Een man en zijn kinderen rijden met mondmaskers als bescherming tegen corona door Rawalpindi in Pakistan, 25 maart 2020.
© Farooq Naeem/AFP via Getty Images

Wereldwijde onderdrukking van journalisten bemoeilijkt de corona-aanpak

Het onderdrukken van journalisten en anderen die kritiek uiten op de corona-aanpak van hun regering, bemoeilijkt het terugdringen van het virus. Wereldwijd wordt vitale informatie over het coronavirus gecensureerd. Amnesty dringt er bij regeringen op aan de volksgezondheid voorop te stellen.

‘Er is geen hoop dat dit virus wordt teruggedrongen als mensen geen toegang hebben tot betrouwbare informatie,’ zegt Ashfaq Khalfan van Amnesty International. Het is alarmerend om te zien hoeveel regeringen meer interesse hebben in het beschermen van hun eigen reputatie dan in het redden van levens. Vanaf het begin van de coronacrisis, toen de Chinese autoriteiten berichten in de media censureerden en klokkenluiders bestraften, zetten journalisten over de hele wereld hun leven, banen en vrijheid op het spel om essentiële informatie met het publiek te delen.’

Gevaarlijke censuur

Een belangrijk aspect van het recht op gezondheid is het recht op tijdige en nauwkeurige informatie. In het geval van het coronavirus betekent dit dat iedereen recht heeft op toegang tot alle beschikbare informatie over de aard en verspreiding van het virus en over de maatregelen die ze kunnen nemen om zichzelf te beschermen. Maar over de hele wereld worden journalisten en andere mediamedewerkers gevangengehouden omdat ze juist dit soort essentiële informatie deelden.

Tsjetsjenië

De Russische journalist Elena Milashina van de kritische krant Novaya Gazeta werd op 12 april door de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov met de dood bedreigd. Dat gebeurde nadat ze een kritisch artikel publiceerde over de aanpak van de coronacrisis in de Russische deelrepubliek. Kadyrov plaatste een video op Instagram waarin hij het Kremlin opriep om Milashina en andere ‘westerse marionetten’ van Novaya Gazeta te stoppen. Zo niet, dan zou iemand in Tsjetsjenië een misdrijf moeten begaan om haar het zwijgen op te leggen. Poetins persvoorlichter deed dit af als ‘een emotionele reactie’, ‘begrijpelijk gezien de huidige situatie’.

Niger

Op 5 maart werd in Niger journalist Mamane Kaka Touda gearresteerd. Dat gebeurde nadat hij een bericht op sociale media publiceerde over een mogelijke coronabesmetting op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis in de hoofdstad Niamey. Hij was aangeklaagd voor het ‘verspreiden van informatie die de openbare orde verstoort’. Op 26 maart werd hij vrijgelaten.

Egypte

De Egyptische veiligheidsdiensten pakten op 18 maart Atef Hasballah op, de hoofdredacteur van de krant AlkararPress. Bijna een maand was onbekend waar hij werd vastgehouden. Hasballah verdween nadat hij op Faceboek een bericht plaatste waarin hij de officiële cijfers over coronabesmettingen in twijfel trok.

Venezuela

De Venezolaanse journalist Darvinson Rojas deelde informatie over de verspreiding van het coronavirus in Venezuela. Hij werd op 21 maart gearresteerd en na twaalf dagen in afwachting van het politieonderzoek op borgtocht vrijgelaten. Rojas wordt beschuldigd van ‘haatzaaien’ en het ‘aansporen tot geweld’. Hiermee proberen de autoriteiten hem de mond te snoeren.

Turkije

İsmet Çiğit en Güngör Aslan van de lokale nieuwssite SES Kocaeli werden op 18 maart gevangengezet. Ze hadden een artikel gepubliceerd over twee mensen die in het plaatselijke ziekenhuis aan corona waren overleden. De twee kwamen weer vrij nadat ze verhoord waren over hun bron – dat was het ziekenhuis zelf. Daarna voelden ze zich onder druk staan en schreven ze niet meer over de coronacrisis.

