Honderden gewonden uit El Fasher in Darfur, Sudan, voornamelijk mannen, maar ook vrouwen en kinderen, zijn erin geslaagd om op eigen kracht Tawila in Soedan te bereiken (januari 2026). Ze raakten gewond door kogels, beschietingen of drone-aanvallen, hetzij in El Fasher, hetzij tijdens hun vlucht (januari 2026).
© Privéfoto

Kinderen zijn bewust doelwit in de oorlog in Sudan

In Sudan hebben de Rapid Support Forces (RSF) talloze misdrijven tegen de menselijkheid gepleegd en zich schuldig gemaakt aan etnische zuivering. Dit concludeert Amnesty International in een nieuw verschenen rapport. De organisatie roept op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren.

Het rapport ‘City Under Siege, Children Under Fire’: Rapid Support Forces’ Crimes Against Humanity in North Darfur beschrijft hoe burgers in en rond de stad El Fasher tussen begin 2024 en oktober 2025 werden gedood, gewond, geslagen, gemarteld en gevangengehouden. Dit vond plaats tegen de achtergrond van de burgeroorlog tussen de RSF en de Sudanese strijdkrachten (SAF) en de daarmee verbonden Joint Forces. De misdrijven van de RSF zijn ernstig: moord, gedwongen verplaatsing, opsluiting, marteling, verkrachting, (seksuele) slavernij, andere vormen van seksueel geweld, uitroeiing en vervolging.

 ‘De weerzinwekkende misdrijven van de RSF zijn een schandvlek op het geweten van de mensheid’, zegt Amnesty’s secretaris-generaal Agnès Callamard.

Kinderen op de vlucht voor een droneaanval in Noord-Darfur, Sudan, oktober 2025.
© Privéfoto
Kinderen op de vlucht voor een droneaanval in Noord-Darfur, Sudan, oktober 2025.

Oorlog tegen burgers

Honderdduizenden kinderen raakten ontheemd. Velen van hen liepen bij aanvallen of op de vlucht herhaaldelijk het risico om gedood te worden of gewond te raken. Ontelbare kinderen werden wees. Mensen met een beperking en ouderen liepen ernstig gevaar, waaronder gerichte aanvallen, verlating en het onthouden van essentiële hulp.

Tijdens de aanvallen in Noord-Darfur gebruikte de RSF bij aanvallen op burgers van niet-Arabische afkomst stelselmatig termen die verwijzen naar slavernij, zoals de racistische term falangay.

“De oorlog in Sudan is een oorlog tegen burgers”, zegt Agnès Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International. “Kinderen waren geen nevenschade van dit geweld. Vaak waren zij het doelwit en werden op grote schaal vermoord, raakten gewond, en werden verkracht, ontvoerd en onder dwang gerekruteerd. Deze gruweldaden zijn een schandvlek op het geweten van de mensheid.”

Methodologie en reactie RSF

Amnesty International interviewde voor het rapport 247 mensen, onder wie 208 personen (169 volwassenen en 39 kinderen) die slachtoffer zijn of getuige waren van schendingen als gevolg van de oorlog. Het rapport bevat ook een analyse van openbaar beschikbare bronnen, waaronder 89 video’s en satellietbeelden van Noord-Darfur.

Uit het bewijsmateriaal kan worden geconcludeerd dat er sprake is van vervolging op grond van etnische identiteit. Amnesty International is van mening dat de in dit rapport gedocumenteerde feiten, evenals andere vermoedelijke misdaden die in het kader van parallelle onderzoeken worden onderzocht, mogelijk verband houden met het misdrijf van genocide. Het onderzoek hiernaar is nog gaande.

Op 10 juni 2026 stuurde Amnesty International een brief aan generaal Mohamed Hamdan Dagalo, hoofd van de RSF, waarin de bevindingen van het rapport uiteen werden gezet. Op het moment van publicatie was er nog geen reactie ontvangen.

