© Jitske Schols

Dagmar Oudshoorn: ‘Ik heb ervoor gekozen om niet met boosheid naar de mensheid te kijken’

Ze leerde schieten bij de politie, heeft gebroken met de PvdA en deed mee aan Heel Holland Bakt. Dagmar Oudshoorn, de nieuwe directeur van  Amnesty Nederland, groeide op in een ‘rood nest’ in Zeeland en weet zelf hoe het is om gediscrimineerd te worden. ‘Laat iedereen zijn wie zij of hij is. Ik ben een trotse zwarte vrouw.’  

Haar man is naar zijn werk en haar zoontje gaat weer naar school. Dagmar Oudshoorn (47) heeft het rijk alleen. Ze zit aan de grote tafel in de woonkamer met de laptop opengeklapt. Haar gezicht verschijnt op het scherm. ‘Het kleurtje zit er vanzelf op’, zegt ze laconiek. Oudshoorn draagt een grote bril en heeft wijduitstaand haar.  

Als nieuwe directeur van de Nederlandse afdeling van Amnesty International maakte Oudshoorn begin dit jaar een uitzonderlijke start. ‘In de eerste weken heb ik gelukkig de meeste medewerkers ontmoet’, vertelt ze met een glimlach. Vanuit China rukte het covid-19-virus echter al snel op. ‘Omdat we er niet gerust op waren, werkten we aan het draaiboek voor wat we zouden moeten doen als de coronacrisis zou toeslaan. En toen schudde de wereld op z’n grondvesten.’ Donderdag 12 maart stuurde ze het personeel naar huis. ‘We zaten midden in de collecteweek.’ Plotsklaps was ze crisismanager. ‘Je hebt geen keuze. Je moet handelen. Je moet er staan’, zegt ze nuchter.  

Oudshoorn is de opvolger van Eduard Nazarski. ‘Het is best een opdracht om in de voetsporen te treden van iemand die de organisatie veertien jaar heeft geleid’, zegt ze. Zelf komt Oudshoorn niet uit de ngo-wereld. ‘Ik heb zestien jaar functies gehad in het openbaar bestuur. De rode draad is dat ik mij inzet voor de maatschappij.’ Na acht jaar PvdA-bestuurder in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord te zijn geweest, was ze van 2010 tot 2018 burgemeester van Uithoorn – in het begin als jongste vrouwelijke burgemeester van Nederland.  

  

Navelstreng

‘Ik heb er nooit veel over gezegd in het openbaar’, zegt ze over haar breuk met de PvdA. Ze was al burgemeester toen een affaire opspeelde in Rotterdam rondom vergunningen voor een moskee-internaat en vriendjespolitiek. ‘Ik vond dat er meer gedaan moest worden tegen het nepotisme. Ik heb geleerd om compromissen te sluiten, maar ik ben ook principieel. Als het te ver gaat, trek ik een streep. Toen bleek dat de partij niet wilde optreden, heb ik mijn lidmaatschap opgezegd. Het was alsof de navelstreng werd doorgeknipt.’  

Als partijloze burgemeester ging ze verder in Uithoorn. In 2018 werd ze hoofd Operatiën bij de Amsterdamse politie. ‘Ik bracht als zij-instromer andere expertise in. Maar ik moest wel “blauw” worden’, lacht ze. ‘Ik moest leren schieten en meedoen aan de fysieke training. Dat wordt bij de politie heel belangrijk gevonden. Ook al zag ik er niet het belang van in voor mijn functie: ik was lid van het managementteam en hield me niet bezig met boeven vangen, ik werkte niet op straat. Mijn portefeuille was vooral gericht op de sociale kant van veiligheid: het aanpakken van huiselijk geweld, kindermishandeling en jeugdcriminaliteit.’  

Oudshoorn zou een kleine twee jaar blijven. ‘De politie is een grote organisatie, en het is moeilijk om invloed te hebben en effectief te zijn. In mijn eigen invloedssfeer heb ik successen geboekt, maar in het grotere geheel van de nationale politie is dat veel complexer en gaat besluitvorming lastig.’ Toen werd ze benaderd om te solliciteren als directeur van Amnesty International. ‘Ik ben geen job-hopper, maar dit was natuurlijk wel Amnesty!’, roept ze uit. ‘Een kleinere organisatie met een grote impact.’  

Wat voor directeur krijgt Amnesty met haar? ‘Ik ben een betrokken persoon, een harde werker en laagdrempelig. Ik vind het belangrijk te weten wat er speelt. Mijn inzet is altijd 100 procent, en meer als het moet. Bij mij is het glas altijd halfvol.’  

