Zuid-Soedan

Zuid-Sudan: oorlogsmisdaden worden nog steeds niet berecht

De Zuid-Sudanese autoriteiten doen vrijwel niets aan het berechten van verdachten van ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Sinds er in december 2013 een gewelddadig conflict uitbrak in Zuid-Sudan met mensenrechtenschendingen op grote schaal als gevolg, zijn verdachten slechts in één geval vervolgd.

Het vandaag gepubliceerde Amnesty-rapport ‘Do you think we will prosecute ourselves: No prospects for accountability in South Sudan’ toont aan dat het juridische systeem in Zuid-Sudan niet onafhankelijk is. Aanklagers volgen de bevelen van politici op. Onderzoek vindt zelden plaats en als dat wel al gebeurt worden de resultaten niet gepubliceerd of worden misdrijven begaan door het regeringsleger genegeerd. Ook verleent President Kiir regelmatig amnestie aan verdachten.

Malakal

In februari 2016 drongen Zuid-Sudanese soldaten VN-gebied in Malakal binnen, waar ontheemde burgers bescherming zochten. Met als gevolg ten minste 29 doden, 140 gewonden en de vernietiging van 1251 tijdelijke onderkomens. Het onderzoeksrapport dat hierop verscheen, liet in het midden wie de aanvallers geweest waren.

Hybride Hof

Tijdens het in 2018 gesloten vredesakkoord tussen regering en oppositie werd afgesproken om een Hybride Hof voor Zuid-Sudan in te stellen, bestaande uit Zuid-Sudanese en internationale rechters, om verdachten van mensenrechtenschendingen te berechten. Helaas is dit hof nog steeds niet tot stand gekomen. Amnesty vindt dat de Afrikaanse Unie moet eisen van Zuid-Sudan dat het Hybride Hof binnen zes maanden tot stand komt.

Als een Hybride Hof niet binnen zes maanden tot stand komt, moet de Afrikaanse Unie zelf een ad-hoc Tribunaal voor Zuid-Sudan opzetten zodat recht wordt gedaan aan de talloze slachtoffers van misdrijven begaan tijdens het voortdurende conflict in Zuid-Sudan.