Het Nigeriaanse leger heeft hele dorpen verbrand als antwoord op het toenemend aantal aanvallen van de gewapende groepering Boko Haram.
© 2017 SOPA Images

Nigeria: militairen branden dorpen plat

Nigeria: militairen branden dorpen plat

Het Nigeriaanse leger heeft hele dorpen platgebrand als antwoord op het toenemend aantal aanvallen van de gewapende groepering Boko Haram. Het leger heeft ook zes mannen uit de dorpen gedurende een maand in volledige isolatie gevangengehouden en mishandeld.

Sinds december 2019 voert Boko Haram steeds meer aanvallen uit in het noordoosten van Nigeria, met name langs de belangrijke weg tussen Maiduguri en Damaturu, de hoofdsteden van de staten Borno en Yobe. Een recente onderzoeksmissie van Amnesty in de staat Borno toont aan dat het Nigeriaanse leger in reactie op de aanvallen zijn toevlucht heeft genomen tot onwettige acties die mogelijk neerkomen op oorlogsmisdaden.

Onwettige acties

‘Er moet worden onderzocht of het doelbewust verwoesten van hele dorpen en de gedwongen huisuitzettingen oorlogsmisdaden zijn,’ zegt Osai Ojigho, directeur van Amnesty Nigeria. ‘Het is de voortzetting van een al lang bestaand patroon waarbij het Nigeriaanse leger op wrede wijze optreedt tegen de burgerbevolking. De verantwoordelijken voor dergelijke schendingen moeten onmiddellijk worden berecht.’

Amnesty interviewde twaalf vrouwen en mannen uit drie dorpen in de buurt van de Maiduguri-Damaturu-weg die op 3 en 4 januari 2020 hun huizen moesten ontvluchten. Ook werden satellietbeelden geanalyseerd, waarop te zien is dat op en rond 3 januari grote branden in het gebied woedden. De beelden laten zien dat bijna elk huis is afgebrand. Op de beelden is te zien dat in dorpen in de buurt ook branden woedden.

Dorpen platgebrand

Inwoners van Bukarti en Matiri beschreven hoe tientallen Nigeriaanse soldaten in de ochtend van 3 januari van huis naar huis gingen en naar buiten het dorp brachten. Daar dwongen ze hen in vrachtwagens te stappen. Terwijl zij instapten keerden sommige soldaten volgens de getuigen terug naar Bukarti. Daarna zagen zij dat hun dorp in brand stond. ‘We zagen onze huizen in vlammen opgaan,’ zegt een vrouw. ‘We begonnen allemaal te huilen.’ De meer dan 400 vrouwen, mannen en kinderen uit Bukarti en Matiri werden vervolgens naar een kamp voor ontheemden gebracht in de buurt van Maiduguri.

Volgens drie inwoners van het nabijgelegen Ngariri gingen soldaten de volgende dag, op 4 januari, naar hun dorp en haalden daar voornamelijk oudere vrouwen en mannen uit hun huizen; jongere volwassenen waren al op de vlucht geslagen. Zij werden eveneens per vrachtwagen naar Maiduguri gebracht. Daarna werd Ngariri met de grond gelijk gemaakt. Satellietbeelden bevestigen dat.

Alles kwijtgeraakt

Getuigen vertelden dat ze geen spullen konden meenemen, waardoor ze alles zijn kwijtgeraakt – hun huizen, sieraden, kleding en de gewassen die ze na de oogst hadden opgeslagen. ‘Alles wat we hadden geoogst, werd vernietigd, en ook sommige van onze dieren stierven,’ vertelde een boer. ‘Ik had de oogst van een jaar opgeslagen, ik wilde die verkopen om kleding en andere zaken voor mijn gezin te kopen. Een andere man vertelde: ‘Alles was verbrand, zelfs ons voedsel – ik zou er [mijn familie] twee jaar mee kunnen voeden.’

Willekeurige detentie, marteling en andere mishandeling

Nadat militairen de bewoners uit Bukarti en Matiri hadden gehaald, werden zes jonge mannen apart gezet en geblinddoekt. Getuigen meldden dat de soldaten de mannen willekeurig uit de groep haalden, mogelijk omdat zij mobiele telefoons hadden. Enkele mannen werden met stokken geslagen. Het leger hield de mannen bijna een maand incommunicado gevangen, dus zonder contact met de buitenwereld. Familieleden en dorpsleiders wisten waar de mannen werden vastgehouden. Alle zes mannen werden op 30 januari vrijgelaten. Ze zijn niet beschuldigd van enig misdrijf.

Twee van de gedetineerde mannen vertelden Amnesty dat ze door hun blinddoek niet wisten waar ze werden vastgehouden. Toen ze werden vrijgelaten, zagen ze dat ze in de militaire kazerne in Maiduguri gevangengehouden waren. Ze zaten daar in tweetallen aan elkaar vastgeketend en kwamen alleen buiten toen ze op een dag werden ondervraagd. Ze kregen maar één keer per dag voedsel. ‘Mensen daar hebben honger. Het was verschrikkelijk.’

Amnesty heeft al zolang het conflict tussen het Nigeriaanse leger en Boko Haram duurt, langdurige willekeurige detentie door het leger gedocumenteerd. Soldaten hebben ook gedetineerde mannen, vrouwen en kinderen gemarteld en mishandeld.

‘Gered van Boko Haram’

Volgens verklaringen van het Nigeriaanse leger, die ook in de media kwamen, arresteerde militairen zes ‘verdachten’ en ‘redden’ ze ‘461 Boko Haram-gevangenen’ uit verschillende dorpen, waaronder Bukarti en Matiri. Vier getuigen vertelden Amnesty dat Nigeriaanse soldaten foto’s maakten van dorpelingen die naar de vrachtwagens liepen, zodat het lijkt alsof het leger hen heeft ‘gered’.

Getuigen vertelden echter dat Boko Haram niet in hun dorp was geweest en dat ze zich aanzienlijk veiliger voelden in hun dorp dan in het ontheemdenkamp waar het leger hen naartoe bracht. ‘Ze zeggen dat ze ons hebben gered van Boko Haram, maar dat is een leugen. Boko Haram komt niet naar ons dorp.’ Verschillende inwoners van Bukarti en Ngariri zeiden dat hun dorp zo dicht bij de hoofdweg lag dat het niet geloofwaardig was om te denken dat Boko Haram zich daar kon vestigen. Ook vertelden ze dat soldaten regelmatig in het gebied kwamen en vaak met dorpsleiders spraken.

Aanvallen Boko Haram

De acties van het Nigeriaanse leger vinden plaats op het moment dat Boko Haram zich meer laat gelden in gebieden langs de weg Maiduguri-Damaturu. Bij de dodelijkste aanval sinds het begin van het jaar zou Boko Haram op 10 februari 2010 dertig automobilisten hebben vermoord in de buurt van het dorp Auno. Het was de zesde aanval van Boko Haram op Auno in tien maanden.

Amnesty’s oproep

‘De Nigeriaanse overheid mag deze schendingen niet onder het tapijt vegen. Ze moeten worden onderzocht en vermeende daders moeten worden berecht. Ook moeten de nodige stappen gezet worden om te voorkomen dat militaire operaties burgers uit hun huis jagen,’ zegt Osai Ojigho.