Etnische zuivering

In november 2023 had de RSF vier van de vijf hoofdsteden van de deelstaten in Darfur in handen. El Fasher, de hoofdstad van Noord-Darfur, was de enige die nog niet was ingenomen. Vanaf 2024 voerde de RSF systematisch aanvallen uit op de dorpen, steden en ontheemdenkampen rondom El Fasher, waarbij de bewoners het doelwit waren van geweld en plunderingen en de civiele infrastructuur werd platgebrand.

Veel getroffen gemeenschappen bestonden voornamelijk uit leden van de etnische groep Zaghawa. Tijdens aanvallen staken RSF-strijders huizen van burgers in brand lang nadat de bewoners waren gevlucht. Dit wijst erop dat het de bedoeling was om de gebieden onbewoonbaar te maken. Deze gang van zaken vertoonde gelijkenis met de etnische zuivering van het Zaghawa-volk in de regio rond El Fasher.

Geslagen met stokken

Yagoub*, een 17-jarige Zaghawa-jongen, bevond zich op de boerderij van zijn familie in de buurt van Abu Zerega, een stadje 35 km ten zuiden van El Fasher, toen de RSF in december 2024 een aanval uitvoerde. Hij probeerde te vluchten, maar werd gevangengenomen. Hij vertelde Amnesty International: “Ze bonden me vast en sloegen me met stokken en met de achterkant van een AK-47. Een van hen kwam op een kameel naar me toe en zei: ‘Dit is het kind van een falangay. Toen schoot hij me gewoon in mijn been.”

Yagoub loopt nu op krukken. Acht van zijn neven, onder wie vier jongens tussen de 11 en 17 jaar, kwamen bij dezelfde aanval om het leven.

Kunstmatige veroorzaakte hongersnood

Terwijl de bewoners uit de dorpen rond El Fasher met geweld werden verdreven, werd de stad van mei 2024 tot oktober 2025 belegerd. De RSF ten daarbij de aanvoer van voedsel en humanitaire hulp af en beschoot de stad bijna dagelijks. Er brak hongersnood uit, waardoor mensen gedwongen waren ambaz te eten, een bijproduct van de pindaolieproductie dat normaal gesproken als veevoer wordt gebruikt. Alle burgers, maar vooral kinderen – bij wie ziekte en ondervoeding onomkeerbare gevolgen kunnen hebben – hadden zwaar te lijden onder deze kunstmatig veroorzaakte hongersnood.

Bevallen onder helse omstandigheden

Ook vrouwen die bevielen werden ernstig getroffen door de helse omstandigheden waaronder ze dat moesten doen: in snikhete ondergrondse schuilkelders, in ziekenhuizen die onder vuur lagen of terwijl ze op de vlucht waren voor het geweld. Omdat ze zelf onvoldoende voedsel konden krijgen, konden ze vaak niet genoeg melk produceren om hun pasgeboren baby’s te voeden. Bij gebrek aan veilige alternatieven moesten veel vrouwen toezien hoe hun baby’s stierven.

De inname van El Fasher

Op 26 oktober 2025 lanceerde de RSF zijn laatste offensief op El Fasher. Burgers die probeerden te vluchten, stuitten op een 57 kilometer lang netwerk van aarden wallen. Er volgde een bloedbad: honderden mensen werden geëxecuteerd en vele anderen werden gemarteld of gevangengezet.

Amnesty International interviewde 70 overlevenden. Bijna iedereen was getuige van executies, verkrachtingen, andere vormen van marteling of gijzelingen. Een 58-jarige vrouw schatte dat ze meer dan 1.000 lijken had gezien: „De mensen die waren neergeschoten, werden in [het gebied dat omsloten wordt door] de aarden wallen gegooid… [De RSF] zei dat ze [het gebied dat omsloten wordt door] de wallen met de lijken zouden vullen.”

