De grens tussen Jemen en Saudi-Arabië

Ethiopische migranten beschrijven helse omstandigheden in detentie in Saudi-Arabië

Ethiopische migranten beschrijven helse omstandigheden in detentie in Saudi-Arabië

Amnesty-onderzoek brengt schokkende details aan het licht over de behandeling van Ethiopische migranten die in Saudi-Arabië onder levensbedreigende omstandigheden gevangenzitten. Dit staat in een nieuw Amnesty-rapport. Sinds maart 2020 hebben de Houthi-autoriteiten in Jemen duizenden Ethiopische migranten naar Saudi-Arabië verdreven.

Voor het rapport “This is worse than COVID-19”: Ethiopians abandoned and abused in Saudi prisons sprak Amnesty met gedetineerden die een lange reeks wreedheden beschreven waar de Saudische autoriteiten hen aan onderwierpen. Ze verblijven 24 uur per dag in overvolle cellen zonder sanitair. Ook werden zij in tweetallen aan elkaar geketend. Amnesty acht het bewezen dat zeker drie volwassenen in detentie overleden.

Terechtgekomen in een nachtmerrie

Tot maart 2020  werkten duizenden Ethiopiërs in het noorden van Jemen werkten om hun doorreis naar Saudi-Arabië te kunnen betalen. Toen de coronacrisis verergerde, verordonneerden de Houthi-autoriteiten hen naar de grens te gaan. Daar kwamen ze naar verluidt terecht in een vuurgevecht tussen troepen van Saudi-Arabië en de Houthi’s. Eenmaal over de grens namen de Saudi’s de bezittingen van de Ethiopiërs in. Daarbij werden ook klappen uitgedeeld. De meesten werden overgebracht naar het Al-Dayer-detentiecentrum in Jeddah. Van daaruit werden ze over andere gevangenissen  verspreid.

Ziek, gewond en zonder zorg

Alle geïnterviewden zeggen dat ze erg slecht behandeld werden vanaf het moment dat de Saudi’s hen oppakten. Met name in het Al-Dayer-centrum en in de gevangenis in Jizan waren de omstandigheden schrijnend. Gemiddeld 350 mensen moesten er een cel delen. Amnesty’s Crisis Evidence Lab verifieerde video’s die deze beweringen staven.

Zenebe, 26, vertelde: ‘Het is de hel, ik heb nog nooit van mijn leven zoiets meegemaakt… Er zijn geen toiletten, we plassen op de grond, nier ver van waar we slapen.’ Alle gevangenen vertelden dat ziektes in de detentiecentra zeer veel voorkomen, waaronder huidinfecties, diarree en gele koorts.

Doden in detentie

Op basis van verschillende ooggetuigenverklaringen documenteerde Amnesty de dood van drie gedetineerde volwassenen. Andere gevangenen meldden ten minste vier andere doden. Het was niet mogelijk om deze beweringen bevestigd te krijgen, maar aangezien veel mensen ziek zijn en er een gebrek is aan voedsel, drinken en medische zorg, zou het aantal doden nog veel hoger kunnen zijn.

Zwangere vrouwen en kinderen extra kwetsbaar

Gevangenen zeggen dat er veel zwangere vrouwen in detentie zitten. Roza, 20, was zes maanden zwanger toen Amnesty met haar sprak. Volgens haar zaten in haar cel in de gevangenis in Jizan nog dertig andere zwangere vrouwen. Geen van de zwangere vrouwen met of over wie Amnesty sprak, kregen adequate zorg. Roza vertelde dat sommige vrouwen uiteindelijk toch een dokter in Jeddah mochten bezoeken. Maar dan werden ze in tweetallen met hun voeten aan elkaar vastgeketend. Eenmaal bevallen worden de moeders na een kort verblijf in een medisch centrum naar hun onhygiënische cellen teruggestuurd. Drie vrouwen meldden dat twee baby’s en drie peuters stierven in het Al-Dayer-detentiecentrum in Jeddah en in de gevangenis in Mekka.

Mishandeling en marteling

Er zijn ook meldingen van marteling en mishandeling, onder meer met elektrische schokken. Solomon, 28: ‘Ze gebruikten een elektrische apparaat… Ik zag een man wiens neus en mond daarna bloedden. Sindsdien klagen we niet meer omdat we bang zijn dat ze weer dat elektrische ding op onze rug zetten.’ Acht gedetineerden vertelden dat ze door bewakers waren geslagen of dat bij anderen zagen gebeuren. Ook zeiden ze dat er werd geschoten bij ontsnappingspogingen. Een man vertelde dat hij het lichaam van een man had gezien die was neergeschoten nadat hij probeerde te ontsnappen.

Amnesty’s oproep

Amnesty International roept de Saudische autoriteiten op om onmiddellijk alle gevangenen vrij te laten en de meest kwetsbaren, onder wie kinderen, voorrang te geven. Ook moeten de autoriteiten de gevangenisomstandigheden sterk verbeteren, een einde maken aan marteling en mishandeling en garanderen dat de gedetineerden toegang hebben tot voldoende voedsel, water, sanitair, medische zorg, onderdak en kleding. De beweringen van schendingen moeten worden onderzocht en de verantwoordelijken moeten berecht worden.

Internationale samenwerking is nodig

Bijna iedereen met wie Amnesty sprak, zegt in de gevangenis te zijn bezocht door iemand van de Ethiopische ambassade of het consulaat die de gevangenisomstandigheden zag en de mogelijkheid had om met functionarissen te spreken. Desondanks is op het moment van schrijven geen enkele gedetineerde die Amnesty sprak gerepatrieerd. De Ethiopische autoriteiten zeggen dat gebrek aan quarantaine-ruimtes repatriëring in de weg staat.

Ondanks reisrestricties als gevolg van de coronapandemie keerden tussen april en september 2020 ten minste 34.000 Ethiopische migranten van overal ter wereld naar huis terug, 3.998 van hen vanuit Saudi-Arabië. Dit laat zien dat de terugkeer niet volledig stilgelegd is en dat repatriëring van Ethiopische migranten mogelijk. Amnesty roept beide regeringen op hieraan mee te werken.

 

Amnesty International sprak tussen 24 juni en 31 juli 2020 met twaalf Ethiopische gedetineerde migranten via een berichten-app. Hun beweringen werden door Amnesty’s Crisis Evidence Lab gestaafd met video’s, foto’s en geanalyseerde satellietbeelden. De namen zijn gefingeerd.