaatregelen te nemen om burgers en civiele objecten te sparen. Dit vanwege het aantal burgerslachtoffers, de omvang van de verwoesting, het tijdstip van de aanvallen, de gevolgen voor nabijgelegen civiele gebouwen en het ontbreken van effectieve voorafgaande waarschuwingen.

Satellietbeeld van de gevolgen van de aanval In Niloufar. Naast het politiestation zijn ook omliggende gebouwen verwoest of beschadigd.
Satellietbeeld van de gevolgen van de aanval In Niloufar. Naast het politiestation zijn ook omliggende gebouwen verwoest of beschadigd.

Aanvallen zijn hervat

De VS hebben inmiddels hun aanvallen op Iran hervat en de Amerikaanse president Donald Trump heeft opnieuw gedreigd om civiele infrastructuur aan te vallen. “Het is van cruciaal belang dat de VS en Israël alle onwettige aanvallen beëindigen”, zegt Callamard. “Ze moeten zich strikt houden onder het internationaal humanitair recht. Hetzelfde geldt voor Iran bij het uitvoeren van vergeldingsaanvallen, ook tegen de Golfstaten.”

Zie de Engelstalige briefing voor meer details en ooggetuigenverslagen van de aanvallen op de drie wijken in Teheran.

 

 

Geen tijdige waarschuwing

Bij geen van de drie aanvallen werd de burgerbevolking tijdig gewaarschuwd, ondanks het bijzondere belang van de verplichting om alle haalbare voorzorgsmaatregelen te nemen bij het uitvoeren van aanvallen in dichtbevolkte gebieden.

Methodologie van het onderzoek

Amnesty International analyseerde satellietbeelden en onderzocht 60 video’s die online zijn gepost in verband met de drie incidenten. De organisatie bestudeerde ook officiële verklaringen van de autoriteiten in Iran, Israël en de VS en hield interviews met twee mensen in Iran. Om hun veiligheid te waarborgen, worden pseudoniemen gebruikt [zie uitgebreid Engelstalige briefing]. Amnesty International stuurde op 17 juli 2026 een brief aan de Israëlische en Amerikaanse autoriteiten en op 31 juli 2026 aan de Iraanse autoriteiten. Op het moment van publicatie is er nog geen reactie ontvangen.

Oproep Amnesty

Amnesty International herhaalt haar oproepen tot een duurzaam staakt-het-vuren en tot het afleggen van verantwoording voor de onwettige aanvallen van de VS en Israël op Iran, die in strijd zijn met het VN-Handvest, en voor alle schendingen van het internationaal humanitair recht – waaronder mogelijke oorlogsmisdaden – die tijdens het conflict door de VS, Israël en Iran zijn begaan. De partijen moeten ook alle onderzoeken naar gevallen van schade voor burgers openbaar maken en zorgen voor gerechtigheid voor alle slachtoffers van schendingen van het internationaal recht. Amnesty dringt er verder bij de VN-Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de VN op aan alle mogelijkheden te onderzoeken om vrede, veiligheid en gerechtigheid te bewerkstelligen en te waarborgen.

Achtergrond

Op 28 februari begonnen de VS en Israël een campagne van gezamenlijke aanvallen op Iran. Sindsdien zijn er tienduizenden aanvallen in het hele land uitgevoerd. Volgens officiële cijfers zijn hierbij tussen 28 februari 2026 en 24 juli 2026 minstens 1.469 burgers in Iran gedood, waaronder honderden kinderen.

De Iraanse autoriteiten hebben in de hele regio vergeldingsaanvallen uitgevoerd. Daardoor zijn tot nu toe ten minste 21 burgers omgekomen in Israël, vier in de bezette Westelijke Jordaanoever, en minstens 29 in de landen van de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten. Amnesty International heeft vastgesteld dat sommige van de uitgevoerde aanvallen onrechtmatig waren, waaronder een aanval waarbij negen burgers werden gedood in Beit Shemesh in Israël, en een aanval op een werkkamp voor migranten in Saudi-Arabië waarbij vier burgers werden gedood. Israël heeft ook zijn aanvallen op Libanon opgevoerd, als reactie op de aanvallen van Hezbollah. Daardoor zijn in Libanon sinds 2 maart 2026 minstens 4.333 mensen gedood.

Meer over dit onderwerp