Mensenrechtenverdragen
Mensenrechtenverdragen vormen de juridische basis van de internationale bescherming van mensenrechten. In deze verdragen leggen staten vast welke rechten zij moeten beschermen en respecteren. Op deze pagina lees je wat mensenrechtenverdragen zijn, welke belangrijke verdragen er bestaan, en hoe toezicht wordt gehouden op de naleving van mensenrechten.
Direct naar: Definitie: mensenrechtenverdrag | Bekende verdragen | Veelgestelde vragen | Nieuws en onderzoek
Definitie: Wat is een mensenrechtenverdrag?
Een mensenrechtenverdrag is een internationale overeenkomst waarin staten afspraken vastleggen over de bescherming van mensenrechten. Staten die een verdrag ratificeren, verbinden zich eraan om de bepalingen uit dat verdrag na te leven.
De belangrijkste VN-mensenrechtenverdragen
Verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten (BuPo)
De Verenigde Naties aanvaardden in 1966 het Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BuPo). Het is onderdeel de bindende uitwerking van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Dit verdrag bevat 55 artikelen, over onder meer discriminatie, effectieve rechtsmiddelen, marteling, slavernij, eerlijke processen, bewegingsvrijheid, vrijheid van geweten en meningsuiting, kiesrecht en gelijkheid voor de wet. Sommige van deze rechten mogen nooit worden opgeschort, ook niet in tijd van oorlog of noodtoestand.
Bij dit verdrag horen facultatieve (optionele) protocollen over het individueel klachtrecht en de afschaffing van de doodstraf.
Verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten (EcSoCu)
Ook dit verdrag werd in 1966 aanvaardt door de Verenigde Naties en is onderdeel van de bindende uitwerking van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (EcSoCu). Het bevat bepalingen over onder meer arbeid, eerlijke arbeidsomstandigheden, vakverenigingen, gezondheidszorg, onderwijs, voedsel en culturele participatie.
Voor toezicht op de uitvoering bestaat een VN-Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten. Daarnaast bestaat een facultatief protocol dat individuen de mogelijkheid geeft klachten in te dienen.
Kinderrechtenverdrag
De rechten van kinderen zijn gebundeld in het VN-Kinderrechtenverdrag uit 1989. Dit verdrag noemt onder meer het recht op ontwikkeling, het recht op privacy, bescherming tegen ontvoering, bescherming tegen schadelijke adoptiepraktijken en bescherming tegen doodstraf of levenslange gevangenisstraf voor minderjarigen.
Een speciaal comité van onafhankelijke experts ziet toe op de naleving van het verdrag en doet aanbevelingen aan staten. Het verdrag is door bijna alle landen van de wereld bekrachtigd. Van alle VN-lidstaten is alleen de Verenigde Staten nog geen partij bij het verdrag.
Regionale mensenrechtenverdragen
Afrikaans Handvest en Hof voor de Mensenrechten
Het Afrikaans Handvest voor de Rechten van Mens en Volken werd in 1981 aangenomen door de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (Afrikaanse Unie) en trad in 1986 in werking. Veel artikelen komen overeen met die in het VN-verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten (BuPo).
Er zijn ook verschillen, en die maken de bescherming die het Afrikaans verdrag biedt vaak minder sterk dan die van andere verdragen. Zo hebben ook volken rechten, zoals onafhankelijkheid en zelfbeschikking. Dit roept de vraag op of de rechten van volken soms boven de rechten van individuen gaan. Ook hebben individuen plichten jegens de staat en samenleving zoals de veiligheid van de staat niet in gevaar brengen en de dienstplicht vervullen. Dit kan spanningen opleveren met de mensenrechten.
De Afrikaanse Commissie voor Mensenrechten ziet toe op de naleving van het handvest. Sinds 2004 bestaat het Afrikaans Hof voor de Rechten van de Mens en Volken. In oktober 2023 waren alle Afrikaanse staten, behalve Zuid-Sudan, bij het verdrag aangesloten. Slechts 8 staten accepteerden artikel 34 (6), volgens welke individuen en ngo’s direct een zaak kunnen indienen bij het Afrikaans Hof.
