Detentiecentrum in Rotterdam
© Robert Glas

Nieuwe Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring dreigt gemiste kans te worden

Vandaag behandelt de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. De afgelopen jaren hebben (internationale) toezichthouders, mensenrechtenorganisaties en rechtshulpverleners kritiek geleverd op de wijze waarop de Nederlandse overheid vreemdelingendetentie uitvoert. De nieuwe wet zou hét instrument kunnen zijn om deze kritiek te laten verstommen. Maar in de huidige vorm biedt het niet de benodigde oplossingen en daarmee dreigt de wet een enorme gemiste kans te worden.

Vrijheidsontneming is een bijzonder zware maatregel, met een groot risico op gezondheidsschade, speciaal bij kwetsbare mensen zoals slachtoffers van marteling, (psychisch) zieke mensen en kinderen. Kort na de suïcide van de Russische asielzoeker Dolmatov (2013) beloofde toenmalig staatssecretaris Teeven dat de ‘menselijke maat’ zou worden teruggebracht in het vreemdelingenbeleid. Een bestuursrechtelijke wet zou het strafrechtelijk gevangenisregime vervangen. Vreemdelingen hoeven immers niet gestraft te worden, maar alleen maar beschikbaar te zijn voor hun uitzetting.

Nagenoeg dezelfde omstandigheden als voor ‘echte gevangenen’

Toch is het nieuwe wetsvoorstel op veel punten een kopie van de huidige (penitentiaire) wet. Ook in de nieuwe wet kan detentie te gemakkelijk worden ingezet.  Detentie van vreemdelingen moet zoveel mogelijk worden voorkomen en mag volgens mensenrechtenstandaarden alleen als laatste middel (ultimum remedium) worden ingezet. In de afgelopen twee jaren is het aantal vreemdelingen in detentie weer toegenomen. In 2017 zaten er in totaal 3.180 vreemdelingen in afwachting van hun uitzetting opgesloten, in 2016 waren dat er 2.570.

Ook legt de wet geen substantiële verandering vast om de omstandigheden in de detentiecentra te verbeteren. Hoewel de wet het aantal uren opsluiting vermindert (de nieuwe wet gaat uit van twaalf uur per etmaal op cel, nu is dat 16 uur), worden vreemdelingen onderworpen aan nagenoeg dezelfde strenge, sobere maatregelen en beperkingen als verdachten en veroordeelden van misdrijven, zoals geboeid vervoer, maar ook strafmaatregelen zoals plaatsing in een isolatiecel. In tegenstelling tot strafrechtelijk gedetineerden hebben vreemdelingen geen recht op arbeid of onderwijs.

Het kan anders

In Nederland wordt in de Gesloten Gezinsvoorziening (GGV) gewerkt met een ander, meer open regime. De ervaringen met deze werkwijze zijn zeer positief. Volgens het personeel in de GGV is er minder stress en onrust, zijn er minder escalaties en is er meer rust en vertrouwen tussen personeel en vreemdeling. Het personeel heeft Amnesty laten weten ook voor mannen deze werkwijze mogelijk te willen maken. Zij gaan ervan uit dat dat in verreweg de meeste gevallen (90-95%) veilig kan en praktisch realiseerbaar is. Amnesty roept de Nederlandse regering op dit type, meer open regime de norm in Nederland te laten worden.