Grozny, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië

Europa, stuur vluchtelingen en asielzoekers niet terug naar Rusland

Autoriteiten in Europese landen moeten onmiddellijk stoppen met het terugsturen van vluchtelingen en asielzoekers uit de noordelijke Kaukasus naar Rusland. Daar lopen ze het risico op marteling en andere vormen van slechte behandeling. Daarnaast worden ze mogelijk gedwongen om mee te vechten in de Russische aanvalsoorlog in Oekraïne. Dit zegt Amnesty International in een vandaag gepubliceerd onderzoeksrapport.

Europe: The point of no return stelt vast dat autoriteiten in onder andere Kroatië, Frankrijk, Duitsland, Polen en Roemenië asielzoekers hebben uitgeleverd of dat hebben geprobeerd, waardoor hun het recht op internationale bescherming wordt ontzegd. De slachtoffers waren gevlucht voor vervolging in de noordelijke Kaukasus om asiel aan te vragen in Europese landen. Vanwege hun religieuze en etnische identiteit – de meerderheid is moslim en komen uit onder meer Tsjetsjenië, Dagestan en Ingoesjetië – zijn hele gemeenschappen bestempeld als ‘gevaarlijke extremisten’ die een existentiële bedreiging zouden vormen voor de nationale veiligheid. Om die reden zou het gerechtvaardigd zijn om hen uit te wijzen naar een regio waar hun rechten in gevaar zijn.

Vervolging

‘Het is schandalig dat verschillende Europese landen dreigen om mensen, die zijn gevlucht voor vervolging in de Russische noordelijke Kaukasus, terug te sturen naar de plaats waar deze misstanden hebben plaatsgevonden,’ zegt Nils Muiznieks van Amnesty International. ‘En dit ondanks de beweringen dat alle juridische samenwerking met Rusland is bevroren na de grootschalige invasie van Oekraïne. Europese landen moeten erkennen dat veel mensen met een dergelijke achtergrond bij hun terugkeer te maken zullen krijgen met arrestatie, ontvoering, marteling, andere vormen van slechte behandeling of gedwongen dienstplicht.’

‘De situatie van mensen die gevlucht zijn uit de noordelijke Kaukasus is er hard op achteruitgegaan door de verdere aantasting van de mensenrechten in Rusland sinds de invasie van Oekraïne. Ze worden vervolgd door middel van marteling, willekeurige opsluiting en gedwongen verdwijning, zonder dat daar in hun eigen land iemand verantwoording voor hoeft af te leggen. En in Europese landen zijn ze van oudsher gestigmatiseerd en het slachtoffer van uitzetting of uitlevering.’

Tsjetsjenië

De mensenrechtensituatie in de noordelijke Kaukasus is rampzalig, vooral in Tsjetsjenië. Iedereen die zich kritisch uitlaat, zich inzet voor mensenrechten of wordt gezien als lid van de lhbti-gemeenschap, loopt het risico om het slachtoffer van vervolging te worden, net als hun vrienden en familieleden.

Sinds het begin van de grootschalige invasie in Oekraïne is de toch al slechte mensenrechtensituatie in Rusland er nog verder op achteruitgegaan. Het risico op marteling en andere vormen van mishandeling – wijdverspreid in detentiecentra vóór de invasie – is toegenomen en er zijn geloofwaardige berichten dat etnische minderheden in Rusland onevenredig vaak worden gemobiliseerd voor het leger. Mensen die mobilisatie weigeren of proberen te vluchten riskeren ernstige mensenrechtenschendingen.

Een Tsjetsjeense asielzoeker vertelde aan Amnesty International: ‘Je wordt van straat geplukt en je hebt twee opties: of je gaat voor 10 jaar de gevangenis in, of je gaat vechten. De gevangenis in Tsjetsjenië… het is alsof je niet meer bestaat. Maar misschien kom je er na 10 jaar weer uit. Het is waarschijnlijk beter dan gemobiliseerd te worden, te vechten en te sterven.’

Leden en supporters van Amnesty International overhandigen op 17 mei 2019 een petitie aan de Russische ambassade in Londen, waarin president Poetin wordt opgeroepen de aanvallen op en ontvoeringen van lhbti+’ers in Tsjetsjenië te onderzoeken.
© © Amnesty International
Leden en supporters van Amnesty International overhandigen op 17 mei 2019 een petitie aan de Russische ambassade in Londen, waarin president Poetin wordt opgeroepen de aanvallen op en ontvoeringen van lhbti+’ers in Tsjetsjenië te onderzoeken.

Non-refoulement

De terugtrekking van Rusland uit het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en het harde optreden tegen onafhankelijk toezicht op de mensenrechten in het land, hebben het risico op mensenrechtenschendingen drastisch vergroot en slachtoffers een belangrijk middel ontnomen om daders ter verantwoording te roepen.

Veel mensen uit de noordelijke Kaukasus die de schrijnende situatie in eigen land zijn ontvlucht, lopen nu het risico uitgewezen, uitgeleverd of gedeporteerd te worden door Europese landen, wat een schending zou betekenen van het principe van non-refoulement. Het dreigement van staten om mensen terug te sturen naar Rusland vindt plaats tegen een achtergrond van discriminatie en stigmatisering in Europa van mensen uit de noordelijke Kaukasus, die voor het grootste deel moslim zijn. Dit risico is toegenomen sinds de Israëlische bombardementen op Gaza en de steeds gewelddadigere aanvallen, arrestaties en moorden op de Westelijke Jordaanoever na de Hamas-terreur van 7 oktober in het zuiden van Israël.

