Mannen in een detentiecentrum in Tripoli, Libië.
© Photothek via Getty Images

EU wil samenwerking Libië uitbreiden ondanks zware mensenrechtenschendingen

De Europese Unie wil op migratiegebied nauwer samenwerken met rivaliserende Libische machthebbers en de met hen verbonden gewapende groeperingen. Dit komt op een moment dat deze hun racistische campagne tegen migranten en mensen op de vlucht opvoeren met massale arrestaties, willekeurige detentie en onwettige collectieve uitzettingen.

In Libië hebben in de afgelopen maand de twee rivaliserende machthebbende partijen opnieuw harde maatregelen genomen tegen mensen uit het buitenland. Duizenden mensen zijn gearresteerd. Xenofobe en racistische uitspraken van overheidsfunctionarissen hebben geleid tot een golf van anti-migrantenprotesten, eigenrichting en haatzaaiende uitlatingen op internet. In het westen van het land is de Regering van Nationale Eenheid (GNU) aan de macht; in het zuiden en oosten is dat de ‘Libische Regering’, die gelieerd is aan de gewapende groepering Libyan Arab Armed Forces (LAAF). 

Ondertussen zet de Europese Unie actief stappen om de samenwerking op migratiegebied met deze partijen juist uit te breiden. Doel daarvan is om nog meer mensen op de vlucht in Libië vast te houden, vooral in Oost-Libië en in samenwerking met de LAAF. Dit ondanks het goed gedocumenteerde verleden van deze groepering als het gaat om misdrijven onder het internationaal recht en ernstige schendingen van de mensenrechten. 

Minachting voor het internationaal recht

“Het is ronduit verwerpelijk dat rivaliserende Libische partijen de handen ineenslaan om migranten en mensen op de vlucht te mishandelen, racistische retoriek te gebruiken, asielaanvragen te negeren en duizenden mensen willekeurig vast te houden, om ze vervolgens uit te zetten”, zegt Diana Elahawy van Amnesty International. “De Regering van Nationale Eenheid en de ‘Libische Regering’ moeten onmiddellijk een einde maken aan deze misstanden.” 

“De EU financiert al geruime tijd de migratiemaatregelen in Libië door haar steun aan de Libische kustwacht, waardoor zij zich al medeplichtig heeft gemaakt aan gruwelijke schendingen en misstanden. Het uitbreiden van de samenwerking getuigt van een schaamteloze minachting voor niet alleen het internationaal recht, maar ook voor het menselijk leven en de menselijke waardigheid. De EU en haar lidstaten moeten een einde maken aan hun medeplichtigheid aan misdrijven onder het internationaal recht en hun restrictieve beleid wijzigen.” 

Opscheppen over uitzettingen

Duizenden migranten en mensen op de vlucht zijn in het hele land gearresteerd, onder meer in Ajdabiya, Al-Bayda, Benghazi, Derna, Sabratha, Sebha, Sirte, Tripoli en Tobruk. 

In het westen maakte kolonel Ali Daw, plaatsvervangend hoofd van het Directoraat voor de Bestrijding van Illegale Migratie (DCIM), bekend dat het DCIM op 18 mei 2026 tientallen migranten, onder wie kinderen, uit onofficiële kampen in de wijk Al Serraj in Tripoli heeft verdreven en gearresteerd. De oostelijke tak van het DCIM in Tripoli schept er ook over op dat het sinds begin mei meer dan 800 ‘illegale migranten’, onder wie Sudanese staatsburgers, zonder vorm van proces heeft uitgezet vanaf de luchthaven Mitiga in Tripoli. Degenen die werden uitgezet kregen niet de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan of asiel aan te vragen. 

‘Geen vestigingsland voor Afrikanen’

De oostelijke DCIM maakte op 24 mei bekend dat er in het oosten en zuiden tussen de 7.000 en 8.000 migranten in afwachting van hun uitzetting werden vastgehouden; onder hen 4.500 buitenlandse staatsburgers, onder wie Sudanezen die sinds mei werden gearresteerd. In een andere verklaring van 2 april zei de oostelijke DCIM dat het EU-functionarissen had gewaarschuwd dat Libië geen “vestigingsland voor Afrikanen” is – een duidelijke verwijzing naar het afwijzen van zwarte migranten uit Sub-Sahara-Afrika. 

