© Amnesty International

Jemen, maak een einde aan mannelijke voogdijschap voor vrijgelaten vrouwen

Jemen, maak een einde aan mannelijke voogdijschap voor vrijgelaten vrouwen

De internationaal erkende overheid (IRG) van Jemen en de de facto Huthi-autoriteiten moeten een einde maken aan de verplichte mannelijke voogdijschap (‘mahram’) voor vrouwen. Vrouwelijke gevangenen die hun straffen uitgezeten hebben, worden vaak willekeurig langer vastgehouden omdat er geen mannelijke voogd is die hen kan begeleiden bij hun vrijlating.

Gevangenisautoriteiten in Jemen houden vrouwen die hun straffen hebben uitgezeten langer gevangen als er geen mannelijke voogd is die hen kan begeleiden als ze worden vrijgelaten. Ook worden vrouwen naar opvangcentra gestuurd als hun families weigeren hen te ontvangen na vrijlating. De voorwaarde voor een mannelijke voogd (‘mahram’) voor vrouwen die vrijgelaten worden uit de gevangenis is een gebruik dat al dateert van lang voor het gewapende conflict in het land begon in 2015.

‘Het is onacceptabel dat de autoriteiten in Jemen vrouwen nog steeds zien en behandelen als incomplete individuen, die door mannelijke voogden begeleid moeten worden in hun dagelijkse leven’, zegt Grazia Careccia van Amnesty International. ‘Deze gebruiken en tradities moeten evolueren, net als maatschappijen zelf, om ervoor te zorgen dat mensenrechten en waardigheid worden gerespecteerd.’

De gevangenisautoriteiten moeten vrouwen, en anderen, die nog vastzitten na het uitzitten van hun straffen, onmiddellijk vrijlaten, in overeenstemming met de strafwet van Jemen, de grondwet en internationale mensenrechtenverplichtingen. Ze moeten een einde maken aan deze onrechtmatige vrijheidsberoving en alle vormen van op gender gebaseerde discriminatie.

Amnesty International interviewde een vrouw die geen mannelijke voogd had om haar uit de gevangenis te begeleiden en in plaats daarvan naar een opvangcentrum in Ta’iz werd gestuurd.

‘Het is onmogelijk te vertrekken zonder een mannelijke voogd’

Een voormalige gevangenismedewerker die in de Sana’a-gevangenis werkte, legt uit hoe het systeem van mannelijke voogdijschap vrouwenrechten schendt.

‘Ze zeggen dat het onmogelijk is om zonder mannelijke voogd te vertrekken. Een vrouw wordt al vijf jaar vastgehouden nadat ze haar straf had uitgezeten, een andere werd twee maanden langer vastgehouden totdat haar zoon uit het buitenland over kwam om haar uit de gevangenis te begeleiden. Een andere vrouw werd aan haar vader overgeleverd na haar vrijlating in 2019, en werd een week erna door hem om het leven gebracht.’

Twee advocaten uit Jemen vertelden Amnesty International dat dit gebruik geen juridische basis heeft, maar slechts op sociale normen is gebaseerd.

Een advocaat zei: ‘De wet verbiedt het om mensen vast te houden na het uitzitten van hun gevangenisstraffen, ongeacht hun gender. We hebben de druk nodig van organisaties en activisten om een einde te maken aan dit gebruik.’

‘Ik kon nergens heen behalve naar het opvangcentrum’

‘Radiya’ zat haar gevangenisstraf in 2022 uit in de Ta’iz-gevangenis maar had geen mannelijke voogd om haar uit de gevangenis te begeleiden. Ze was van haar man gescheiden en haar familie had haar vanwege het sociale stigma verbannen. De gevangenisautoriteiten lieten haar niet vrij maar stuurden haar naar een opvangcentrum voor vrouwen.

In 2021 werd ‘Radiya’ door een buurman verkracht in haar huis, toen haar echtgenoot en drie kinderen weg waren. Ze werd door haar familie beschuldigd van overspel en bij de autoriteiten aangegeven. Ze werd voor overspel veroordeeld en moest een jaar de gevangenis in. Het behandelen van overspel als een misdrijf is een schending van de rechten van vrouwen op privacy.

‘Radiya’ zit al zeven maanden in het opvangcentrum. Ze volgt naaicursussen maar voelt zich er nog niet klaar voor om het opvangcentrum te verlaten of om werk te zoeken. Ze vertelde Amnesty International: ‘Ik werd gevangengezet omdat ik ben verkracht. Ik werd naar het opvangcentrum gestuurd omdat mijn man van me is gescheiden, en mijn familie me niet wilde terugnemen. Ik voel me onderdrukt en zeer verdrietig. Ik ben mijn kinderen en mijn man kwijtgeraakt en mijn familie heeft me verlaten. Ik ben depressief. Ik kon nergens anders heen dan naar het opvangcentrum. Ik hoop dat ik een nieuw leven kan opbouwen en werk kan vinden als ik deze opvanglocatie verlaat.’

De directeur van het opvangcentrum vertelde Amnesty International: ‘In 2020 begonnen we met dit opvangcentrum en we slaagden erin alle vrouwen hier te brengen die hun straffen hadden uitgezeten. Het kantoor van de openbare aanklager hielp daarbij. Er waren 23 vrouwen toen.’

‘Deze vrouwen moeten worden ondersteund en worden gerehabiliteerd om weer in de maatschappij te integreren. We doen dit omdat de maatschappij vrouwen afkeurt nadat ze in de gevangenis hebben gezeten.’

In het opvangcentrum Ta’iz zitten momenteel zeven vrouwen die zijn vrijgelaten uit de gevangenis, in de opvanglocatie in Aden zijn er twee, in Sana’a drie.

In de opvanglocaties volgen de vrouwen een rehabilitatie-programma. Sommige vrouwen trouwen en verlaten het opvangcentrum, anderen blijven totdat ze een baan vinden. In sommige gevallen helpt het centrum met het herenigen van de vrouwen met hun families zodat ze naar huis kunnen gaan.

‘Het mannelijke voogdijsysteem is een vorm van sociale controle over de levens en vrijheid van vrouwen en moet door dit soort gebruiken niet worden gelegitimeerd. De autoriteiten moeten een einde maken aan de discriminatie van vrouwen door het mannelijke voogdijschap in de wet en praktijk af te schaffen, ook als dit bestaande sociale normen en waarden uitdaagt. Ze moeten opvangcentra openen voor vrouwen die risico lopen, maar er ook voor zorgen dat geen enkele vrouw gedwongen wordt om daar te leven zonder haar toestemming.’