© Loujain al-Hathloul / AP

Waarom Saudische activisten het recht op rijden niet mogen vieren

Vorige week kondigde het Saudische koningshuis met veel bombarie aan dat vrouwen voortaan auto mogen rijden. Een historisch besluit, volgens velen. Ook de activisten die zich hier al jaren voor hebben ingezet begonnen uitbundig te twitteren. Al snel kregen deze vrouwen telefoontjes van de Saudische autoriteiten dat ze zich absoluut niet uit mogen laten over dit nieuws. Anders zouden er ‘maatregelen’ tegen hen genomen worden.

Maar waarom niet? Je zou denken dat de Saudi’s dit wel als positieve PR kunnen gebruiken. Waarschijnlijk heeft een slim westers PR-bureau Kroonprins Mohamed Bin Salman zelfs geadviseerd om dit langverwachte nieuws naar buiten te brengen in een periode dat hij wel een bliksemafleider kon gebruiken. Saudi-Arabië stond onder enorme druk in de Mensenrechtenraad vanwege oorlogsmisdaden in Jemen. Ook werden er begin september tientallen activisten en critici gearresteerd en alleen dit jaar al zijn er 100 mensen geëxecuteerd. Vrijwel alle prominente mensenrechtenverdedigers zitten inmiddels vast, zijn gedwongen hun werkzaamheden te stoppen of zijn het land ontvlucht.

En wat is er nu een betere bliksemafleider dan het recht geven aan vrouwen om auto te rijden? Het onderwerp heeft de afgelopen jaren internationaal veel aandacht gekregen. Dit is voor een groot deel te danken aan de sociale media campagne ‘women2drive’. Saudische vrouwen filmden zichzelf terwijl ze aan auto bestuurden en twitterden dit. Verschillende vrouwen werden hiervoor gearresteerd, wat nog voor meer internationale aandacht zorgde. Die aandacht is mooi, maar het zou nog mooier zijn als er internationaal meer weerstand is tegen de doodstraf en de vergaande inperking van de vrijheid van meningsuiting.

Op het verkeerde idee brengen

Hoe dan ook, het opheffen van het rijverbod is een grote overwinning voor de activisten. En laat dat nu precies de reden zijn dat vrouwen zich hier niet over mogen uitlaten. Want deze overwinning claimen zou andere activisten in Saudi-Arabië wel eens op het ‘verkeerde’ idee kunnen brengen! De mensenrechtenbeweging zou wel eens kunnen gaan groeien. Het zou burgers hoop kunnen bieden en het gevoel geven dat ze verandering teweeg te brengen in hun land.

Dat de autoriteiten bang zijn voor twittercampagnes is al langer duidelijk. Vele prominente mensenrechtenverdedigers zitten onder andere vast voor het versturen van tweets. Zo werd Essam Koshak in januari 2017 gearresteerd en ondervraagd over zijn tweets, waaronder het gebruik van de hasthag #TogetherToEndMaleGuardianship waarmee hij steun gaf aan een campagne die oproept tot de afschaffing van het voogdijsysteem voor vrouwen. Gisteren moest hij voor de rechter verschijnen van de antiterrorismerechtbank.

Druk van binnen en buiten

De overwinning van de activisten geeft vrouwen meer bewegingsvrijheid waardoor ze ook gemakkelijker kunnen gaan werken. Maar de overwinning betekent nog meer: druk van binnenuit kan impact hebben. Daarom moet het steunen van lokale mensenrechtenverdedigers een essentieel onderdeel zijn van het Nederlands mensenrechtenbeleid. Het is bovendien bewijs dat Saudi-Arabië zeer gevoelig is voor haar reputatie. Publieke druk van overheden, naast het steunen van lokale mensenrechtenverdedigers, is essentieel om de overheid te dwingen tot hervormingen. Het wordt tijd dat de internationale gemeenschap zich ook over de andere mensenrechtenschendingen uitspreekt.

Gisteren demonstreerden wij bij het Kurhaus, waar de Saudische ambassade de Saudische Nationale Dag viert. Wij blijven protesteren tegen de harde repressie van activisten in Saudi-Arabië. Want die mensen zijn juist zo hard nodig om van binnenuit respect voor mensenrechten af te dwingen.

Saudische activist kreeg acht jaar celstraf

Help Abdulaziz al-Shubaily nu!

Kom in actie