Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Medisch onderzoek van asielzoekers

Asielzoekers dragen soms al dan niet zichtbare sporen van marteling of mishandeling. Uit medisch onderzoek kan blijken of ze daadwerkelijk gemarteld of mishandeld zijn. Amnesty International vindt dat medisch steunbewijs deel moet uitmaken van de asielprocedure.

In de Vreemdelingencirculaire (C14 /3.5.2), die ambtenaren die de vreemdelingenwetgeving uitvoeren aanwijzingen geeft voor hun werk, staat dat ‘bij de beoordeling van een asielaanvraag medische aspecten geen rol spelen, aangezien er medisch gezien (meestal) geen zekere uitspraken zijn te doen over de oorzaak van medische klachten en/of littekens.’ Het verband tussen medische bevindingen en het vluchtrelaas valt volgens deze instructies dus niet vast te stellen.

Amnesty International stelt al jaren dat medisch onderzoek kan bijdragen aan het aannemelijk maken van een asielrelaas en pleit ervoor dat de Nederlandse overheid een medisch onderzoek opneemt in de asielprocedure. In de praktijk dragen de medische onderzoeksrapportages van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (zie hieronder) bij aan een positieve beslissing van de IND.

Istanbul Protocol

Uit de Vreemdelingencirculaire (C14 /3.5.2) volgt dat indien de asielzoeker de gestelde medische aspecten heeft gestaafd met een rapportage van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek, dat de inhoud van deze rapportage wordt meegenomen bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas.

Toch zien we ook dat de medische rapportages terzijde worden gelegd met het argument dat de arts bij zijn conclusies enkel uitgaat van de geloofwaardigheid van de asielzoeker. Ten onrechte. Volgens het Istanbul Protocol, dat een ‘best practice’ beschrijft van medisch onderzoek naar slachtoffers van marteling, moet een arts juist onderzoeken en een oordeel geven over de mate van consistentie tussen medische bevindingen en het relaas over marteling/mishandeling.

Ook de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ) adviseerde in april 2008 het Istanbul Protocol in de Nederlandse asielprocedure te implementeren: ‘Naar het oordeel van de ACVZ dient in het Nederlandse beleid met betrekking tot de behandeling van asielverzoeken uitdrukkelijk te zijn vastgelegd dat de principes en richtlijnen van het Istanbul Protocol zullen worden toegepast in die gevallen waarvoor dat geëigend is.’

Vroegsignalering

Dat een medisch onderzoek een bijdrage kan leveren aan het aannemelijk maken van een asielrelaas wordt ook ondersteund door het anti-foltercomité (Committee against Torture – CAT). Dit comité heeft al in 1997 naar aanleiding ingediende klachten aangegeven dat medische rapportages kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding. Het comité pleit voor het gebruik van het Istanbul Protocol en training daartoe van de betrokken professionals.

Ook in voorstellen van de Europese Commissie is een voorstel voor een medisch onderzoek opgenomen. Helaas wil de Nederlandse overheid dit voorstel niet overnemen.

In juli 2010 is de nieuwe asielprocedure in werking getreden, waarbij een Rust- en Voorbereidingstermijn (RVT) is ingebed. Tijdens de RVT wordt een medische check uitgevoerd waarbij de bevindingen in een medisch advies worden opgenomen. Amnesty International is van mening dat deskundige ‘vroegsignalering’ van medische en psychische problematiek van belang is voor een zorgvuldige beoordeling van het asielverzoek. Dit moet echter wel gepaard gaan met de mogelijkheid van een vervolgonderzoek conform het Istanbul Protocol.

Instituut  voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek

Amnesty nam in 2011, tezamen met een aantal partnerorganisaties, initiatief tot de oprichting van het Instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO). Dit instituut legt zich toe op forensisch medisch onderzoek van vermoede slachtoffers van marteling en inhumane behandeling. In het bijzonder in de context van een asielprocedure. De Medische Onderzoeksgroep (MOG) van Amnesty was met vrijwillige artsen al actief op dit gebied vanaf 1977. De MOG werd in de nieuwe organisatie ondergebracht. In 2012 is iMMO operationeel geworden.