Iran

Iran: Veiligheidstroepen gebruikten verkrachtingen om protesten neer te slaan

Tijdens de ‘Woman Life Freedom’-opstand in Iran in 2022 gebruikten veiligheidstroepen verkrachting en andere vormen van seksueel geweld om vreedzame demonstranten te intimideren en te straffen. Dit zegt Amnesty International in een vandaag gepubliceerd rapport.

Het 120 pagina’s tellende rapport “They violently raped me”: Sexual violence weaponized to crush Iran’s “Woman Life Freedom” uprising bevat gedetailleerde beschrijvingen van de afschuwelijke ervaringen van 26 mannen, 12 vrouwen en 7 kinderen. Ze werden het slachtoffer van verkrachting, groepsverkrachting en/of andere vormen van seksueel geweld door de inlichtingendiensten en veiligheidstroepen. Tot op heden hebben de Iraanse autoriteiten geen van de daders aangeklaagd of vervolgd voor de gevallen van verkrachting en ander seksueel geweld die in het rapport zijn opgetekend.

Uit het rapport blijkt dat de daders werkzaam waren bij de Revolutionaire Garde, de Basij-militie en het ministerie van Inlichtingen, en bij verschillende takken van de politie. Onder de slachtoffers bevonden zich vrouwen en meisjes die uitdagend hun hoofddoek hadden afgedaan, maar ook mannen en jongens, die de straat op gingen om te demonstreren tegen de decennialange discriminatie en onderdrukking op grond van geslacht.

Breed patroon van seksueel geweld

De omvang van het seksuele geweld tijdens de ‘Woman Life Freedom’-opstand is moeilijk vast te stellen, omdat veel gevallen niet gerapporteerd kunnen worden vanwege stigmatisering en angst voor represailles. Toch is vast te stellen dat de geregistreerde schendingen deel uitmaken van een breder patroon, op basis van de gedetailleerde beschrijvingen van 45 gevallen en de getuigenissen van slachtoffers en andere voormalige gedetineerden over andere gevallen van verkrachting en seksueel geweld tegen tientallen gedetineerde demonstranten.

Gruwelijke verkrachtingen

Zestien van de 45 in het rapport beschreven slachtoffers werden verkracht, onder wie 6 vrouwen, 7 mannen, een 14-jarig meisje en twee jongens van 16 en 17 jaar. Zes van hen – vier vrouwen en twee mannen – werden het slachtoffer van groepsverkrachting door soms wel 10 mannelijke agenten.

Agenten verkrachtten de vrouwen en het meisje vaginaal, anaal en oraal, terwijl de mannen en jongens anaal werden verkracht. De slachtoffers werden verkracht met houten en metalen knuppels, glazen flessen, slangen en/of de geslachtsorganen en vingers van agenten. De verkrachtingen vonden plaats in detentiecentra en politiebusjes, maar ook in scholen of woongebouwen die illegaal waren omgebouwd tot gevangenissen.

Sadistisch en cynisch

Farzad, die werd onderworpen aan een groepsverkrachting in een politiebusje, vertelde aan Amnesty International: ‘Agenten in burger dwongen ons naar de muren van het voertuig te kijken en gaven elektrische schokken op onze benen… Ze martelden me door me te slaan… met als resultaat dat mijn neus en tanden werden gebroken. Ze trokken mijn broek naar beneden en verkrachtten me… Ik werd echt uit elkaar getrokken… Ik moest de hele tijd overgeven en bloedde uit mijn rectum.’

Maryam, die het slachtoffer werd van groepsverkrachting in een detentiecentrum van de Revolutionaire Garde, vertelde dat haar verkrachters tegen haar zeiden: ‘Jullie zijn allemaal verslaafd aan penis, dus we hebben jullie een leuke tijd bezorgd. Is dit niet wat jullie willen van bevrijding?’

Foltering en mishandeling

Amnesty International registreerde ook de casussen van 29 slachtoffers van andere vormen van seksueel geweld dan verkrachting. Het gaat hierbij om agenten die borsten, genitaliën en billen van overlevenden vastgrepen en betastten, en ertegen sloegen en schopten; mensen dwongen zich uit te kleden, soms voor het oog van videocamera’s; elektrische schokken toedienden, naalden inbrachten of ijs legden op de testikels van mannen; het haar van vrouwen met geweld afknipten en/of hen aan hun haren voortsleepten; en bedreigingen aan het adres van verkrachtingsslachtoffers en/of hun familie.

