Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Fascisme en mensenrechten

Het fascisme is genoemd naar haar oorspronkelijke verschijningsvorm in Italië in de jaren dertig. Het werd een algemenere aanduiding van een ideologie die massaliteit, menselijke ongelijkheid, absoluut leiderschap, streven naar macht en nationalisme verheerlijkt.

Theoretisch wordt fascisme wel gedefinieerd als ‘de opheffing van het onderscheid tussen kapitaal en arbeid’: werkgevers en werknemers (vakbonden) moeten niet tegenover elkaar staan, in een vorm van klassenstrijd, maar voor het gemeenschappelijk doel samenwerken met elkaar en met de staat en de kerk.

Het Italiaans fascisme van Benito Mussolini (1883-1945) was grotendeels rechts-conservatief, de Duitse variant van het nationaalsocialisme werd veel agressiever en had een veel sterkere component van racisme. Fascisme keert zich tegen pacifisme, liberalisme en in het bijzonder tegen communisme. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn er geen uitgesproken fascistische staten meer geweest. Wel zijn er nu nog fascistische groeperingen, die vaak een bewondering voor Hitler aan de dag leggen en het voeren van een oorlog een ‘gezond’ politiek middel vinden.

Het formuleren van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, na de Tweede Wereldoorlog, werd sterk geïnspireerd door de afkeer van het fascisme. Het fascistisch denken is dan ook strijdig met zo goed als elk artikel van de hedendaagse mensenrechtenverdragen.

Fascisme en populisme

Er is soms sprake van beschuldigingen van ‘fascisme’ aan het adres van bewegingen aan de uiterste rechterzijde. Breder gedeeld is de opvatting dat die bewegingen ‘populistisch’ zijn. In populisme staan voorop: een afkeer van de ‘elite’ en de ‘gevestigde partijen’, het belang van de ‘wil van het volk’, het belang van de ‘eigen natie’ en leiderschap dat niet (democratisch) door een partij wordt gekozen, maar dat zichzelf benoemt. Populisme, voor zover het niet racistisch, haatzaaiend of gewelddadig is, is in principe te verenigen met mensenrechten. Populisten beroepen zich ook geregeld op mensenrechten, vooral de vrijheid van meningsuiting.