‘Het liefst haalde ik alle vrouwen uit Afghanistan’

Massouda Jalal, oud-minister van Vrouwenzaken in Afghanistan, vluchtte vorig jaar met haar dochter Husna Jalal naar Nederland. Beiden zetten zich in voor vrouwenrechten in Afghanistan. Sinds de Taliban in augustus 2021 de macht grepen, proberen ze vanuit ballingschap te doen wat ze kunnen. ‘De oudere generatie verwacht een donkere toekomst, de jongere gelukkig niet.’

Husna Jalal (26) zit te wachten in een bibliotheek in Zeist. ‘Dr. Jalal is nog onderweg’, zegt ze. Ze heeft het over haar moeder Massouda Jalal (58). Afgelopen augustus kwamen ze samen vanuit Afghanistan naar Nederland. Na een aantal chaotische maanden hebben moeder en dochter eindelijk wat rust gevonden en willen ze hun verhaal delen.  

‘Toen ik in 1996 werd opgepakt door de Taliban, belandde ik in de gevangenis. Ze brachten Husna bij me en we zaten samen drie dagen vast.’ Dr. Jalal kijkt naar haar dochter. ‘Ze gaf mij borstvoeding, dus ik moest wel mee’, voegt Husna toe. Het tweetal lacht naar elkaar. Massouda Jalal: ‘Misschien is daar, op dat moment, haar activisme begonnen. Als baby, samen met haar moeder opgesloten in een gevangenis vanwege politieke redenen.’ 

Hetzelfde lot onderging Husna’s vader en Massouda Jalals echtgenoot, professor Faizullah Jalal begin dit jaar, toen hij kritiek uitte op de Taliban. Na een socialemediacampagne en oproepen van Amnesty en Human Rights Watch, werd hij binnen vier dagen vrijgelaten. 

‘Ik weet zeker: als ik een man was geweest, had ik gewonnen’

Ondanks de risico’s zijn moeder en dochter Jalal, als het aan hen ligt, tijdelijk in Nederland. ‘Ik voel me goed en veilig hier, maar tegelijkertijd voel ik me ook schuldig’, zegt Husna. ‘Ik heb veel verdriet om de mensen die zijn achtergebleven en die worden onderdrukt. Het liefst zou ik alle vrouwen uit Afghanistan halen. Het is echt hartverscheurend.’  

Dat ze zou strijden voor de rechten van vrouwen en meisjes in Afghanistan lag volgens Dr. Jalal al vast vanaf haar geboorte. Ze noemt het opgroeien als vrouw in Afghanistan een hel. ‘43 jaar van mijn leven heb ik doorgebracht in oorlog en conflict. In die context maakt het uit of je geboren wordt als jongen of meisje.’  

Presidentskandidaat

Ze is arts, maar toen de Taliban haar in 1996 verboden om nog langer te werken aan de medische faculteit van de universiteit van Kabul, werd ze vrouwenrechtenactivist. Daarna kreeg ze een functie bij de VN. ‘In 2001 kwam de internationale gemeenschap met plannen voor vrede en democratie. Ze zeiden dat iedereen die voldeed aan de criteria zich verkiesbaar kon stellen als leider van het land. Dus ik dacht: waarom niet? Ik had enorm veel steun vanuit de bevolking. Ik weet zeker: als ik een man was geweest, had ik gewonnen.’  

In ruil voor haar kandidaatstelling werd Massouda Jalal een rol als vicepresident naast de toenmalige president Hamid Karzai aangeboden, een aanbod dat ze afsloeg. En hoewel haar gooi naar het presidentschap geen succes had, opende haar voorbeeld veel deuren voor vrouwen in Afghanistan. Maar liefst 550 vrouwen stelden zich daarna kandidaat voor de parlementsverkiezingen en vlak voor de overname van de Taliban was 24 procent van de ambtenaren vrouw. Voor de machtsovername van de Taliban ging de helft van de meisjes naar school. ‘Dat een vrouw de moed had om de patriarchale normen en tradities uit te dagen, inspireerde veel anderen om dat ook te doen’, zegt dochter Husna.  

In 2004 werd Massouda Jalal minister van Vrouwenzaken en voerde ze wetten in om geweld tegen vrouwen te bestraffen en om vrouwen uit de armoede en in het publieke leven te helpen. Tijdens een van haar werkbezoeken werd het konvooi waarin ze reed aangevallen, en toen ze zich in 2019 opnieuw verkiesbaar stelde werd hun huis deels in as gelegd door een bomaanslag. Maar ze liet zich er niet door tegenhouden.  

Hoe verschillend zijn jullie levens? 