De coronacrisis betekende dat ze, net als miljoenen Nederlanders, haar leven moest aanpassen. ‘Mijn man en zoontje waren thuis. Mijn moeder heeft een maand bij ons gewoond’, vertelt ze. Oudshoorn is van het type ‘schouders eronder’. ‘De aanleiding kun je missen als kiespijn, maar werktechnisch is deze stoomcursus reuze interessant.’  

Meer journalistieke verhalen over mensenrechten?

Nieuw: de Wordt Vervolgd Nieuwsbrief

Ja, ik meld me aan

Coronacrisis 

Er komen veel onverwachte vragen op haar af. ‘Is deze nieuwe werkelijkheid tijdelijk? We moeten nadenken over hoe we het contact met de leden vormgeven en actie kunnen voeren. Welke gevolgen heeft het voor de financiën? Het heeft zoveel consequenties.’  

Oudshoorn zag hoe razendsnel Amnesty International de koers bijstelde. ‘Ik ben zeer onder de indruk. Het is immens’, zegt ze. Meteen richtte de organisatie het vizier op de ingrijpende gevolgen van de pandemie voor de mensenrechten. Op de website domineren berichten en rapporten over schendingen, geweld, inperkingen en discriminatie van groepen. Ook besloot de organisatie een nieuwsbrief over de pandemie te publiceren. ‘De coronacrisis brengt niet het beste in regeringen naar boven. Landen maken misbruik van de situatie en nemen verregaande maatregelen, waarvan je je kunt afvragen of die proportioneel zijn. Ik ben er pessimistisch over’, stelt ze. Oudshoorn verwijst naar journalisten die worden geïntimideerd omdat zij de waarheid over corona aan het licht brengen, zoals Elena Milashina van de Russische krant Novaja Gazeta die door de Tsjetsjeense president Kadirov met de dood werd bedreigd vanwege een kritisch artikel. Ook signaleert Oudshoorn toenemende xenofobie en het schrijnende verschil tussen mensen die wel en geen toegang tot zorg hebben. Bulgarije en Slowakije discrimineren Roma bij hun corona-aanpak door hun voedsel, water en sanitaire voorzieningen te onthouden. ‘In vluchtelingenkampen is sociaal afstand houden niet mogelijk. Hetzelfde geldt voor de honderdduizenden Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh of voor de mensen in de townships in Zuid-Afrika.’  

Heerlijke jeugd

Oudshoorn groeide op in Goes. Als enig kind woonde ze met haar moeder in een flat. Opa en oma woonden in de buurt. Over haar afwezige Surinaamse vader zegt ze: ‘Ik was nog heel klein toen ik hem voor het laatst zag. Hij koos ervoor zijn eigen weg te gaan. Soms gebeuren er dingen in een mensenleven. Ik heb nooit de behoefte gehad contact met hem te leggen. Mijn leven is goed. Het voelt compleet aan.’  

Met plezier vertelt ze over vroeger. ‘We hadden thuis niet veel geld, maar ik denk dat ik het nooit heb gemist. Ik heb een heerlijke jeugd gehad’, zegt ze stralend. Oudshoorn deed gymnasium-B en ging uit met vrienden. Als vrijwilliger begeleidde ze mensen met een fysieke of verstandelijke beperking. ‘Met een groep naar Kreta. Dat was dikke pret.’ Vanaf haar 15e had ze baantjes, eerst in de bakkerswinkel, later ook als kok in een instelling. ‘Ik heb van jongs af aan gewerkt, ook om mijn studie te betalen’, zegt Oudshoorn. 

© Karen Veldkamp/AI

Het werd, ook vanwege haar vrijwilligerswerk, orthopedagogiek. Ze dacht eerst aan de afstudeerrichting beperkingen en handicaps. ‘Ik viel echter als een blok voor opvoedings- en gedragsproblemen en daar ben ik ook in afgestudeerd.’ 

Oudshoorn komt uit een ‘ouderwets rood nest’, waar ‘groot maatschappelijk bewustzijn’ was en veel werd gediscussieerd. ‘Ik moest verplicht de krant lezen.’ Ze werd opgevoed met normen en waarden die universele mensenrechten weerspiegelden. ‘Ik ben opgegroeid met de overtuiging dat mensen gelijk zijn, dat vrijheid van meningsuiting belangrijk is, dat mensen er niet minder om zijn als je het oneens bent, en dat het belangrijk is om op te komen voor de ander’, licht ze toe.  

Racisme

‘In Zeeland was ik een gekleurd kind in een witte omgeving. Mijn familie en vrienden stonden open voor iedereen. Ik was onderdeel van het geheel. Ik heb toen al wel discriminatie meegemaakt, maar ik was ik. Toen ik naar de grote stad verhuisde, was ik opeens een allochtoon. Je maakt mee dat je wordt uitgesloten en etnisch wordt geprofileerd. Ik ben ook preventief gefouilleerd. Als student maakte ik tijdens vakantiewerk mee dat mensen opeens luid en duidelijk begonnen te articuleren. Iemand die een afspraak met mij had, vroeg naar mijn leidinggevende. In een duurdere winkel dachten ze gelijk dat ik het niet kon betalen’, vertelt ze.  

