Janine Morna onderzocht mensenrechtenschendingen in Sudan
“Het was een van de zwaarste ervaringen uit mijn leven”, vertelt Amnesty’s Janine Morna over haar onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Sudan. “Ik ben wel wat gewend, maar de omvang van het leed in Sudan is echt van een andere orde.”
Onderzoek doen naar mensenrechtenschendingen is een van de pijlers van Amnesty’s aanpak. Het verzamelen van bewijs is essentieel om daders ter verantwoording te kunnen roepen. Sudan-onderzoeker Janine Morna was in Nederland om te vertellen hoe belangrijk het is dat Amnesty, de Nederlandse regering en de Nederlandse bevolking in actie komen om het geweld in Sudan te stoppen. Hier geeft ze antwoord op de vragen van Amnesty-supporters over haar werk en de situatie in Sudan.
Hun hele verhaal
Janine: “Het was niet ongebruikelijk om iemand te spreken die zelf gewond is geraakt, van wie de vader is vermist, de moeder is verkracht en de broer is doodgeschoten. De omvang van het geweld dat één mens had meegemaakt was overweldigend. Als we interviews planden, moesten we dan ook voor ieder persoon veel tijd reserveren. Want je wilt mensen hun hele verhaal laten vertellen.”
208-pagina’s tellend rapport
In juli dit jaar brachten Janine en haar collega’s het rapport City under siege, Children under fire. Rapid Support Forces’ crimes against humanity in North Darfur uit. Het beschrijft ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten. De schendingen vonden plaats tussen december 2024 en december 2025 in de stad El Fasher en de omliggende gebieden in Noord-Darfur.
Het rapport is voornamelijk gebaseerd op persoonlijke en telefonische interviews en op de analyse van documentair en videomateriaal en andere bronnen. In totaal interviewde Amnesty voor dit rapport 247 mensen. Het team maakte een onderzoeksreis naar Tsjaad, het buurland van Sudan. Daar interviewden ze Sudanezen die in vluchtelingenkampen verblijven.
Essentieel netwerk
Janine: “Het voorbereidende werk bestond uit het vinden van mensenrechtenverdedigers en ngo’s met wie we konden samenwerken. We hebben nu zo’n twaalf adviseurs ter plaatse. Die mensen hebben veel logistieke zaken voor ons uitgezocht, zodat wij daar ons onderzoek konden doen. In dat gebied zijn weinig hotels en andere voorzieningen. En het vinden van een geschikte interviewlocatie op een vluchtelingenkamp, waar je een beetje privacy hebt en mensen zich veilig voelen, is een uitdaging. Zonder ons netwerk zou het heel moeilijk geweest zijn om in dat gebied te werken, reizen en overnachten.”

Eindelijk luistert er iemand
Janine: “Een van de dingen waar we heel duidelijk over zijn wanneer we onderzoek doen, is dat we er niet zijn om directe hulp [zoals voedsel en mediactie] te bieden. Voor sommige mensen is dat heel frustrerend. Wat levert hun dat op? Maar in de Sudanese gemeenschap heerste het gevoel dat het niemand iets kan schelen wat er met hen gebeurt. Ik denk dat ze nu dachten: ‘Oké, misschien levert dit voor mij niet meteen iets concreets op, maar ik wil dat er een historisch verslag is van wat er is gebeurd, omdat zoveel van deze schendingen in stilte plaatsvonden en er geen internationale aandacht en bewustwording voor was.’ Dus mensen namen echt de tijd om ons zo gedetailleerd mogelijk te vertellen wat er is gebeurd. Eindelijk luisterde er iemand naar ze. En heel veel mensen vroegen of ze de opname van het interview mochten hebben.”
Kinderen zijn doelwit
De situatie voor kinderen in Sudan is schrijnend. Er heerst hongersnood, vrouwen kunnen geen borstvoeding meer geven. Er is een constante dreiging van geweld, kinderen worden gerekruteerd als soldaten, ontvoerd, verkracht of ingezet om anderen te rekruteren. Ze verliezen familieleden en vrienden en raken ernstig gewond en getraumatiseerd. De kinderen die de vluchtelingenkampen in Tsjaad wisten te bereiken, hebben vreselijke dingen meegemaakt. Het onderzoeksteam interviewde 39 kinderen.
Het interviewen van kinderen
Janine: “We interviewden meestal oudere kinderen, vanaf 14 jaar. Wanneer een volwassene iets aan een kind vraagt, kan het kind het idee hebben dat ze het moeten doen. Dus we legden heel duidelijk uit dat ze niks moesten, maar dat ze hun verhaal aan ons mogen vertellen. Ook gaven we aan dat ze het interview op elk moment mogen pauzeren of stoppen. Bij sommige interviews, met name die over seksueel geweld, bieden we aan dat ze het interview samen met een vriend of verzorger mogen doen als ze daar steun aan hebben. Als ik het gevoel heb dat iemand nog niet klaar is om over de ervaring te praten of begint en aarzelt, stop ik het gesprek en bespreek ik of ze willen doorgaan. Het is tijdens een ander onderzoek wel eens voorgekomen dat we interviews hebben afgebroken, maar in dit specifieke onderzoek kwam iedereen met een oprecht verlangen om met ons te praten; dat gold ook voor de kinderen.”