Husna: ‘Mijn moeders generatie maakte eerder de overheersing door de Taliban mee. Mijn generatie is van na 2001, na de Amerikaanse inval, toen de Taliban het niet voor het zeggen hadden. Natuurlijk waren er toen ook problemen voor vrouwen. Ik ben in een liberale en hoogopgeleide familie opgegroeid, maar buitenshuis ervaarde ik wel discriminatie. We leefden in een erg conservatieve en patriarchale maatschappij, waarin mannen verkeerde normen en tradities hanteren en religie verkeerd interpreteren.’ 

Maar de worsteling die Husna beleefde, is niets vergeleken met de situatie waar jonge vrouwen mee te maken hebben, nu de Taliban de macht weer hebben gegrepen. ‘Voor jonge Afghaanse vrouwen, is het echt een nachtmerrie. We hadden nooit verwacht dat we van het ene op het andere moment gevangen zouden zitten tussen de vier muren van ons huis. Onze moeders hebben dit eerder meegemaakt, maar voor ons is het een schok.’ 

Massouda Jalal: ‘Wij hebben twee decennia van vrijheid en democratie meegemaakt. In die jaren hebben we gevochten, zodat onze dochters en de volgende generatie niet hetzelfde zouden meemaken als wij. Dat was en ís onze motivatie.’  

Gezichten van vrouwen

Sinds de overname van de Taliban mogen bijna nergens in Afghanistan meisjes nog naar school, en veel vrouwen verloren hun baan. De gezichten van vrouwen zijn verbannen uit de media en ze mogen niet naar buiten zonder een man die hen begeleidt. Protesten worden met geweld neergeslagen, journalisten worden opgepakt en vrije media zijn in de ban gedaan. Ook vinden er executies plaats van leden van de voormalige Afghaanse regering, zoals politieagenten en militairen.  

Husna Jalal: ‘Veel van de vriendinnen met wie ik spreek storten psychologisch helemaal in. Vóór 15 augustus 2021, de dag waarop Kabul in handen van de Taliban viel, hadden we een normaal leven. We studeerden, gingen naar cafés. Ik draaide projecten rondom vrede en veiligheid en gendergelijkheid, voor jonge vrouwen in Kabul en op het platteland. In juli 2021 gaf ik nog een training aan dertig jonge vrouwen. Zes dagen lang hadden we het over hoe ze het patriarchaat kunnen bevechten en wat sociale gerechtigheid is. Maar nu is alles anders. Twee van mijn vriendinnen zijn getrouwd. Want jonge, vrijgezelle dochters kunnen door de Taliban meegenomen worden.’ 

Om toch iets te kunnen doen vanuit Nederland, startte Husna een online platform voor jonge, Afghaanse vrouwen, wat voortbouwt op het werk dat ze in Afghanistan deed. ‘We zetten psychologische hulp op en bieden bijvoorbeeld Engelse les aan. Zodat we niet opnieuw een generatie vrouwen krijgen die achterloopt.’ 

Massouda Jalal spreekt met een groep oorlogsweduwen bij een overheidsbakkerij die ze werk en brood verschaft (2014).
© 2004 Robert Nickelsberg
Massouda Jalal spreekt met een groep oorlogsweduwen bij een overheidsbakkerij die ze werk en brood verschaft (2014).

Dr. Jalal, wat vindt u ervan dat uw dochter ook activist is geworden? 

Massouda Jalal: ‘Ik voel me trots. Dit is het soort nalatenschap dat ik aan mijn dochters wilde meegeven. Ze nemen met veel enthousiasme het stokje over en komen op voor de minder geprivilegieerden.’ 

Husna, voelde u ook druk om deze richting in te slaan? 

Husna Jalal: ‘Nee, absoluut niet. Toen ik op de middelbare school zat raakte ik geïnteresseerd in activisme.’ Misschien, knipoogt ze, ‘heeft mijn familie daar iets mee te maken.’ Na haar middelbare school kreeg ze een studiebeurs om in New Delhi, India, politieke wetenschappen te studeren. ‘In mijn opvoeding is het zaadje geplant dat ik mensen wil dienen. Dat heeft zich echt in mijn gedachten en in mijn ziel geworteld. Ik heb gezien hoe mijn moeder dat al die jaren deed. Mijn ouders hebben me wel altijd vrij gelaten om mijn eigen pad te ontdekken.’  

Waarom willen jullie terug naar Afghanistan? Jullie kunnen ook kiezen voor een comfortabel leven in Nederland. 