Russische “garanties”

Het verbod op terugkeer naar een plek met risico op marteling en andere mishandeling is absoluut en kent geen uitzonderingen, ook niet om redenen van nationale veiligheid. De wettelijke basis voor uitwijzingen naar Rusland is vaak ondoorzichtig of vals, inclusief het gebruik van geheim bewijsmateriaal van veiligheidsdiensten en ongegronde beschuldigingen uit Rusland zelf, vooral in de vorm van “red notices” van Interpol. Rusland heeft dergelijke Interpol-berichten gebruikt om politieke tegenstanders, dissidenten, mensenrechtenactivisten, journalisten en hun familieleden en medewerkers op de korrel te nemen.

Sommige Europese staten accepteren van de Russische autoriteiten ook volstrekt onbetrouwbare “diplomatieke garanties” tegen marteling, om daarmee het terugsturen van mensen uit de noordelijke Kaukasus te rechtvaardigen. Dergelijke “garanties”, afkomstig uit een land waar martelpraktijken wijdverspreid zijn en het strafrechtsysteem regelmatig wordt misbruikt, zijn slechts een truc om de absolute verplichting van een staat te omzeilen om een persoon niet naar een plek te sturen waar hij of zij het risico loopt op flagrante mensenrechtenschendingen.

Frankrijk

Het risico van uitzetting uit Frankrijk naar Rusland is aanzienlijk toegenomen na de fatale steekpartij op 13 oktober 2023, waarbij een onderwijzeres in Arras door een man uit de noordelijk Kaukasus om het leven werd gebracht. In de dagen na de aanslag in Arras riep president Macron op tot een “meedogenloze” aanpak van wat hij “extremisme” noemde, met een “speciale aanpak van jonge mannen tussen de 16 en 25 jaar uit de Kaukasus”. De president gaf ook zijn minister van Binnenlandse Zaken, Gérald Darmanin, toestemming om met de Russische autoriteiten in gesprek te gaan over mogelijke uitzettingen. Naar verluidt zijn er plannen om maximaal 11 personen naar Rusland uit te zetten.

Tsjetsjeen overleden

Frankrijk werkt al lange tijd samen met Rusland bij de deportatie van Tsjetsjenen die ervan worden verdacht “extremisten” te zijn. In februari 2022 overleed Daoud Muradov onder verdachte omstandigheden in detentie. Hij was een jonge Tsjetsjeen die door Frankrijk naar Rusland was gedeporteerd, ondanks duidelijke aanwijzingen dat hij het risico liep op marteling of andere vormen van mishandeling. De Franse autoriteiten hadden hem niet alleen uitgezet, maar ook de documenten van zijn asielaanvraag aan de Russische autoriteiten overhandigd; die bevatten de persoonlijke gegevens van degenen die hem hadden geholpen te vluchten en van zijn familieleden.

Amina Gerikhanova
© Privéfoto (Amina Gerikhanova)
Amina Gerikhanova

Roemenië

Frankrijk is niet het enige Europese land dat bereid is om mensen naar Rusland te sturen in strijd met het principe van non-refoulement. In Roemenië hielden de autoriteiten in maart 2022 de Tsjetsjeense asielzoekster Amina Gerikhanova vast omdat ze een bedreiging zou vormen voor de nationale veiligheid. Ze was Oekraïne ontvlucht in de nasleep van de Russische invasie in februari 2022. De Roemeense grenswachten scheidden haar van haar jonge zoon en hielden haar vast in afwachting van haar uitlevering op basis van een Russische Interpol-red notice. Haar uitleveringsproces aan Rusland werd pas gestopt na een massale publieke verontwaardiging en het opleggen van voorlopige maatregelen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Roemenië verleende haar uiteindelijk asiel.

Polen

Magomed Zubagirov ontvluchtte in 2017 de vervolging in zijn geboorteland Dagestan. Hij vestigde zich met zijn vrouw in Oekraïne, maar in maart 2022 moest hij opnieuw vluchten na de grootschalige Russische invasie. Ondanks zijn verzoek om asiel aan de grens tussen Polen en Oekraïne, weigerden de Poolse autoriteiten hem de toegang op basis van een red notice van Interpol uit Rusland, en in plaats daarvan deporteerden ze hem daarheen.

Oproep Amnesty

‘Jarenlang hebben Europese regeringen en instellingen de ernstige risico’s voor iedereen die terugkeert naar de noordelijke Kaukasus genegeerd of gebagatelliseerd,’ zegt Nils Muiznieks. ‘Die risico’s zijn nu nog groter en het is gewetenloos om het voorwendsel van verhoogde spanningen in het Midden-Oosten te gebruiken om de terugkeer van asielzoekers te rechtvaardigen.’

‘Europese regeringen moeten onmiddellijk stoppen met uitwijzingen naar Rusland van mensen die het risico lopen op marteling of andere mensenrechtenschendingen. Ze moeten erkennen dat dergelijke risico’s aanzienlijk hoger zijn voor personen uit de noordelijke Kaukasus. In het licht van de slechte mensenrechtensituatie in Rusland en de voortdurende oorlog in Oekraïne, moeten in Europa mensen een eerlijke beoordeling krijgen van hun behoefte aan bescherming.’

Meer over dit onderwerp