Op 3 juni verklaarde een vertegenwoordiger van de DCIM dat iedereen die zonder papieren het land binnenkomt een “illegale migrant” is die “gewoon wordt uitgezet” en dat de DCIM “vluchtelingenpaspoorten helemaal niet erkent”. 

Raciale profilering

Amnesty International sprak met een Sudanese man die op 2 juni door de DCIM was gearresteerd in de oostelijke stad Tobruk, die onder controle staat van de LAAF. Hij was samen met tientallen andere Sudanezen vastgenomen op grond van raciale profilering. Hij vertelde dat hij twee dagen lang werd vastgehouden in een ernstig overbevolkte loods in het opvang- en uitzettingscentrum Bab Al-Zaytoun in Tobruk, voordat het hem was gelukt om weer vrij te komen. Hij vertelde dat hij de loods deelde met minstens 1.000 mensen, onder wie Sudanezen, Egyptenaren en Bengalezen. Er zaten ook 200 mensen die op zee waren onderschept. 

De bewakers negeerden zijn verzoek om insuline en om asiel aan te vragen. Hij zag hoe functionarissen 400 mensen uit het detentiecentrum wegvoerden. Later hoorde hij van een andere Sudanese asielzoeker, die vanuit Port Sudan (in het noordoosten van Sudan) contact met hem opnam, dat zij in Benghazi gedwongen waren in een vliegtuig te stappen en het land waren uitgezet. 

Dagelijks geslagen

Amnesty sprak ook met een zwarte Sierra Leoner die in Tripoli woont en die de afgelopen twee weken tweemaal is gearresteerd en vastgehouden. Op 2 juni arresteerde de DCIM hem en andere zwarte migranten op straat in Tripoli, waarna hij werd overgebracht naar een niet nader genoemd detentiecentrum in het westen van Libië. Dit valt onder het beheer van de gewapende eenheid van het militaire district Western Mountain. Bewakers sloegen hem vier dagen lang dagelijks, totdat vrienden hem hielpen losgeld te betalen voor zijn vrijlating. Hij vertelde dat er duizenden mensen in dit detentiecentrum vastzaten, onder wie Sudanezen, Egyptenaren, Pakistani, Algerijnen en Tunesiërs. Op 11 juni arresteerde de DCIM hem opnieuw in een taxi in Tripoli. Hij werd overgebracht naar een onbekend detentiecentrum in Tripoli, waar hij twee dagen vastzat en werd geslagen, voordat hij opnieuw losgeld betaalde. 

Uit eerdere documentatie over arrestaties van migranten blijkt dat milities, gewapende groeperingen en veiligheidstroepen in Libië worden gedreven door xenofobie en racisme en het vooral gemunt hebben op zwarte mensen en mensen die op grond van hun etniciteit gediscrimineerd worden. Zij vormen de meerderheid van de migranten in Libië. 

‘Demografische en culturele identiteit’

Tussen 1 en 10 juni 2026 werd in een stortvloed aan verklaringen en besluiten de ‘vestiging’ van migranten in Libië afgewezen. Deze verklaringen en besluiten waren afkomstig van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de GNU, het Huis van Afgevaardigden (het Libische parlement dat gelieerd is aan de in het oosten gevestigde autoriteiten), de ‘Libische Regering’ (GNS) en de LAAF. 

Het Huis van Afgevaardigden benadrukte de noodzaak om de ‘demografische en culturele identiteit’ van Libië te beschermen en verwees naar Wet nr. 24 van augustus 2023. Die schrijft gevangenisstraf en uitzetting voor iedereen die van plan is zich in Libië te ‘vestigen’ via reguliere of irreguliere weg. Saddam Haftar, de tweede man van de LAAF, kondigde een grootschalige uitzettingscampagne aan. Amnesty maakte eerder melding van collectieve uitzettingen van migranten en mensen op de vlucht, evenals van onwettige executies, marteling en andere vormen van slechte behandeling, verkrachting en seksueel geweld door de gewapende groepering Tariq Ben Zeyad (TBZ). Die stond destijdsonder controle van Saddam Haftar. 