Massouda Jalal: ‘Natuurlijk kan dat. Maar het voelt voor ons echt alsof we in ballingschap leven. We zitten in de wachtkamer. Het is hier comfortabel en vredig, maar onze gedachten zijn in Afghanistan. Daar moet nog zoveel gedaan worden om de democratie en vrede op te bouwen.’ 

Husna: ‘We hadden altijd al de optie om naar Europa, Amerika of Australië te gaan. Toen mijn moeder voor de VN werkte had ze een diplomatiek paspoort. Er is ons aangeboden om in het buitenland te gaan wonen. Maar het was een hele bewuste keuze om dat niet te doen.’ 

Massouda Jalal: ‘Ik ben gemaakt in Afghanistan. Afghanistan heeft mijn scholing betaald en ik voel altijd dat ik iets terug wil doen. Zelfs nu.’ 

‘Ik wil, symbolisch, een overheid in ballingschap uitroepen. Om aan vrouwen in Afghanistan te laten weten dat we er nog wel voor ze zijn’

Vanuit Nederland proberen moeder en dochter hun werk voort te zetten, maar dat is lastig. ‘We zijn hier aangekomen, zonder thuis, hulpeloos, gevlucht. Alle middelen, netwerken en systemen die we hadden zijn we kwijt.’ 

Volgens Massouda Jalal ontbreekt er een sterk, internationaal platform voor vrouwelijke leiders. ‘Als dat had bestaan, dan waren we hier met open armen ontvangen en hadden we direct een podium gekregen. Dat was niet zo. Ik wilde Europese leiders ontmoeten, met ze in gesprek gaan, ze vertellen over de realiteit in Afghanistan. Maar we zijn zes maanden verder en het is me nog niet gelukt.’ 

‘Ik wil een overheid in ballingschap uitroepen en dat bedoel ik symbolisch. Want de Taliban zeggen tegen mensen dat alle vrouwelijke leiders gevlucht zijn. Ik wil aan de vrouwen in Afghanistan laten weten dat we er nog wel voor ze zijn.’

Zijn jullie op een gezamenlijke missie? 

Massouda Jalal: ‘Husna is gefocust op de nieuwe generatie. Ik zie mezelf meer als een onafhankelijke politica en vrouwenrechtenactivist.’ 

Husna: ‘Ons narratief en onze verhalen zijn anders. Omdat onze generaties zo anders zijn opgegroeid, hebben we ook andere verwachtingen. Mijn generatie heeft vrijheid en gelijke rechten gekend en is daaraan gewend geraakt. Afghaanse meisjes mogen nu bijvoorbeeld al zes maanden niet meer naar school. Stel de scholen gaan weer open, dan hebben zij een jaar gemist. Ook is mijn generatie vrouwen niet vertegenwoordigd geweest in de vredesgesprekken. We hebben verschillende eisen, maar ook dezelfde doelen.’  

‘De oudere generatie kan de strategie bedenken, wij kunnen hem implementeren’

Een van die doelen is om de humanitaire crisis in Afghanistan aan te pakken. Volgens de Verenigde Naties hebben bijna 23 miljoen mensen, meer dan de helft van de bevolking, te maken met extreme honger. Dit is vijf keer zoveel als een halfjaar geleden. ‘Wat er nu gebeurt in Afghanistan is gewoon niet te bevatten’, zegt Husna.  

Dat de armoede en honger zo snel zijn toegenomen, komt doordat internationale banken zo’n 10 miljard dollar aan tegoeden hebben bevroren. Ze willen geen geld geven zolang de Taliban aan de macht zijn. Volgens de Jalals is het nu vooral belangrijk dat hulporganisaties hun kantoren weer openen. Een aantal, zoals Cordaid, heeft dat al gedaan. 

Moeten internationale leiders wel onderhandelen met de Taliban, zoals ze in januari in Oslo deden?  

Massouda Jalal: ‘De VS en Europa hebben heel duidelijk gemaakt dat die onderhandelingen niet betekenen dat ze de Taliban erkennen. De gesprekken waren gefocust op het vinden van een overlevingsstrategie. Het is nodig voor de mensen in Afghanistan.’  

Hoe houd je de moed om te vechten? 

Massouda Jalal: ‘Vrouwen van mijn generatie voelen zich wanhopig. Ze zien een donkere toekomst. Maar ze hebben wel kennis en ervaring. De jongere generatie kan de olie van de machine zijn.’ 

Husna: ‘De oudere generatie kan de strategie bedenken, wij kunnen hem implementeren.’ 

Massouda Jalal: ‘Zij geven energie aan het moment en wij, de ouderen, geven de wijsheid. We moeten samenwerken en bijdragen aan ons moederland, om terug op de rails te komen.’