Op deze kaart is het 57 kilometer lange stelsel van aarden wallen rond de stad El Fasher te zien. De blauwe vierkanten geven openingen in de wallen aan, waar de RSF-controleposten zijn gevestigd. De locatie van de massamoord onder leiding van 'Abu Lulu' is geel gemarkeerd.
Op deze kaart is het 57 kilometer lange stelsel van aarden wallen rond de stad El Fasher te zien. De blauwe vierkanten geven openingen in de wallen aan, waar de RSF-controleposten zijn gevestigd. De locatie van de massamoord onder leiding van ‘Abu Lulu’ is geel gemarkeerd.

Onder de slachtoffers bij de wallen bevonden zich veel kinderen. Taiseer*, een 68-jarige Zaghawa-vrouw die met haar vijf kleinkinderen op de vlucht was, zag hoe de RSF een 12-jarige jongen die met hen mee was, doodschoot.

Seksueel geweld

De RSF pleegde op grote schaal verkrachtingen en andere vormen van seksueel geweld. Amnesty International sprak met 26 slachtoffers van seksueel geweld, onder wie 20 vrouwelijke slachtoffers van verkrachting. Vier van hen waren jonger dan 18 jaar. De slachtoffers vertelden dat ze ernstig waren vernederd en mishandeld, wat blijvende lichamelijke en psychische schade had veroorzaakt.

Tasneem*, een 13-jarig Zaghawa-meisje, werd begin april 2025 door RSF-strijders ontvoerd uit haar dorp ten westen van El Fasher. Tasneem hoedde samen met haar vader het vee van de familie toen er RSF-strijders opdaagden. Tasneem zag hoe haar vader werd doodgeschoten, waarna ze werd ontvoerd en naar El Daein werd gebracht, op ongeveer 350 km afstand.

Ze vertelde Amnesty International: “[De eerste keer dat ik werd verkracht] waren het drie mensen. Ik had een blinddoek om. Ze hielden me vast en zeiden: dit overkomt jou omdat jouw jongens tegen ons hebben gevochten, de jongens van de falangayat.”

Honderden doden in detentiecentra

De RSF hield ook burgers onrechtmatig vast en gijzelden velen van hen om losgeld te eisen, vaak onder gruwelijke omstandigheden. Amnesty International interviewde tussen juli 2024 en januari 2026 45 mensen die onrechtmatig door de RSF waren vastgehouden, onder wie acht kinderen.

De omstandigheden in de detentiecentra waren wreed en vernederend. De ondervraagden, onder wie jongens van slechts 13 jaar oud, verklaarden dat ze tijdens hun gevangenschap door RSF-soldaten werden geslagen en verbaal mishandeld met racistische scheldwoorden. Ze kregen onvoldoende voedsel en water en werden vastgehouden in snikhete, overvolle ruimtes. Ziekten verspreidden zich: veel gedetineerden waren getuige van het overlijden van tientallen, soms honderden, mensen als gevolg van uitdroging of ziekte.

Honderden gewonden uit El Fasher in Darfur, Sudan, voornamelijk mannen, maar ook vrouwen en kinderen, zijn erin geslaagd om op eigen kracht Tawila in Soedan te bereiken (januari 2026). Ze raakten gewond door kogels, beschietingen of drone-aanvallen, hetzij in El Fasher, hetzij tijdens hun vlucht (januari 2026).
© Privéfoto
Honderden gewonden uit El Fasher in Darfur, Sudan, voornamelijk mannen, maar ook vrouwen en kinderen, zijn erin geslaagd om op eigen kracht Tawila in Soedan te bereiken (januari 2026). Ze raakten gewond door kogels, beschietingen of drone-aanvallen, hetzij in El Fasher, hetzij tijdens hun vlucht (januari 2026).

Jongens gedwongen om mee te vechten

Amnesty International stelde ook vast dat de RSF op grote schaal jongens rekruteerde en inzette. Ze waren of afkomstig uit bevriende Arabische etnische groepen, of ontvoerd uit niet-Arabische groepen tijdens aanvallen op dorpen en ontheemdenkampen. De jongens verrichtten verschillende taken voor de groep, waaronder vechten, inlichtingen verzamelen en vee hoeden.

