Minderjarigen lopen risico op executie na demonstraties in Iran
De Iraanse autoriteiten moeten direct stoppen met de plannen om acht mensen te executeren. Zij zijn ter dood veroordeeld na de landelijke protesten in januari 2026. Amnesty International is altijd tegen de doodstraf en roept Iran op de doodstraffen in te trekken en de versnelde en oneerlijke processen tegen ten minste 22 anderen te beëindigen.
Amnesty International beschikt over informatie over ten minste dertig mensen die de doodstraf riskeren voor vermeende misdrijven tijdens de protesten van januari 2026. Onder hen zijn ten minste acht mensen die in februari, binnen enkele weken na hun arrestatie, ter dood zijn veroordeeld: Saleh Mohammadi (18), Mohammad Amin Biglari (19), Ali Fahim, Abolfazl Salehi Siavashani, Amirhossein Hatami, Shahin Vahedparast Kolor, Shahab Zohdi en Yaser Rajaifar.
Kinderen lopen risico op de doodstraf
Ten minste 22 anderen, onder wie twee 17-jarigen, lopen ook het risico de doodstraf te krijgen. Hun zaken zitten vol ernstige schendingen van het recht op een eerlijk proces: marteling om ‘bekentenissen’ af te dwingen, geen toegang tot advocaten tijdens het onderzoek en het weigeren van door families gekozen advocaten.
“De Iraanse autoriteiten laten opnieuw zien geen respect te hebben voor het recht op leven of gerechtigheid. Ze dreigen met versnelde executies en leggen in razendsnelle processen doodvonnisen op, nauwelijks weken na arrestaties. Ze gebruiken de doodstraf als wapen om angst te zaaien en een bevolking die om verandering vraagt te intimideren”, aldus Diana Eltahawy van Amnesty International.
Volgens Elthawy hebben vooral kinderen en jongvolwassen na de protesten in januari te maken gekregen met onderdrukking door de staat. “Zij hebben nauwelijks juridische hulp en worden gemarteld, mishandeld of vastgehouden zonder contact met de buitenwereld om gedwongen ‘bekentenissen’ af te leggen. De internationale gemeenschap moet in actie komen. De Iraanse autoriteiten moeten stoppen met het gebruik van het rechtssysteem als een lopende band voor executies.”
Werkelijke aantallen veel hoger
Volgens Amnesty International ligt het werkelijke aantal mensen dat risico loopt op de doodstraf veel hoger. De autoriteiten intimideren families zodat zij zwijgen, houden gevangenen in isolatie van de buitenwereld, laten mensen gedwongen verdwijnen, en dwingen ‘bekentenissen’ af met marteling en andere vormen van mishandeling.
Ambtenaren arresteerden duizenden demonstranten en dissidenten na de opstand van januari 2026. Ze dreigden herhaaldelijk “de maximale straf [dat wil zeggen de doodstraf] … zonder enige vertraging … in de kortst mogelijke tijd” te eisen.
Oproep Amnesty International
Amnesty International roept alle VN-lidstaten en internationale en regionale instanties op om diplomatiek in te grijpen. Van de Iraanse autoriteiten moet worden geëist dat zij:
- de veroordelingen en doodvonnissen intrekken;
- geen nieuwe doodvonnissen meer opleggen;
- iedereen die wordt beschuldigd van een strafbaar feit een eerlijk proces geven, zonder dat de doodstraf wordt opgelegd.
Ook moeten staten druk uitoefenen op de Iraanse autoriteiten om VN-experts, de VN-onderzoekscommissie voor Iran, en diplomaten toegang te geven tot detentiecentra en rechtszaken.
Kom in actie, schrijf een brief en roep Iran op om de executies te stoppen.
Marteling en oneerlijke rechtszaken
Saleh Mohammadi (18), werd op 4 februari door de rechtbank in Qom ter dood veroordeeld, minder dan drie weken na zijn arrestatie op 15 januari. Hij wordt beschuldigd van betrokkenheid bij de dood van een veiligheidsagent tijdens protesten in Qom op 8 januari. Hij ontkent dit. Uit het vonnis, dat door Amnesty International is ingezien, blijkt dat hij zijn ’bekentenissen’ in de rechtbank heeft ingetrokken. Hij vertelde daar dat de ‘bekentenis’ onder marteling was afgedwongen. De rechtbank wees dit zonder enig onderzoek af. Volgens een goed geïnformeerde bron brak Mohammadi tijdens de mishandeling botten in zijn hand.