Verkrachtingen en ander seksueel geweld gingen vaak gepaard met andere vormen van foltering en mishandeling, zoals afranselingen, zweepslagen, elektrische schokken, het toediening van onduidelijke pillen of injecties, het ontzeggen van voedsel en water, en wrede en onmenselijke detentieomstandigheden. Veiligheidstroepen weigerden slachtoffers ook routinematig medische zorg, inclusief voor verwondingen door verkrachting.

Geen pad naar gerechtigheid

De overgrote meerderheid van de slachtoffers vertelde Amnesty International dat ze geen klacht indienden na hun vrijlating, uit angst voor verder leed en omdat ze de rechterlijke macht eerder zien als een instrument voor repressie dan voor rechtsherstel.

Zes slachtoffers lieten sporen van marteling zien of klaagden over misbruik toen ze tijdens hun gevangenschap door de openbaar aanklager werden ondervraagd, maar dit werd genegeerd.

Drie slachtoffers dienden na hun vrijlating formele klachten in, maar twee van hen werden gedwongen deze in te trekken nadat veiligheidstroepen dreigden hen of hun familieleden te ontvoeren en/of te vermoorden. Het derde slachtoffer werd maandenlang genegeerd en kreeg van een hooggeplaatste functionaris te horen dat hij fouilleren ‘verwarde’ met seksueel geweld.

Klachten in de doofpot

Amnesty International onderzocht ook een uitgelekt officieel document, gedateerd 13 oktober 2022 en gepubliceerd door een nieuwsmedium buiten Iran in februari 2023, waaruit blijkt dat de autoriteiten klachten over verkrachting van twee jonge vrouwen tegen twee agenten van de Revolutionaire Garde in de doofpot stopten. De plaatsvervangend openbare aanklager van Teheran adviseert in het document om de zaak als ‘volledig geheim’ te classificeren en stelt voor om de zaak ‘geleidelijk aan af te sluiten’.

Langdurige trauma’s

De slachtoffers vertelden Amnesty International dat ze nog steeds lijden onder fysieke en psychologische trauma’s van verkrachting en andere vormen van seksueel geweld.

De moeder van een verkrachte schooljongen zei dat haar zoon tijdens zijn gevangenschap twee zelfmoordpogingen heeft gedaan.

Sahar, een demonstrant, vertelde over de traumatische gevolgen van seksueel geweld door veiligheidstroepen, die haar tot op haar ondergoed uitkleedden en haar borsten en genitaliën betastten, terwijl ze haar belachelijk maakten en bedreigden met verkrachting: ‘Ik was altijd een vechter. Zelfs toen de Islamitische Republiek me probeerde te breken, ging ik door. Maar de laatste tijd denk ik veel aan zelfmoord… Ik wacht de hele tijd tot het avond is, zodat ik kan slapen.’

Zahra, een vrouw die verkracht werd door een politieagent, beschreef de langdurige psychologische effecten ervan: ‘Ik denk niet dat ik ooit nog dezelfde persoon zal zijn. Er is niets dat me terugbrengt bij mezelf, dat mijn ziel bij me terugbrengt… Ik hoop dat mijn getuigenis tot gerechtigheid zal leiden, en niet alleen voor mij.’

Onvermogen en onwil

‘Het Iraanse rechtssysteem wordt gekenmerkt door het beschamende onvermogen en de onwil om misdaden onder internationaal recht effectief te onderzoeken,’ zegt Agnés Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International.

‘De Iraanse openbaar aanklagers en rechters zijn niet alleen medeplichtig omdat ze de klachten van slachtoffers van verkrachting negeren of in de doofpot stoppen, maar gebruiken ook “bekentenissen” die zijn verkregen door marteling om slachtoffers valselijk te beschuldigen en te veroordelen tot gevangenisstraf of de doodstraf. Omdat er in Iran zelf geen vooruitzichten zijn op gerechtigheid, heeft de internationale gemeenschap de plicht om de slachtoffers bij te staan en gerechtigheid na te streven.’

Amnesty International deelde haar bevindingen op 24 november met de Iraanse autoriteiten, maar heeft tot nu toe geen reactie ontvangen.

Meer over dit onderwerp