Identiteit RSF-commandanten achterhaald

Amnesty International achterhaalde de identiteit van RSF-commandanten die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van het internationaal recht. Dat kon onder meer doordat leden van de RSF massaexecuties filmden en de video’s deelden. Amnesty International onderzocht en verifieerde19 video’s van een groot bloedbad in de buurt van de aarden wal, ongeveer 12 kilometer ten noordwesten van El Fasher. Op negen van deze video’s is te zien hoe RSF-commandant Al-Fateh Abdullah Idris, beter bekend als ‘Abu Lulu’, gevangenen in burgerkleding executeert.

Tot de RSF-commandanten in het detentiecentrum Mina al-Bari behoorden generaal-majoor Gedo Hamdan Ahmed Mohamed (‘Abu Shouk’), die deelnam aan martelingen, en luitenant-kolonel Abbas Khater Bakhit, die werd gezien terwijl hij opdracht gaf tot het martelen van gevangenen.

RSF-commandant Al-Fateh Abdullah Idris ('Abu Lulu')
RSF-commandant Al-Fateh Abdullah Idris (‘Abu Lulu’)
Generaal-majoor Gedo Hamdan Ahmed Mohamed (‘Abu Shouk’) van de RSF
Generaal-majoor Gedo Hamdan Ahmed Mohamed (‘Abu Shouk’) van de RSF

Wat moet er gebeuren?

Er moet onmiddellijk een landelijk staakt-het-vuren komen. Verder moet er een onafhankelijke en goed uitgeruste internationale troepenmacht naar Sudan worden gestuurd om burgers te beschermen tegen misdaden van alle partijen in het conflict. Zonder dringende maatregelen van de internationale gemeenschap zullen de aanvallen op burgers – en het enorme leed en trauma dat kinderen wordt aangedaan – onverminderd doorgaan.

Sudan kampt met de gevolgen van bezuinigingen op humanitaire hulp, waardoor de toch al rampzalige mensenrechtencrisis nog verder is verergerd. Alle internationale partners van Sudan moeten ervoor zorgen dat vluchtelingen en ontheemden voldoende hulp krijgen, met ook specifieke hulp voor kinderen. Tegen de in dit rapport genoemde commandanten moet een onderzoek worden ingesteld. Als er voldoende toelaatbaar bewijs is, moeten zij worden vervolgd.

Stoppen met wapenleveranties

Verder moeten alle landen onmiddellijk stoppen met het leveren van wapens en munitie aan alle partijen in het conflict in Sudan. Landen moeten vooral stoppen met de wapenleveranties aan de Verenigde Arabische Emiraten, totdat dit land zich aan het VN-embargo houdt. De VAE is de belangrijkste geldschieter van de RSF. De VN-Veiligheidsraad moet bovendien het bestaande wapenembargo tegen Darfur uitbreiden naar de rest van het land.

Meer lezen

Lees het uitgebreide Engelstalige nieuwsbericht met meer ooggetuigenverslagen.

*De namen in dit bericht zijn geanonimiseerd.

Laat dit niet gebeuren in stilte

Jouw bijdrage is onmisbaar om:

  • Bewijs vast te leggen van oorlogsmisdaden zoals seksueel geweld als wapen, zodat daders berecht kunnen worden.
  • De druk op regeringen te vergroten om de toevoer van wapens naar Sudan te stoppen.
  • Campagne te voeren zodat slachtoffers beter beschermd worden.

Dit formulier kan niet worden getoond vanwege de instellingen van je browser. Mogelijk staat javascript uit of zit je in Reader Mode.

Dit is het emailadres dat bij ons bekend is, weet je zeker dat je je email wilt wijzigen?

Meer over dit onderwerp