Mohammad Amin Biglari (19), en zes anderen (Ali Fahim, Abolfazl Salehi Siavashani, Amirhossein Hatami, Shahin Vahedparast Kolor, Shahab Zohdi en Yaser Rajaifar) kregen op 9 februari, een maand na hun arrestatie, van de Revolutionaire Rechtbank van Teheran de doodstraf. Ze worden beschuldigd van “vijandschap tegen God” (moharebeh) omdat ze een Basij-basis in brand zouden hebben gestoken. Biglari’s verblijfplaats was wekenlang onbekend totdat hij werd overgebracht naar de Ghezel Hesar-gevangenis in de provincie Alborz. De autoriteiten weigerden hem tijdens het onderzoek toegang tot een advocaat. Ze wezen hem vervolgens een advocaat toe, die zijn belangen niet behartigde tijdens het toch al oneerlijke proces. De familie stelde een onafhankelijke advocaat aan, maar die krijgt geen toegang tot het dossier. Daardoor kan hij geen beroep aantekenen bij het Hooggerechtshof.
Ehsan Hosseinipour Hesarloo (18), Matin Mohammadi en Erfan Amiri (beiden 17) staan terecht in een versneld, door marteling gekenmerkt en uiterst oneerlijk proces voor de Revolutionaire Rechtbank van Teheran. Zij worden beschuldigd van betrokkenheid bij een brand op 8 januari 2026 in een Basij-basis in een moskee in Pakdasht, in de provincie Teheran. Bij de brand kwamen twee Basij-agenten om het leven. Een goed geïnformeerde bron vertelde Amnesty dat Basij-agenten ze al vóór de brand hadden gearresteerd. Ehsan ‘bekende’ nadat de ondervragers hem zwaar hadden mishandeld en een pistool in zijn mond hadden gestoken. De bron zei ook dat de rechter ten minste drie door Ehsan’s familie gekozen advocaten weigerde en hen bedreigde. Ehsan kreeg een door de staat aangewezen advocaat, die hem niet effectief verdedigde.
Zijn 17-jarige medeverdachten zitten vast in een detentiecentrum voor kinderen en worden beschuldigd van misdrijven waarop de doodstraf staat. Dat is verboden onder internationaal recht.
Ook anderen, zoals Abolfazl Karimi (35), lopen gevaar. Hij werd op 6 januari in Teheran gearresteerd nadat hij twee vrouwen wilde helpen die in hun benen waren geschoten. Een goed geïnformeerde bron vertelde Amnesty dat Karimi met metalen kogeltjes werd beschoten, geslagen, geen medische zorg voor zijn verwondingen kreeg en gedwongen werd om geblinddoekt een verklaring van schuld te ondertekenen. Rond 12 februari hoorden en hij en dertien anderen dat ze “ter dood waren veroordeeld”, ondanks onduidelijke beschuldigingen.
Anderen die gevaar lopen zijn onder meer Shervin Bagherian Jebeli (18), Danial Niazi (18), Mohammad Abbasi (55), Amirhossein Azarpira (24) en Mohammadreza Tabari.
Internationale rechtsgang nodig
In Iran heerst een patroon van straffeloosheid: marteling, gedwongen verdwijningen, dodelijk geweld tegen demonstranten en willekeurige executies blijven onbestraft.
Amnesty International roept de VN-lidstaten en regionale en internationale instanties nogmaals op om te streven naar een breed internationaal rechtsmechanisme.
De VN-Veiligheidsraad moet de situatie in Iran doorverwijzen naar het Internationaal Strafhof (ICC). De raad moet ook nadenken over het oprichten van internationale rechtsmechanismen die snel kunnen onderzoeken, en vervolging van mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven volgens het internationaal recht en andere ernstige mensenrechtenschendingen.
Op nationaal niveau moeten staten ook gecoördineerde strafrechtelijke onderzoeken instellen op grond van universele of andere vormen van extraterritoriale jurisdictie, met het oog op het uitvaardigen van arrestatiebevelen en het instellen van vervolging wanneer er voldoende bewijs is.
Altijd tegen de doodstraf
Amnesty International is in alle gevallen zonder uitzondering tegen de doodstraf, ongeacht de aard van het misdrijf, de kenmerken van de dader of de methode die de staat gebruikt om de gevangene te doden. De doodstraf is een schending van het recht op leven en de ultieme wrede, onmenselijke en vernederende straf.
Sinds de Woman Life Freedom-protesten van 2022 zetten de autoriteiten van Iran de doodstraf steeds vaker in als wapen om angst te zaaien, afwijkende meningen te onderdrukken en gemarginaliseerde gemeenschappen te straffen. In 2025 voerden de Iraanse autoriteiten het hoogste aantal executies uit sinds 1989.