De Israëlische nederzetting Kfar Adumim in door Israël bezet Palestijns gebied is een populaire toeristische bestemming.
© Amnesty International

Onwettige annexatieplannen Israël zorgen voor een ‘wet van de jungle’

De Israëlische autoriteiten moeten onmiddellijk afzien van plannen om de bezette Westelijke Jordaanoever verder te ‘annexeren’. Dit is in strijd met internationaal recht en verergert de systematische en al tientallen jaren durende mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen.

Amnesty International roept de internationale gemeenschap op krachtig op te treden tegen de annexatieplannen en tegen illegale Israëlische nederzettingen op bezet gebied.

Annexatie

Volgens het in april gesloten regeerakkoord tussen premier Benjamin Netanyahu en zijn politieke rivaal Benny Gantz kan Israël vanaf 1 juli tot 33 procent van de Westelijke Jordaanoever annexeren, inclusief alle nederzettingen en de Jordaanvallei. De Jordaanvallei is voor de Palestijnen van groot belang omdat het een zeer vruchtbaar gebied is. In geannexeerd gebied gaat het Israëlische recht gelden. Hierdoor wordt het voor Israëliërs gemakkelijker om huizen te bouwen. Voor de Palestijnse bevolking daarentegen versterkt het de bestaande institutionele discriminatie en massale mensenrechtenschendingen die het gevolg zijn van de bezetting.

‘Wet van de jungle’

‘Het internationale recht is glashelder: annexatie is onrechtmatig,’ zegt Saleh Higazi van Amnesty International. ‘De Israëlische plannen illustreren de minachting voor het internationaal recht. Een dergelijk beleid verandert niets aan de juridische status van het gebied en de bewoner – het gaat om een bezetting. Het ontslaat Israël evenmin van de verantwoordelijkheden als bezettende macht. Het grijpt eerder terug naar de “wet van de jungle” die in onze hedendaagse wereld uitgebannen zou moeten zijn.’

Leden van de internationale gemeenschap moeten het internationaal recht handhaven. Zij moeten herhalen dat ‘annexatie’ van welk deel van de bezette Westelijke Jordaanoever dan ook ongeldig is. Ze moeten ook werken aan de onmiddellijke stopzetting van de bouw of uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen en infrastructuur in de bezette Palestijnse Gebieden. Dat moet een eerste stap zijn op weg naar het weghalen van Israëlische burgers die er wonen.

Onrechtmatige ‘annexatie’

Bij de vorming van de huidige coalitieregering kwamen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en zijn politieke tegenstander Benny Gantz overeen dat het kabinet en het parlement vanaf 1 juli kunnen beginnen met het ‘annexeren’ van delen van de bezette Westelijke Jordaanoever.

Annexatie is het aanspraak maken op grondgebied dat met geweld is verkregen. Een dergelijke stap van Israël zou in strijd zijn met het VN-Handvest, het dwingend recht van het internationaal recht en de verplichtingen onder internationaal humanitair recht. Het verbod om met geweld grondgebied in te nemen, is vastgelegd in artikel 2, lid 4, van het VN-Handvest.

‘Apartheid van de 21e eeuw’

Volgens het Israëlisch recht zou een verdere ‘annexatie’ van Palestijns grondgebied een voortzetting zijn van het uitbreiden van het aantal Israëlische nederzettingen. Het zou ook een versterking zijn van het beleid van geïnstitutionaliseerde discriminatie en massale mensenrechtenschendingen waarmee de Palestijnen in de bezette gebieden te maken hebben. Volgens berichten zou het Israëlische voorstel tot annexatie wel 33 procent van de totale oppervlakte van de Westelijke Jordaanoever kunnen omvatten. Tientallen VN-deskundigen uitten hun bezorgdheid omdat het voorgestelde annexatieplan een ‘apartheid van de 21e eeuw’ zou creëren.

Illegale nederzettingen

Israëls beleid om burgers te vestigen op bezet Palestijns gebied en de lokale Palestijnse bevolking te ontheemden blijft in strijd met de fundamentele regels van het internationaal humanitair recht. Artikel 49 van het Vierde Verdrag van Genève luidt: ‘De bezettende macht mag geen delen van haar eigen burgerbevolking deporteren of overdragen naar het grondgebied dat zij bezet’. Het verbiedt ook de ‘individuele of massale gedwongen overdracht, evenals deportatie van beschermde personen uit bezet gebied’.

Oorlogsmisdrijf

Het overbrengen van de burgers van het bezettende land naar het bezette gebied is een oorlogsmisdrijf. Bovendien zijn de nederzettingen en de bijbehorende infrastructuur niet tijdelijk, komen ze de Palestijnen niet ten goede en voorzien ze niet in de legitieme veiligheidsbehoeften van de bezetter. Nederzettingen zijn volledig afhankelijk van de grootschalige toe-eigening en/of vernietiging van Palestijnse particuliere en openbare eigendommen die niet militair noodzakelijk zijn.

‘Nederzettingen worden gebouwd met als enig doel er permanent Joodse Israëliërs op bezet land te vestigen. Dit is een oorlogsmisdrijf volgens internationaal recht en “annexatie” heeft geen invloed op deze juridische bepaling,’ zegt Saleh Higazi.

Achtergrond

Na de derde verkiezingen in tien maanden vormden de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en zijn politieke tegenstanden Benny Gantz op 20 april 2020 een coalitieregering. Ze kwamen overeen dat de Israëlische regering delen van de bezette Westelijke Jordaanoever kan ‘annexeren’, waaronder de Israëlische nederzettingen en de Jordaanvallei. De ‘annexatie’-plannen van Israël volgen op de aankondiging van de zogenaamde ‘overeenkomst van de eeuw’ door de Amerikaanse president Donald Trump. In januari 2020 stelde hij voor om gebieden van de bezette Westelijke Jordaanoever door Israël te laten annexeren.

Amnesty’s oproep

Amnesty International heeft duidelijk gemaakt dat het plan van de regering-Trump de schendingen van de mensenrechten alleen maar zouden verergeren. Daarnaast zou de diepgewortelde straffeloosheid blijven voortduren die decennialang oorlogsmisdrijven, misdaden tegen de menselijkheid en andere ernstige schendingen heeft aangewakkerd.

De internationale gemeenschap moet ook de zogenaamde ‘deal van de eeuw’ afwijzen, net zoals elk ander voorstel dat de onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk ondermijnt, inclusief het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen. Amnesty roept regeringen ook op om hun volledige politieke en praktische steun te bieden aan het Internationaal Strafhof, aangezien dat hof overweegt of de ‘situatie in Palestina’ onder haar jurisdictie valt.