India

Journalisten die in India berichten over corona zijn verschillende keren op het politiebureau ontboden. Het gaat onder anderen om Peerzada Ashiq, journalist bij The Hindu in Kashmir en Siddharth Varadarajan, redacteur van The Wire in Uttar Pradesh. Vele anderen zijn gearresteerd, zoals Zubair Ahmed, freelance journalist op de Andamanen en Nicobaren, Andrew Sam Raja Pandian, oprichter van het webportaal SimpliCity in Tamil Nadu en Rahul Kulkarni, een ABP- Majha-verslaggever in Maharashtra, die later op borgtocht werd vrijgelaten. Ondertussen blijven de internetbeperkingen in Jammu en Kasjmir bestaan ondanks het stijgende aantal coronabesmettingen.

Andere landen

In veel andere landen worden journalisten vervolgd omdat ze over de corona-uitbraak schreven. Onder andere in Azerbeidzjan, Kazachstan, Servië, Bangladesh, Cambodja, Oeganda, Rwanda, Somalië, Tunesië en Palestina. Ook worden journalisten die rapporteren over mensenrechtenschendingen in verband met de pandemie – zoals politiemisbruik of slechte gevangenisomstandigheden – lastiggevallen, geïntimideerd, aangevallen en vervolgd. In Kenia werd gefilmd hoe de politie journalisten mishandelde. De journalisten deden verslag van het hardhandige politieoptreden tegen mensen die in de rij stonden om voor de avondklok aan boord van een veerboot te gaan. En in Bangladesh vielen lokale politici van de regeringspartij vier journalisten aan omdat ze op Facebook schreven over onrechtmatige toe-eigening van noodhulp.

‘Nepnieuws’

Tal van landen gebruiken de coronacrisis als voorwendsel om nieuwe wetten tegen de verspreiding van ‘nepnieuws’ in te voeren. Dat gebeurde onder meer in Azerbeidzjan, Hongarije, Rusland, Oezbekistan, Cambodja, Sri Lanka, Thailand, Tanzania en verschillende Golfstaten. In de meeste gevallen bepalen de autoriteiten wat nepnieuws of verkeerde informatie is. Dat kan ook kritiek zijn op de wijze waarop autoriteiten de coronacrisis aanpakken.

In Hongarije bijvoorbeeld veranderde de regering van Viktor Orbán het Wetboek van strafrecht waardoor maximaal vijf jaar gevangenis dreigt voor iedereen die valse of verdraaide feiten publiceert die de ‘succesvolle bescherming’ van het publiek verstoren of die het publiek ‘alarmeren of opruien’. Dit nieuwe misdrijf is niet in overeenstemming met de internationale mensenrechtenwetgeving. Journalisten meldden ook dat ze worden lastiggevallen, bedreigd en zwartgemaakt omdat ze de corona-aanpak van de autoriteiten onder de loep namen.

In Bosnië werd een arts aangeklaagd vanwege het verspreiden van ‘desinformatie ’en het aanwakkeren van ‘angst en paniek’ nadat ze op sociale media een bericht postte over het gebrek aan instrumenten in een lokaal ziekenhuis. Ze kan hiervoor een boete tot 1.500 euro krijgen.

En in Myanmar waarschuwen de autoriteiten dat iedereen die ‘nepnieuws’ over het coronavirus verspreidt, vervolgd kan worden. Bovendien liet het ministerie van Gezondheid weten een strafzaak te zullen beginnen tegen iedereen die zich uitspreekt over het gebrek aan beschermende kleding in ziekenhuizen.

Moedig het debat aan

De Verenigde Naties en UNESCO stelden in 1993 de jaarlijkse Internationale Dag van de Persvrijheid in. Op 3 mei worden wereldwijd vermoorde journalisten herdacht en wordt solidariteit gevraagd voor journalisten die gevangengezet zijn of hun werk niet in vrijheid kunnen uitoefenen. Deze dag is ook bedoeld om het debat aan te moedigen over het grote belang van persvrijheid en onafhankelijke journalistiek.

Toegang tot informatie vormt een essentieel onderdeel bij de strijd tegen het virus. De Tanzaniaanse regering besloot echter om journalisten en media die over de ziekte berichten te censureren. Zo werd journalist Talib Ussi Hamad voor zes maanden geschorst omdat hij over het coronavirus had geschreven. Dat gebeurde nadat het blad een foto had geplaatst van de president John Pombe Magufuli die door een grote groep mensen werd omringd toen hij vis kocht. Hij hield zich daarbij niet aan de richtlijnen voor social distancing. Dit ontlokte een online discussie over de aanpak van de coronacrisis in het land.