Kameroen
© AFP/Getty Images

Kameroen: volgende regering moet mensenrechtencrisis aanpakken

Na de presidentsverkiezingen die op 7 oktober plaatsvinden, moet de nieuwe regering van Kameroen snel een einde maken aan de mensenrechtencrisis in het land. Honderden burgers zijn dit jaar gedood en duizenden sloegen in eigen land op de vlucht als gevolg van het gewelddadig optreden van de veiligheidstroepen, Boko Haram en gewapende separatisten in de noordelijke en Engelstalige regio’s.

Mensen worden slachtoffer van tal van mensenrechtenschendingen, waaronder willekeurige detentie, marteling, gedwongen verdwijningen en buitengerechtelijke executies. Daders worden niet berecht. Verschillende politieke tegenstanders van de zittende president Paul Biya, die zich weer kandidaat heeft gesteld, zitten na verzonnen aanklachten gevangen, evenals Aboubacary Siddiki, de leider van een van de belangrijkste oppositiepartijen in Noord-Kameroen.

Gevaarlijke situatie in het noorden

Sinds het begin van dit jaar heeft Amnesty meer dan negentig gewelddadige incidenten in het noorden van het land geregistreerd waarbij Boko Haram betrokken was. Daarbij kwamen 123 mensen om het leven en werden privé- en openbare bezittingen vernield. In 2017 waren er 111 incidenten waarbij Boko Haram betrokken was met 201 burgerslachtoffers. Hoewel het aantal aanvallen afneemt, blijft de situatie in het noorden gevaarlijk. Daar leven ook meer dan 230.000 intern ontheemden en zo’n 98.000 Nigeriaanse vluchtelingen.

Buitengerechtelijke executies en gedwongen verdwijningen

In antwoord op de aanvallen van Boko Haram zijn veiligheidstroepen dorpen in het noorden binnengevallen, waar ze huizen vernielden, burgers doodden en duizenden verdachten willekeurig vastzetten, vaak op basis van weinig tot geen bewijs. Eerder al kon Amnesty de echtheid van videobeelden bevestigen waarop te zien is dat Kameroense soldaten ongewapende mannen doodschieten.

Engelstalige regio’s geplaagd door geweld

In de Engelstalige regio’s heeft Amnesty meer dan 360 gewelddadige incidenten vastgelegd sinds het begin van de crisis eind oktober 2016, wat meer dan 400 mensen het leven kostte. Meer dan 240.000 mensen ontvluchten het gebied en zo’n 25.000 zochten een heenkomen in Nigeria, waar ze dringend behoefte hebben aan humanitaire hulp.

Ook hier maken veiligheidstroepen zich schuldig aan mensenrechtenschendingen. Ook heeft de bevolking te lijden van geweld van gewapende separatistische groeperingen, zoals ontvoeringen en de vernieling van scholen, politiebureaus en militaire voertuigen.

‘Als het nieuwe landsbestuur een einde wil maken aan de straffeloosheid in noordelijke en Engelstalige regio’s, moet het garanderen dat leden van gewapende groeperingen, veiligheidstroepen en andere verdachten van mensenrechtenschendingen berecht worden en de slachtoffers compensatie ontvangen’, zegt Samira Daoud van Amnesty International.