Studenten protesteren voor het parlementsgebouw in Budapest tegen het onderwijsbeleid van de regering Orbán, 19 januari 2018.
© AP

Verstikking maatschappelijk middenveld

In juni 2018 stemde het Hongaarse parlement in met een aantal wetsontwerpen die het werk van mensenrechtenverdedigers en non-gouvernementele organisaties nagenoeg onmogelijk maken en critici stigmatiseren.

In juni nam het Hongaarse parlement het zogenoemde Stop Soros-pakket aan. In totaal werden negen wetten aangepast. De wetten zouden bedoeld zijn om ‘illegale migratie’ tegen te gaan, ‘de grenzen te versterken’ en ‘de Hongaarse nationale veiligheid te beschermen’. De wetswijzigingen nemen vrijwel alle organisaties en individuen op de korrel die zich inzetten voor de rechten van vluchtelingen en asielzoekers. Of, zoals de Hongaarse autoriteiten dat consequent noemen: ‘massamigratie propageren’. In de praktijk blijken de aanpassingen vooral een verstikking van het maatschappelijk middenveld tot gevolg te hebben.

De legale hulp aan asielzoekers en migranten wordt gecriminaliseerd. Zelfs het geven van voedsel of geld aan migranten of het maken of uitdelen van folders die de vluchtelingeproblematiek belichten, is verboden.

De aanpassingen zijn vaag geformuleerd, waardoor een breed scala aan activiteiten bestraft kan worden. Wie ‘regelmatig’ betrokken is bij het ‘faciliteren van illegale migratie’ kan 1 jaar gevangenisstraf krijgen.

Het Stop Soros-pakket is vernoemd naar de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros, die bekendstaat om zijn steun aan ngo’s en die voorstander is van hulp aan migranten. Orbán ziet Soros als zijn aartsvijand.

Grondwet aangepast om vluchtelingen tegen te houden

In 2018 werd met een amendement op de grondwet ook vastgelegd dat Hongarije niet langer ‘vreemde volkeren’ hoeft op te nemen teneinde de ‘christelijke cultuur’ van Hongarije te beschermen. Dit betekent dat de Hongaarse autoriteiten zich aan de verplichting blijven onttrekken om vluchtelingen over te nemen van Griekenland.

Een billboard in Boedapest met de tekst: 'Wist je dat? De aanslagen in Parijs werden gepleegd door immigranten.' De campagne werd gesponsord door de Hongaarse regering, ter promotie van een referendum over immigratie in 2016.
© Amnesty International
Een billboard in Boedapest met de tekst: ‘Wist je dat? De aanslagen in Parijs werden gepleegd door immigranten.’ De campagne werd gesponsord door de Hongaarse regering, ter promotie van een referendum over immigratie in 2016.

Gebiedsverbod

Het is nu ook mogelijk dat Hongaarse burgers en buitenlanders die ‘een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of openbare orde’ een verbod krijgen opgelegd om binnen een straal van 8 km van de Schengengrens te komen. Burgers die zo’n gevaar zouden vormen, hebben bijvoorbeeld ‘gedragingen gerelateerd aan de migratiesituatie, zoals het bijstaan van een buitenlander om Hongarije binnen te komen of er te blijven’. Vertaald naar de Nederlandse situatie zou een vrijwilliger van Amnesty International of VluchtelingenWerk dus een verbod opgelegd kunnen krijgen.

Door de wetswijzigingen moeten organisaties en individuen die zich inzetten voor de rechten van vluchtelingen en asielzoekers bevestigen dat ze ‘illegale’ activiteiten ondernemen en dit via bijvoorbeeld hun website bekendmaken.

Regels om ngo’s buitenspel te zetten

Al eerder spande de regering zich in om het werk van groepen uit het maatschappelijk middenveld te dwarsbomen. In juni 2017 werd een pakket regels aangenomen voor non-gouvernementele organisaties die financiële steun uit het buitenland ontvangen, met als argument dat ze mogelijk ‘buitenlandse belangen’ dienen. De nieuwe regels dwingen ngo’s om zich te registreren als ze per jaar meer dan 7,2 miljoen forint (24.000 euro) aan buitenlands geld ontvangen. Ook moeten ze hun donateurs openbaar maken en in al hun publicaties en op internetsites vermelden dat ze een ‘met buitenlands geld gefinancierde organisatie’ zijn. Dat lijkt onschuldig, maar is het niet.

De Hongaarse overheid stelt dat de wet bedoeld is om transparantie van financiering van organisaties te verbeteren. Zo kan volgens de autoriteiten politieke beïnvloeding via deze organisaties worden tegengegaan.

De suggestie dat er sprake is van buitenlandse inmenging ondermijnt de geloofwaardigheid van de organisaties, waardoor ze steun verliezen en nog moeilijker kunnen overleven – wat weer ten koste gaat van kwetsbare groepen en mensen. Hoewel verschillende ngo’s hebbend laten registreren dat ze met ‘buitenlands geld gefinancierd worden, zijn er nog geen juridische stappen gezet tegen organisaties. Maar de voortdurende dreiging ervan zet het maatschappelijk middenveld onder druk, met onder meer zelfcensuur en onderlinge verdeeldheid binnen maatschappelijke bewegingen tot gevolg. Amnesty publiceerde hierover het rapport Hungary: living under the sword of Damocles – The impact of the LEXNGO on civil society in Hungary.

In 2020 oordeelde het Europees Hof van Justitie dat die regels in strijd zijn met het Europees recht en dat de regering de wet moet intrekken of herzien.