Toen Oudshoorn als burgemeester een 100-jarige dame kwam feliciteren, dacht de vrouw die de deur opendeed dat ze van de thuiszorg was. ‘Terwijl ik daar in mantelpak met de grote zilveren ambtsketen om stond. En een cadeau onder mijn arm. Ik schoot in de lach en zei droogjes: ik ben de burgemeester. De 100-jarige was zo gegeneerd.’ Oudshoorn kent ook de snauwen van de andere kant. ‘Voor sommigen ben ik niet zwart genoeg. Ik krijg dan het verwijt dat ik een bounty ben. Dat is net zo irritant. Je kunt me niet kwader krijgen. Laat iedereen zijn wie zij of hij is. Ik ben een trotse zwarte vrouw.’  

Oudshoorn kent de pijn van discriminatieHet is vernederend. Maar het zegt meer over de ander dan over mij. Mijn moeder heeft me ervoor behoed dat ik mezelf als slachtoffer ging zien. Ook heeft ze me geleerd om duidelijk te voelen wat de intentie achter de uiting is. Is er sprake van onversneden racisme, dan verzet ik me sterk. Maar een vooroordeel is bijna menselijk. Als ik op al die voorvallen in zou gaan, word ik verbitterd. Ik heb ervoor gekozen om niet met boosheid naar de mensheid te kijken.’  

Toen ze hoorde van de moord op de zwarte Amerikaan George Floyd door een politieman, zocht ze de beelden op. ‘Ik heb vol ontzetting gekeken, maar kon op de een of andere manier mij er niet toe zetten om weg te klikken. Ik heb gehuild, letterlijk.’ Ze verwachtte grote demonstraties in de VS en andere landen. ‘Maar zo groot en met zoveel impact, dat had ik niet verwacht. Ik vind overigens dat we niet moeten doorslaan: censuur en beeldenstorm gaan in mijn ogen te ver, zegt Oudshoorn. Ze hoopt op dat ‘er duidelijke stappen’ gezet worden in het tegengaan van institutionele discriminatie en racisme. ‘Maar ik vrees dat polarisatie toeneemt en dat zou een enorm verlies zijn.’ 

Toen ze trouwde besloot ze haar achternaam als eerste te voeren (‘ik ben altijd Oudshoorn geweest’), gevolgd door Tinga, de achternaam van haar echtgenoot. ‘Veel mensen denken dat Tinga een Afrikaanse naam is. Maar het is Gronings. Met een harde g en een langgerekte aaaaa.’ Het was handig om beide namen in het paspoort te hebben toen ze hun zoontje, die nu 5 is, adopteerden. ‘Hij komt uit Portugal en is wit. Als ik als gekleurde vrouw met een wit kind reis, word ik niet automatisch gezien als de moeder. Met dezelfde namen in onze paspoorten heb je een stuk minder uit te leggen.’ Ze vieren elk jaar, naast zijn verjaardag, ook de dag waarop ze elkaar ontmoetten. 

Polarisatie en haat

Enkele jaren geleden deed ze mee aan Heel Holland Bakt. ‘Ik dacht: dat kan ik wel maken als burgemeester.’ Ze kan erom lachen dat ze er na de eerste ronde al uit lag. 

Wat kan Amnesty International van haar verwachten? Op haar lange lijst staan aandacht voor leden, lobby en actie. ‘Ik ben er voor de interne organisatie en het gezicht naar buiten,’ zegt Oudshoorn. Ze voorziet een stevige discussie over de vraag waarop de organisatie de focus moet leggen, de afdwingbare klassieke vrijheidsrechten of sociaal-economische rechten (recht op water, voedsel, onderdak, gezondheidszorg, een behoorlijk arbeidsloon), zeker nu de coronacrisis zo pijnlijk duidelijk maakt wat het gebrek aan basisvoorzieningen voor mensen betekent. Ze maakt zich grote zorgen over de toenemende polarisatie en de haat in de samenleving en de druk in de hele wereld op de rechtsstaat. ‘Ik wil duidelijk stellen dat mensenrechten niet links of rechts zijn, maar er voor iedereen zijn. Juist in tijden dat mensen er niet over willen horen, is het belangrijk die waakhond te zijn’, zegt Oudshoorn. Ze voelt zich bij Amnesty op haar plek. ‘Ik heb altijd functies gehad die ertoe doen. Maar de meerwaarde van dit werk is enorm. Het is voor mij de jackpot.’

Wordt Vervolgd, juli 2020

Meer journalistieke verhalen over mensenrechten?

Nieuw: de Wordt Vervolgd Nieuwsbrief

Ja, ik meld me aan