Vrouwen en vrouwenrechten
In oude beschavingen als Babylonië en Egypte genoten vrouwen onafhankelijkheid en een betrekkelijk hoge status. Ze namen deel aan het openbare leven en hadden recht op bezit. In Sparta waren vrouwen gelijk aan mannen, maar in Athene hadden zij weinig rechten en werden ze meestal behandeld als huishoudsters. In Rome waren zij geheel ondergeschikt aan mannen, met name vaders, broers en echtgenoten. Het christendom sloot vrouwen geheel uit van het openbare leven. In de Renaissance en Verlichting was er een teruggang in de positie van de vrouw. In 1789, het jaar van de Franse Revolutie, schreef Olympe de Gouges een Verklaring van de rechten van de vrouw. Deze beïnvloedde Mary Wollstonecraft (1759-1797) in boek Rechtvaardiging van de rechten van vrouwen (1792). In de 19e eeuw waren arbeidersvrouwen over het algemeen veroordeeld tot het laagste werk, terwijl vrouwen uit hogere klassen waren veroordeeld tot ledigheid of strikt omschreven sociale activiteiten. Later, zoals in De tweede sekse (1953) van Simone de Beauvoir, kwam de persoonlijke en politieke situatie van vrouwen in het middelpunt te staan. Nu is in m.n. in de derde wereld de positie van vrouwen veel slechter dan die van mannen. Vrouwen verrichten daar de meeste arbeid en hebben tevens de zorg voor kinderen. Een belangrijke erkenning was de eerste VN-conferentie over vrouwen in 1975, het internationale jaar van de vrouw. In het Westen ijvert de vrouwenbeweging nu vooral tegen achterstelling van de vrouw in maatschappelijke posities en in de door mannen gedomineerde beeldvorming als die van reclame. In ontwikkelingslanden, waar de positie van vrouwen veel slechter is, moeten elementaire rechten als die op zelfstandigheid en vrije huwelijkskeuze vaak nog vanaf de grond worden bevochten. In verscheidene landen van de islam wordt de vrouwenbeweging sterk bemoeilijkt, ook door religieuze opvattingen die bijv. veelwijverij toestaan. Het vrouwenkiesrecht werd inzet van sociale en politieke bewegingen in de 19e eeuw, vooral in Groot-Brittannië en de VS. De vrouwelijke activisten heetten daar suffragettes (suffrage = kiesrecht). Vooral in de VS was de beweging nauw verbonden met die tegen slavernij. Nieuw-Zeeland (1893) en Australië (1902) voerden het recht als eerste in. Tussen 1914 en 1939 werd het vrouwenkiesrecht erkend in 28 landen. In Zwitserland kreeg het laatste kanton pas in 1991 vrouwenkiesrecht. In verscheidene Arabische staten bestaat nog geen kiesrecht voor vrouwen. Zie ook Dag van de vrouw
