Een lid van de VN-Vredesmacht in een dorp in Jebel Marra, een regio in Darfur, Sudan
© Ashraf Shazly/AFP/Getty Images

Nieuw bewijs van oorlogsmisdrijven door regeringstroepen in Sudanese regio Darfur

Amnesty International beschikt over nieuwe bewijzen, waaronder satellietbeelden, die aantonen dat Sudanese regeringstroepen, de Rapid Support Forces (RSF) en geallieerde milities doorgaan met het plegen van oorlogsmisdrijven in Darfur. In het afgelopen jaar werden ten minste 45 dorpen volledig of gedeeltelijk vernietigd, vonden buitengerechtelijke executies plaats en maakten de militairen zich schuldig aan seksueel geweld.

Tienduizenden burgers in Jebel Marra die worden beschermd door UNAMID, de vredesmacht van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie, mogen niet worden overgeleverd aan de RSF. Deze veiligheidstroepen plegen oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid.

Bewijzen van voortdurende aanvallen

Honderdduizenden zijn in Darfur gedood door geweld en uithongering. Volgens de VN zijn circa 2 miljoen mensen het geweld ontvlucht. Het merendeel woont nu in buurland Tsjaad.

Hoe wel het moeilijk is om Jebel Marra binnen te komen, heeft Amnesty toch bewijzen in handen gekregen dat burgers er recentelijk zijn aangevallen. Satellietbeelden en getuigen bevestigen dat regeringstroepen en aangesloten milities zeker 45 dorpen in Jebel Marra hebben beschadigd of vernietigd tussen juli 2018 en februari 2019. Bovendien hebben veiligheidstroepen zich schuldig gemaakt aan buitengerechtelijke executies, seksueel geweld, plunderingen en gedwongen verhuizingen.

Dood en verderf

Op 27 juni wordt besloten of de vredesmissie wordt voortgezet. Als de VN-Veiligheidsraad en de Vrede- en Veiligheidsraad van de Afrikaanse Unie besluiten om de vredesmacht terug te trekken, krijgt de RSF controle over gebieden waar veel burgers wonen. De RSF is voortgekomen uit de voormalige Janjaweed. Mohamed Hamdan Dagolo, die deze militie leidde toen die in Darfur dood en verderf zaaide, leidt nu de Sudanese overgangsraad.

‘In Darfur en Khartoum hebben we gruwelijke wreedheden tegen burgers gezien,’ zegt Kumi Naido, Amnesty’s secretaris-generaal. ‘Het enige verschil is dat in Darfur al jarenlang straffeloos gruweldaden worden gepleegd. In het belang van de openbare veiligheid moet de Sudanese overgangsraad onmiddellijk de RSF terugtrekken en in hun barakken opsluiten.’

Terugtrekking UNAMID brengt mensen in gevaar

De VN en de Afrikaanse Unie (AU) moeten de burgers in Darfur niet de rug toekeren. Een besluit om UNAMID terug te trekken zou betekenen dat tienduizenden mensen in gevaar komen. In 2017 en 2018 brachten de VN en de AU het aantal vredestroepen al sterk terug en werd het merendeel van hun hoofdkwartieren gesloten. De focus kwam toen te liggen op de bescherming van burgers in de Jebel Marra-regio in Darfur. Nu overwegen de AU en de VN om de laatste vredestroepen in juni 2020 terug te roepen.

UNAMID-bases in handen van RSF

De gesloten UNAMID-bases zouden worden overgedragen aan de regering, die deze zouden gebruiken voor burgerdoeleinden. Maar nagenoeg alle bases worden gebruikt door de RSF, die in 2014, 2015 en 2016 in Darfur misdrijven tegen de menselijkheid pleegde. In Jebel Marra is de RSF nog steeds verantwoordelijk voor oorlogsmisdaden en de troepen. En in juni 2019 doodde de RSF tientallen burgers in Khartoum. De overgangsraad eist nu dat ook de resterende UNAMID-bases worden overgedragen aan de RSF.

Aanwezigheid UNAMID biedt burgers bescherming

‘De vredestroepen zouden vertrekken als de situatie was verbeterd, wat in delen van Darfur inderdaad het geval is. Maar in Jebel Marra is dat niet zo,’ zegt Jonathan Loeb, crisisadviseur bij Amnesty International. ‘Hoewel UNAMID voortdurend heeft gefaald in het voorkomen van aanvallen op dorpen, is rond de bases het wel in staat gebleken om burgers te beschermen. In bepaalde delen van Darfur is die bescherming nog steeds dringend nodig, wat voortzetting van de missie in Jebel Marra rechtvaardigt.’ De recente aanvallen op burgers zijn een extra reden om UNAMID niet terug te trekken.

De UNAMID-basis in Sortoni is een goed voorbeeld van het grote belang van UNAMID’s aanwezigheid. Tienduizenden burgers vluchtten erheen, nadat Sudanese regeringstroepen hun dorpen vernielden. Veel mensen verblijven daar nog steeds, omdat ze niet naar huis kunnen terugkeren vanwege de voortdurende aanvallen door de veiligheidstroepen. Als de basis wordt gesloten, hebben deze mensen geen enkele bescherming meer.

Amnesty sprak met Adam (54) die in 2016 naar Sortoni ging. Hij vertelde dat zijn broer eind 2018 werd gedood toen hij naar zijn boerderij in Noord-Jebel Marra wilde terugkeren. ‘Ook al doet UNAMID niet veel, toch is hun aanwezigheid een bedreiging voor de [veiligheidstroepen] die mensen willen mishandelen. Daarom begaan [deze troepen] geen wreedheden. Als UNAMID er niet meer is, dan hebben ze niets meer om bang voor te zijn. Als niemand ons beschermt (…) kan iedereen die gewapend is zijn gang gaan,’ zegt Adam.