Amerikaans Verdrag voor de Mensenrechten
Het Amerikaans Verdrag voor de Mensenrechten werd in 1969 aangenomen door de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en trad in 1978 in werking. Het verdrag vormt de basis voor de werkzaamheden van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens en het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens. De commissie kan klachten ontvangen van zowel staten als individuen en aanbevelingen doen aan regeringen. Het hof heeft uitspraken gedaan over onder meer gevangenisomstandigheden, marteling en verdwijningen.
Het verdrag is door de meeste lidstaten van de OAS bekrachtigd. Maar niet door de Verenigde Staten. Canada en verschillende Engelstalige Caribische landen hebben het zelfs niet ondertekend.
Arabisch Handvest voor de Mensenrechten
Het Arabisch Handvest voor de Mensenrechten volgt in grote lijnen de VN-verdragen, met enkele opvallende uitzonderingen. Het handvest roept in de inleiding God en de wetgeving van de islam (sharia) aan en veroordeelt het zionisme, het geeft een beperkt recht op vrijheid van meningsuiting en het verklaart de doodstraf (alleen) onwettig als die wordt opgelegd voor politieke misdrijven.
Amnesty International steunt de bekrachtiging van dit handvest niet, omdat het volgens Amnesty tekortschiet ten opzichte van internationale mensenrechten normen. Het maakt de doodstraf voor minderjarigen mogelijk en sluit onder meer het opschorten van het recht op leven (in noodtoestand) en wrede behandeling van gevangenen niet uit.
In januari 2021 waren zestien van de tweeëntwintig leden van de Arabische Liga partij bij het handvest: Algerije, Bahrein, Egypte, Irak, Jordanië, Koeweit, Libanon, Libië, Mauritanië, Palestina, Qatar, Saudi-Arabië, Sudan, Syrië, de Verenigde Arabische Emiraten en Jemen.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EvRM)
Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens werd in 1950 aangenomen en valt onder het Verdrag van Rome. Het vormt de basis voor de bescherming van mensenrechten binnen de Raad van Europa en voor de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Vluchtelingen- en mensenrechtenverdragen
Dublinverordening
‘Dublin’ is een verdrag dat werd aangenomen door de twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap in Dublin in 1990. Sinds 2014 is de Dublinverordening III van kracht, waarin wordt bepaald welk land verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van asielverzoeken. Meestal is dit het eerste land in het Schengengebied waar iemand binnenkomt.
De Dublinverordening wil voorkomen dat iemand in meerdere landen tegelijkertijd een asielprocedure doorloopt. Critici wijzen erop dat de nationale asielprocedures sterk verschillen, waardoor asielzoekers in verschillende landen ongelijke kansen hebben.
UNHCR en het UNHCR-handboek
De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) zorgt voor de juridische bescherming van vluchtelingen en zoekt naar duurzame oplossingen voor hun bestaanszekerheid. De UNHCR werd opgericht in 1950 en speelt een belangrijke rol bij de toepassing van het Vluchtelingenverdrag.
In 1979 stelde de UNHCR een handboek op als aanvulling op de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag. Dit handboek, en de latere ‘conclusies’ van het Uitvoerend Comité van de UNHCR, hebben geen bindende kracht, maar gelden wel als standaard voor de behandeling van vluchtelingen en asielzoekers.
Hoe wordt toezicht gehouden op mensenrechtenverdragen?
Internationale verdragen worden bewaakt door verschillende toezichthoudende organen, zoals VN-comités, regionale commissies en internationale hoven zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Zij beoordelen rapportages van staten, behandelen klachtenprocedures en doen aanbevelingen voor verbetering.
In veel gevallen kunnen burgers of organisaties via facultatieve protocollen zelf een klacht indienen wanneer zij vinden dat een verdrag is geschonden. Een facultatief protocol bij een mensenrechtenverdrag is een verdragstekst (protocol), dat door de partijen van dat verdrag naar believen (facultatief) kan worden onderschreven.
Veelgestelde vragen over mensenrechtenverdragen
Wat betekent ratificatie?
Wat is het verschil tussen een verdrag en een facultatief protocol?
Is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) ook een mensenrechtenverdrag?