Nationaal uitzettingsprogramma

Op 8 juni verklaarde Emad al-Trabelsi, minister van Binnenlandse Zaken van de GNU, dat de autoriteiten doorgingen met een nationale uitzettingsprogramma. In het kader daarvan zijn al duizenden mensen zonder vorm van proces uitgezet. Emad al-Trabelsi stond eerder aan het hoofd van de beruchte militie van het Agentschap voor Openbare Veiligheid, die betrokken is geweest bij gruwelijke misdaden tegen vluchtelingen en migranten en die ook meewerkt aan de huidige harde aanpak. 

‘Nee tegen vestiging’

De hernieuwde harde campagne van repressie vindt plaats tegen de achtergrond van een golf van xenofobe protesten in Tripoli onder de leus ‘Nee tegen vestiging’, en van xenofobe en racistische berichten op sociale media. 

Sinds april komen er wekelijks honderden demonstranten bijeen in de wijk Janzour, in het westen van Tripoli, waar de VN-kantoren zijn gevestigd. Ze geven migranten, die ze ‘infiltranten’ noemen, de schuld van de slechte economie in Libië en eisen dat het VN-Vluchtelingenagentschap (UNHCR) Libië wordt uitgezet. Ze verzetten zich daarnaast tegen de samenwerking met de EU op migratiegebied, die tot doel heeft buitenlandse burgers in Libië vast te houden. Anti-migrantenbetogers hebben, samen met het DCIM en lokale gemeenten, een oproep gedaan aan Libiërs die irreguliere migranten in dienst hebben of huisvesten. Ze zouden hen moeten ontslaan en uitzetten. De demonstranten hebben ook opgeroepen om iedereen aan te geven die dit niet heeft gedaan. 

Video’s van mishandeling

Op 4 juni eindigde een protest voor het UNHCR-kantoor in Tripoli met demonstranten die bergen zand voor de poorten achterlieten en de buitenpoort van het aangrenzende terrein van de VN-ondersteuningsmissie in Libië (UNSMIL) forceerden. UNSMIL had zich bezorgd getoond over de verspreiding van verkeerde informatie en desinformatie over het werk van de VN in Libië. Libische veiligheidstroepen ter plaatse grepen niet in. Op 8 juni had Emad al-Trabelsi, minister van Binnenlandse Zaken van de GNU, een ontmoeting met activisten van ‘Nee tegen vestiging’ en sprak publiekelijk zijn steun uit voor hun eisen. 

Sinds 15 mei doen er online video’s de ronde waarin te zien is hoe zwarte mensen worden achternagezetenuitgescholdengeslagen en op andere manieren fysiek mishandeld door Libiërs, met name in Tripoli en Zintan. Dit wijst erop dat het anti-migrantendiscours van zowel statelijke als niet-statelijke actoren de weg heeft vrijgemaakt voor racistische misdragingen, waarbij de daders ongestraft blijven. 

Reddingsboot beschoten

Uit gelekte documentenberichten in de media en diverse publicaties op sociale media van de LAAF, de EU-marine-eenheid voor de Middellandse Zee (Operatie Irini) en de EU-delegatie in Libië, blijkt dat de EU ernaar streeft haar samenwerking met Libië op het gebied van migratie uit te breiden. De oprichting van een maritiem reddingscoördinatiecentrum (MRCC) in Benghazi speelt hier een belangrijke rol in. Benghazi is de op een na grootste stad van Libië, die onder controle staat van de LAAF. 

Dit volgde op het incident waarbij de Libische kustwacht (LCG) op 11 mei het vuur opende op een reddingsboot van de ngo Sea-Watch, in de internationale wateren ten noorden van Tripoli. Dit was het derde incident van deze aard sinds augustus 2025. De Libische autoriteiten hebben geen informatie vrijgegeven over eventuele onderzoeken. Op 6 mei heeft de Europese Ombudsman een onderzoek ingesteld naar het feit dat de Europese Commissie geen documenten heeft vrijgegeven met betrekking tot een van de schietincidenten. 

Achtergrond

De huidige crisis is een voortzetting van de aanhoudende en goed gedocumenteerde, wijdverbreide en systematische schendingen van de rechten van vluchtelingen en migranten in Libië, die actief mogelijk worden gemaakt door de samenwerking met de EU en haar lidstaten. 

Meer over dit onderwerp