© Jitske Schols

‘Wat heb je met me gedaan, morfine?’

‘Wat heb je met me gedaan, morfine?’

Linda Bilal kreeg morfine van de dokter vanwege sterke zenuwpijn. De trip bracht haar terug naar Aleppo. “Wat heb je met me gedaan?”

In de ochtend van 26 mei werd de pijn in mijn nek ondraaglijk. Ik haastte me naar de dokter. Maar mijn pijn en tranen ten spijt had de dokter me niet meer te bieden dan een haastig voorgeschreven recept voor pijnstillers van het zwaarste kaliber om de zenuwpijn te onderdrukken en me te helpen met slapen. Slaap is de toegangspoort tot een uitgestrekte zee aan herinneringen.

Morfine – ik voel er weerstand tegen. Hoe kan ik de dokter uitleggen dat in mijn Midden-Oosterse geheugen morfine gelinkt is aan drugsmisbruik en verslaving? Maar de dokter zag het als een oplossing.

Ik smeekte om een specialist, want de zenuwpijn schoot als een bliksemschicht van mijn hoofd naar mijn linker-teen. De dokter keek onverschillig, ijskoud als het staal van haar bureau. Uiteindelijk gaf ik toe en stemde ermee in om tien dagen te wachten op een afspraak met een specialist.

’s Nachts toen de pijn begon op te spelen, nam ik – heel onderdanig – een lage dosis van tien milligram. De morfine bracht me in een toestand tussen slaap en waakzaamheid. Het lijkt alsof ik vlieg, mijn lichaam is zwaar en mijn hersenen slapen half.

Ik zie dolfijnen door de raampjes van de treinen gluren, terwijl mijn moeder een trui voor me breit

Op spoor 12 van Amsterdam CS wacht ik op mijn geliefde. Maar de binnenkomende trein brengt me mijn grootmoeder, die bijna twee jaar geleden overleed. Ik word verrast door een man die gezien zijn gelaatstrekken en dialect uit Aleppo lijkt te komen. Hij brengt me een stoel omdat hij bang is dat ik moe word – ik ben zwanger! Ik kijk naar mijn dikke buik en de door de morfine veroorzaakte hallucinaties nemen me mee op een reis van contemplatie.

Ik denk na over grote vragen en existentiële dilemma’s, over de reden van het bestaan. Ik zie dolfijnen door de raampjes van passerende treinen gluren, terwijl mijn moeder een trui voor me breit voor de koude winter die eraan komt.

De zenuwpijn in mijn been speelt weer op. Ik zit nog steeds in de morfinetrip die me naar verwaarloosde hoeken van mijn herinneringen leidt. Het plafond van mijn favoriete koffietentje in Aleppo, en ik die luidkeels Arabische gedichten reciteer. Iedereen applaudisseert. Nu zijn we weer in de grote keuken van ons huis. Geluiden uit de omgeving dringen binnen, vrouwen doden de tijd met kletspraat en roddels, witte mannen drinken koud bier.

Mijn gedachten dansen op luide muziek. Recepten van maaltijden, vet en rijk, ik herinner ze me en som ze op. Wat heb je met me gedaan, morfine? Waar neem je me mee naartoe?

Ik ben zoveel nachten bezig geweest mezelf te trainen in de herinneringen die ik zoek: de lange gesprekken met mijn grootmoeder, de eindeloze uren in de studio van Radio Aleppo waar ik mijn radiocarrière begon, familiebijeenkomsten waarmee het nieuwe jaar werd ingeluid, verjaardagen en de ramadan in het oude centrum van Aleppo. Maar de morfine brengt me naar waar hij wil.

Vijf jaar woon ik nu in Nederland, weg van de oorlog. Ik dacht dat ik eindelijk was begonnen herinneringen te vormen die niet met bloed waren besmeurd. Maar het kwam allemaal terug door die ene pil.

Wordt Vervolgd, juli 2020

Elke maand verhalen lezen over mensenrechten?

Word Amnesty-lid voor 2,50 per maand en ontvang Wordt Vervolgd

Neem een abonnement of bestel een gratis proefnummer