Werken voor Amnesty
Janine: “Onderzoeksprojecten vereisen veel middelen en tijd. In het afgelopen decennium is er enorm bezuinigd op de financiering van humanitaire organisaties. Er zijn daardoor nog maar weinig organisaties die de capaciteit hebben om ter plaatse [bijvoorbeeld in Sudan] te zijn en die de middelen hebben om projecten tot een goed einde te brengen. Omdat Amnesty zo’n grote beweging is, kunnen we met een ongelooflijk krachtige stem spreken. Dat zie je alleen al aan het feit dat we nu in tien verschillende landen het onderzoek onder de aandacht kunnen brengen bij de media en de politiek. Dat laat zien dat we echt impact kunnen maken. Wij zijn een van de weinige organisaties die dit werk nog kunnen doen.”
Gemeenschapsgevoel
Janine: “De infrastructuur voor hulp is in Sudan zeer beperkt. Wat mij nog hoop geeft is de geweldige Sudanese gemeenschap. Ik heb in verschillende conflictgebieden gewerkt en kan zeggen dat de manier waarop de Sudanese gemeenschap elkaar ondersteunt echt uniek is. Er worden keukens opgezet om ervoor te zorgen dat mensen dagelijks te eten krijgen. Als we mensen interviewden namen we altijd wat te eten mee. Vaak hadden onze geïnterviewden al dagen nauwelijks gegeten, maar als we het eten neerzetten raakten ze het niet aan totdat iedereen in de kamer de kans had gehad om iets te eten. Er schuilt heel veel kracht in de manier waarop ze elkaar helpen. Ook al kunnen hulpverleners niet altijd ter plaatse zijn, er is een burgermaatschappij die heel erg haar best doet om in de behoeften van de mensen te voorzien.”
Impact van het werk
Janine: “Ik heb het gevoel dat het tij aan het keren is voor Sudan. Hoe meer informatie we naar buiten brengen, hoe meer we regeringen eraan blijven herinneren dat we toekijken. Hoe meer druk we uitoefenen, hoe beter. Er zijn al enkele positieve resultaten geboekt sinds het verschijnen van ons rapport. We hebben gezien dat de Europese Unie in ieder geval enkele van onze aanbevelingen wil overnemen. We hebben ook gezien dat de Amerikaanse regering een nieuwe sanctieresolutie heeft ingediend die zo door een ngo (niet-gouvernementele organisatie) geschreven had kunnen zijn. Daarin stonden allerlei zaken die we graag zouden zien: bijvoorbeeld uitbreiding van het wapenembargo naar heel Sudan en het straffen van daders van seksueel geweld. Het is niet duidelijk of het erdoor komt, maar dit is een goede stap. En we beginnen een klein beetje ruimte te zien voor een daadwerkelijke erkenning dat er een soort beschermende aanwezigheid, zoals een vredesmacht, nodig is. Het zal, denk ik, tijd kosten om sommige van onze grotere aanbevelingen te realiseren. Maar het rapport is echt goed ontvangen, er is veel media-aandacht voor. Het feit dat de informatie bekend is, dat er bewustzijn is, dat is al een groot deel van wat dit rapport beoogde: ervoor zorgen dat dit onderwerp op de kaart kwam te staan.”

Volgende stappen
Janine: “Dit is nu ongeveer de derde maand dat we in nauwe samenwerking met regionale en nationale Amnesty-secties het rapport onder de aandacht brengen bij overheden en media. We zijn al in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, een aantal Afrikaanse landen, de Afrikaanse Unie, Brussel, de Europese Unie en nog een paar andere plekken geweest. Sudan is een prioriteitsland voor Amnesty. Dus ik ga door met mijn werk voor Sudan. We willen ons richten op de zaken waarvan we denken dat ze het tij nog meer kunnen keren. Zoals de economische factoren die het conflict in stand houden. Een ander belangrijk punt is het identificeren van daders van misdrijven. Dat is essentieel om ervoor te zorgen dat de verantwoordingsplicht niet wordt verwaarloosd.”
Wat kun jij doen
Janine: “Ten eerste kunnen mensen de petitie van Amnesty ondertekenen. Roep de regering op om enkele van de economische aanstichters van dit conflict aan de kaak te stellen. Spoor ze aan om er met name bij de Verenigde Arabische Emiraten op aan te dringen dat het land stopt met het leveren van wapens. We moeten hier heel uitgesproken over zijn en echt druk op de regering uitoefenen. Laat de regering weten dat dit een belangrijke kwestie is en dat ze grotere en ingrijpendere maatregelen moeten nemen. Nederland heeft meer gedaan dan veel andere landen. Maar ik denk dat, om die inzet vol te houden, publieke aandacht nodig is om ervoor te zorgen dat dit een prioriteit blijft.”
Roep op tot de bescherming van burgers in Sudan
De Nederlandse regering moet alles doen wat ze kan om de situatie in Sudan te verbeteren.