Mensenrechten in Iran
Iran staat al decennia bekend om de ernstige schendingen van mensenrechten. Vrijheden worden systematisch onderdrukt. Minderheden hebben te maken met discriminatie en geweld. Vrouwen gelden als tweederangsburgers. En wie hiertegen in opstand komt, wordt keihard aangepakt door de autoriteiten. Hoe is dit eigenlijk zo gekomen? En hoe is het de laatste jaren gesteld met mensenrechten in Iran?
De mensenrechtensituatie nu
Vrijheid van meningsuiting
De autoriteiten onderdrukken het recht op vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht op grove wijze. Onafhankelijke politieke partijen, mensenrechtengroepen en maatschappelijke organisaties zijn verboden. De media worden gecensureerd en buitenlandse televisiezenders worden verstoor. De staat heeft al tijden nagenoeg volledige controle over internet en sociale media-kanalen worden regelmatig geblokkeerd. Demonstranten, journalisten, advocaten, mensenrechtenverdedigers en veel anderen zitten lange gevangenisstraffen uit omdat ze voor hun mening uitkwamen, bijvoorbeeld over de onderdrukking van vrouwen en van etnische en religieuze minderheden. Op de index van persvrijheid in 180 landen van Reporters without Borders bungelde Iran in 2025 onderaan op plek 176.
Vrouwenrechten
Vrouwen zijn in Iran tweederangsburgers, met veel minder rechten dan mannen. Ze hebben hebben zeer beperkte rechten bij een echtscheiding, en verliezen standaard de voogdij van kinderen ouder dan zes jaar aan de vader. Ook zijn vrouwen maar half zoveel waard als een man bij erfenissen en getuigenissen in de rechtbank: ze erven de helft van wat een man zou krijgen, en hun getuigenis is maar half zoveel waard. Vrouwen kunnen niet buiten Iran reizen zonder toestemming van hun echtgenoot, kunnen de doodstraf krijgen bij overspel. Een man kan zijn vrouw verbieden te werken. Vrouwen mogen niet zingen voor publiek, tenzij ze dat in een koor doen. De hoofddoek is verplicht; het niet dragen ervan kan zwaar bestraft worden. Toch dragen veel vrouwen er geen en de handhaving nam na de ‘Woman Life Freedom’-protesten op veel plekken af.
‘Woman life freedom’-protesten
In 2022 braken in heel Iran protesten uit tegen de discriminatie van vrouwen en jaren van onderdrukking. De aanleiding van deze ‘Woman Life Freedom’-protesten was dat de 22-jarige Mahsa Jina Amini in gevangenschap was overleden als gevolg van mishandeling, omdat ze de verplichte hoofddoek niet goed zou hebben gedragen. Deze verplichting gaat in tegen het recht op vrijheid van uiting en religie en het recht op privacy. De autoriteiten sloegen de protesten keihard neer. Veiligheidstroepen doodden honderden demonstranten, onder wie kinderen. Duizenden mensen liepen ernstige verwondingen op door kogels en traangas. Uit angst voor arrestaties en andere represailles zochten velen geen medische hulp. Tienduizenden mensen werden willekeurig gearresteerd. Tijdens de opstand en de nasleep ervan hebben inlichtingen- en veiligheidstroepen op grote schaal mensen gemarteld, ook kinderen. Sinds de ‘Woman Life Freedom’-protesten is het gebruik van de doodstraf enorm toegenomen. In de openbare ruimte worden vrouwen continu gesurveilleerd, willekeurig gearresteerd en (seksueel) mishandeld.
Doodstraf
Iran voert nog steeds de doodstraf uit. Het gaat daarbij niet om de ‘meest ernstige misdrijven’ waarvoor volgens internationaal recht een doodvonnis kan worden uitgesproken. De doodstraf kan bijvoorbeeld worden opgelegd voor seks met iemand van hetzelfde geslacht, het vervloeken van de profeet of het drinken van alcohol. Ook kinderen die jonger waren dan 18 jaar op het moment dat ze een misdrijf begingen, worden geëxecuteerd. Dit is in strijd met het Kinderrechtenverdrag, dat Iran heeft beloofd te respecteren. In De autoriteiten zetten de doodstraf ook in om protesten de kop in te drukken, bijvoorbeeld de ‘Woman Life Freedom’-protesten. Daarbij zijn onder andere de demonstranten Majid Reza Rahnavard, Mohsen Shekari, Mohammad Mehdi Karami en Sayed Mohammad Hosseini na een schijnproces geëxecuteerd.
Gedwongen verdwijningen en martelingen
In Iran worden gevangenen stelselmatig onderworpen aan gedwongen verdwijningen, isolatie en systematische marteling. Staatsmedia zenden “bekentenissen” uit die door martelingen zijn verkregen. In 2024 rapporteerde Amnesty dat politieke gevangenen in psychiatrische instellingen mishandeld werden en gedwongen medicatie kregen toegediend. Gevangenisbewaarders weigerden vaak de toegang tot medische zorg, ook bij verwondingen door martelingen. Verschillende mensen stierven in hechtenis onder verdachte omstandigheden, zoals Mohammad Mirmousavi, wiens dood pas werd erkend na publieke verontwaardiging over een video van zijn verwonde lichaam. Detentieomstandigheden zijn wreed en onmenselijk: overbevolking, slechte hygiëne, muizen- en insectenplagen en een gebrek aan basisvoorzieningen. Het Islamitische Wetboek van Strafrecht staat straffen toe die neerkomen op marteling, waaronder geseling, amputatie, kruisiging en steniging. Rechtbanken spraken in 2024 minstens 186 geselstraffen uit en voerden deze ook uit.
Etnische en religieuze minderheden
Etnische minderheden zoals Ahwazi, Koerden, Beloetsj en Turken worden in Iran zwaar gediscrimineerd. Ze hebben minder toegang tot onderwijs, werk en huisvesting, en hun regio’s blijven achter door gebrek aan investeringen. Het Perzisch is de enige schooltaal, ondanks oproepen om meer talen toe te staan. Veiligheidstroepen doden en verwonden regelmatig Koerdische grenskoeriers en Beloetsj brandstofdragers. Religieuze minderheden zoals Baha’i, christenen, Gonabadi derwisjen, Yarsan, joden en soennieten worden willekeurig gearresteerd, gemarteld en vervolgd vanwege hun geloof. Baha’i’s verliezen banen of moeten gedwongen hun bedrijven sluiten, en zelfs hun graven worden vernield. Lhbti+-ers lopen groot risico: homoseksuele relaties kunnen bestraft worden met geseling of zelfs de doodstraf, en “conversietherapie” en verplichte medische ingrepen komen nog steeds