Trump dreigt met oorlogsmisdrijven in Iran
De Amerikaanse president Donald Trump dreigt Iraanse energiecentrales en energie-infrastructuur aan te gaan vallen. Dit zou neer kunnen komen op oorlogsmisdrijven en rampzalige gevolgen hebben voor miljoenen burgers. Amnesty International roept president Trump op zijn dreigementen onmiddellijk in te trekken en het internationaal humanitair recht te respecteren.
Op 21 maart stelde president Trump de Islamitische Republiek Iran een ultimatum van 48 uur om de Straat van Hormuz weer open te stellen. Hij waarschuwde hierbij dat de Verenigde Staten Iraanse elektriciteitscentrales zouden “vernietigen, te beginnen met de grootste”, als de Iraanse autoriteiten hier geen gehoor aan zouden geven. Iran verklaarde dat het wraak zou nemen door zich te richten op de “energiecentrales van het bezettingsregime [de VS] en de energiecentrales van landen in de regio die elektriciteit leveren aan Amerikaanse bases, en de economische, industriële en energie-infrastructuur waarin Amerikanen aandelen hebben” als Trump zijn dreigement zou uitvoeren.
Verwoestende langetermijngevolgen
Op 23 maart verklaarde Trump op sociale media dat er gesprekken waren geweest met Iraanse functionarissen om de vijandelijkheden in het Midden-Oosten te de-escaleren. Hij voegde eraan toe dat hij opdracht had gegeven alle geplande militaire aanvallen op Iraanse energiecentrales vijf dagen uit te stellen.
“President Donald Trump moet zijn zeer onverantwoorde dreigementen intrekken, want deze kunnen rampzalige gevolgen hebben voor miljoenen burgers”, zegt Erika Guevara-Rosas van Amnesty International.
“Als er wordt besloten om te stoppen met de aanvallen, moet dat besluit zijn gebaseerd op de verplichtingen van de VS onder internationaal humanitair recht om schade aan burgers te voorkomen – niet op de uitkomst van politieke onderhandelingen. Doorgaan met de aanvallen zou verwoestende langetermijngevolgen hebben. De bescherming van burgers in oorlogstijd volgens het internationaal recht wordt hiermee ernstig ondermijnd.”
Oproep Amnesty International
Amnesty International roept president Trump op zijn gevaarlijke dreigementen onmiddellijk in te trekken en ervoor te zorgen dat de VS het internationaal humanitair recht eerbiedigt.
Daarnaast moeten ook de autoriteiten van de Islamitische Republiek Iran hun dreigementen intrekken om wraak te nemen door aanvallen uit te voeren op energiecentrales die door de VS en Israël worden gebruikt, en op economische, industriële en andere energie-infrastructuur in de landen van de Gulf Cooperation Council (GCC).
“Er moet een einde komen aan alle onwettige aanvallen op energie-infrastructuur en ontziltingsinstallaties in de GCC-landen”, zegt Guevara-Rosas. ‘Ontziltingsinstallaties zijn van cruciaal belang voor de drinkwatervoorziening van miljoenen burgers in een dorre regio. Er moet bovendien een einde komen aan onwettige aanvallen op commerciële schepen in de Straat van Hormuz. De Iraanse autoriteiten moeten ook onmiddellijk de volledige internettoegang herstellen.”
Mogelijk oorlogsmisdrijf
Het opzettelijk aanvallen van civiele infrastructuur zoals energiecentrales is over het algemeen verboden. Zelfs in de beperkte gevallen waarin deze als militaire doelen kunnen worden aangemerkt, mag een partij energiecentrales niet aanvallen als dit buitenproportionele schade aan burgers kan toebrengen. Omdat dergelijke energiecentrales essentieel zijn voor de basisbehoeften en het levensonderhoud van tientallen miljoenen burgers, is een aanval daarop onwettig volgens het internationaal humanitair recht, en zou dit kunnen neerkomen op een oorlogsmisdrijf.
“Door met dergelijke aanvallen te dreigen, geeft de VS in feite aan bereid te zijn om een heel land in duisternis te storten, en de mensenrechten van de bevolking op leven, water, voedsel, gezondheidszorg en een adequate levensstandaard te ontnemen, en de bevolking bloot te stellen aan ernstig lijden,” zegt Guevera-Rosas.
Gevolgen uitvallen elektriciteitscentrales
Ze vervolgt: “Wanneer elektriciteitscentrales uitvallen, heeft dat verschrikkelijke gevolgen. Waterpompstations werken dan niet meer, schoon water wordt schaars en ziektes die zijn te voorkomen, worden verspreid. Ziekenhuizen komen zonder elektriciteit en brandstof te zitten, waardoor operaties moeten worden afgezegd en levensreddende apparatuur moet worden uitgeschakeld. De voedselproductie en distributienetwerken storten in, waardoor op grote schaal voedseltekorten ontstaan. Ook moeten dan veel bedrijven hun deuren sluiten, met verwoestende economische gevolgen, zoals massale werkloosheid.
“Het toebrengen van enorme schade aan de civiele elektriciteitsvoorziening – op een moment dat de Iraanse bevolking al geïsoleerd is door de opzettelijke, langdurige internetblokkade door de Iraanse autoriteiten – kan de laatste verbinding van de mensen met de buitenwereld, waaronder de toegang tot satelliettelevisie, verbreken, en dat in een tijd van extreem gevaar.”
Dodelijke slachtoffers
Aanvallen door Iran hebben al schade toegebracht aan essentiële civiele infrastructuur in de GCC-landen (Saudi-Arabië, Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Koeweit, Qatar, Oman en Bahrein). Op 8 maart maakte het ministerie van Binnenlandse Zaken van Bahrein bekend dat een Iraanse drone schade had aangericht aan een waterontziltingsinstallatie. De vicevoorzitter van de Dienst voor Elektriciteit en Water van Bahrein verklaarde op de staatstelevisie dat de aanval geen gevolgen had gehad voor de watervoorziening of de capaciteit van het waternetwerk.
Op 19 maart veroordeelde de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) de dreigingen en aanvallen van Iran en de afsluiting van de Straat van Hormuz. Op 24 maart bevestigde de IMO 18 incidenten met gevolgen voor commerciële schepen in de “Straat van Hormuz en het Midden-Oosten”, waarvan sommige naast schade ook leidden tot doden en gewonden onder zeevarenden.
Op 6 maart verklaarden de Iraanse autoriteiten dat Israëlisch-Amerikaanse aanvallen 1.332 mensen het leven hadden gekost. Op 15 maart meldde het ministerie van Volksgezondheid dat onder de doden 223 vrouwen en 202 kinderen waren. In de GCC-staten zijn ten minste 21 mensen omgekomen (zes in Koeweit, twee in Bahrein, twee in Saudi-Arabië, acht in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en drie in Oman). Media berichtten over 15 doden in Israël als gevolg van de aanvallen van Iran. In de bezette Westelijke Jordaanoever zijn bij de aanvallen van Iran drie mensen omgekomen.