Doodstraf
© Amnesty International

Zuid-Sudan: executie kan ook kinderen en jonge moeders treffen

Dit jaar heeft Zuid-Sudan meer doodvonnissen voltrokken dan in enig ander jaar sinds het land in 2011 onafhankelijk werd. Tot nu zijn zeven mensen geëxecuteerd, onder wie een kind. Dat staat in het vandaag verschenen Amnesty-rapport ‘I told the judge I was 15’: the Use of the Death Penalty in South Sudan‘.

Amnesty International vreest voor het leven van 135 mensen. Die zijn dit jaar uit diverse gevangenissen in het land overgebracht naar twee gevangenissen die berucht zijn vanwege de executies die daar voltrokken worden.

Onmenselijke straf

‘De overplaatsing van 135 mensen naar de gevangenissen in Juba en Wau is zeer verontrustend,’ zegt Joan Nyanyuki van Amnesty International. ‘In die twee gevangenissen vonden alle executies van dit jaar plaats. De autoriteiten van Zuid-Sudan moeten onmiddellijk een officieel moratorium op executies instellen. Ook moeten ze de doodvonnissen omzetten in gevangenisstraffen en de doodstraf volledig afschaffen. Het is zeer zorgwekkend dat de jongste natie ter wereld een achterhaalde en onmenselijke praktijk omarmt en mensen executeert, zelfs kinderen, terwijl steeds meer landen deze afschuwelijke straf afschaffen.’

Overtreding eigen grondwet

Amnesty heeft vastgesteld dat ten minste 342 mensen in de dodencel zitten. Dat is twee keer zoveel als in 2011. Vorig jaar werden vier mensen geëxecuteerd, van wie er twee nog een kind waren op het moment van het misdrijf. Volgens internationaal recht is het verboden om iemand te executeren die jonger is dan 18 jaar op het moment dat het misdrijf plaatsvond. Ook volgens de overgangsgrondwet van Zuid-Sudan is dit niet toegestaan.

Kinderrechtenverdrag

Bovendien is Zuid-Sudan partij bij het internationale Kinderrechtenverdrag waarin is vastgelegd dat de ‘doodstraf noch levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van vrijlating wordt opgelegd voor strafbare feiten gepleegd door personen jonger dan achttien jaar’. Ook het executeren van een vrouw die nog borstvoeding geeft, is in strijd met de Zuid-Sudanese wet en met internationaal recht.

‘Ik hoop hier uit te komen’

Amnesty-medewerkers spraken met een 16-jarige jongen die in Juba in de dodencel zit. Hij is voor moord veroordeeld en is in afwachting van hoger beroep. Volgens hem gaat het om een ongeluk.

‘Voor het ongeluk ging ik naar de middelbare school, ik was hardloper en zong gospels (…) Het was mijn doel om te studeren en om anderen te helpen. Ik hoop hier uit te komen en verder te gaan op school’, vertelde hij.

Achtergrond

In Zuid-Sudan kan de doodstraf worden opgelegd in geval van moord, het afleggen van een valse getuigenis of door een vals bewijs te verzinnen waardoor een onschuldige wordt geëxecuteerd, terroristische daden waarbij mensen worden gedood, drugshandel en laster. De voltrekking van het doodvonnis vindt plaats door ophanging. De executie kan pas doorgang vinden wanneer het Opperste Gerechtshof en de president het doodvonnis hebben bevestigd.

Lees meer over Amnesty’s standpunt over de doodstraf.