De Revolutionaire Garde van Iran maakte op 22 februari 2021 onrechtmatig gebruik van dodelijk geweld tegen ongewapende brandstofverkopers.
© Privé foto

Iran, doe onafhankelijk onderzoek naar het onrechtmatig doden van brandstofverkopers

Iran, doe onafhankelijk onderzoek naar het onrechtmatig doden van brandstofverkopers

De Revolutionaire Garde van Iran maakte op 22 februari 2021 in de buurt van de stad Saravan onrechtmatig gebruik van dodelijk geweld tegen ongewapende brandstofverkopers. Daarmee schond de Garde het absolute verbod op het ontnemen van iemands  leven dat volgens internationaal recht geldt.

De Revolutionaire Garde schoot met scherp op een groep ongewapende brandstofverkopers uit de arme Balochi-minderheid. Dat blijkt uit verslagen van ooggetuigen en familieleden van slachtoffers en videobeelden die geverifieerd zijn door Amnesty’s Crisis Evidence Lab. Daarbij werden zeker tien mensen gedood, onder wie een 17-jarige jongen, en raakten anderen gewond. De autoriteiten hebben het precieze aantal slachtoffers niet bekend gemaakt.

Mensenlevens geminacht

‘Door het vuur te openen op een groep ongewapende mensen, gaven Iraanse veiligheidstroepen er blijk van het menselijk leven te minachten. Er moet dringend een onafhankelijk strafrechtelijk onderzoek komen naar deze onwettige moorden, in overeenstemming met het internationaal recht en de internationale normen’, zegt Diana Eltahawy van Amnesty International. ‘Iedereen van wie betrokkenheid hierbij bewezen kan worden, moet in een eerlijk proces berecht worden zonder dat de doodstraf wordt opgelegd.’

Gardisten niet ernstig bedreigd

In een interview op 23 februari zei de plaatsvervangend gouverneur van de provincie Sistan en Balochistan, Mohamad Hadi Marashi, dat de veiligheidstroepen ‘gedwongen werden om te schieten’ omdat de brandstofverkopers hun ‘eer’ in gevaar brachten. ‘Ze probeerden de basis binnen te gaan, gooiden met stenen en pleegden andere “destructieve acties”.’ Hiermee wordt onbedoeld bevestigd dat het leven van de gardisten niet onmiddellijk bedreigd werd.

Volgens internationaal recht mogen vuurwapens alleen ter verdediging worden gebruikt als er een onmiddellijke dreiging is gedood te worden of ernstig gewond te raken. Opzettelijk dodelijk gebruik van vuurwapens is alleen gerechtvaardigd als dit strikt onvermijdelijk is om levens te beschermen.

Twijfels over onderzoek

Op 26 februari kondigde de militaire aanklager van de provincie Sistan en Balochistan aan dat er een strafzaak was geopend in verband met de ‘ongevallen die plaatsvonden’ op 22 februari. Dat gebeurde nadat er publieke verontwaardiging over het gebeurde was ontstaan. Vanwege het ontbreken van een onafhankelijke rechterlijke macht in Iran, waardoor straffeloosheid wijdverbreid is, maakt Amnesty zich ernstig zorgen of het onderzoek wel in overeenstemming is met het internationaal recht en de internationale normen.

Achtergrond

Op 20 februari blokkeerde de Revolutionaire Garde zonder een nadere verklaring een weg die naar de stad Saravan leidde met metalen kettingen. Hierdoor bleven tientallen brandstofverkopers, die regelmatig tussen Iran en Pakistan reizen om brandstof te verkopen, bij de Iraanse grens steken. Ze hadden slechts weinig voedsel en water.

Volgens getuigen, een familielid van twee slachtoffers en twee locale mensenrechtenverdedigers deblokkeerden de brandstofverkopers de weg op 22 februari na 48 uur onderhandelen en probeerden zij door te rijden. Hierop vuurden gardisten eerst waarschuwingsschoten af. Toen de brandstofverkopers doorreden, werden zij volgens getuigen beschoten.

Brandstofverkopers in de provincie Sistan en Balochistan leven over het algemeen in extreme armoede. Ze proberen hun brood te verdienen door brandstof te verkopen in grensdorpen in Pakistan. Sommigen hebben een officiële vergunning om brandstof te vervoeren, maar de overgrote meerderheid doet dit op onrechtmatige wijze. Ze moeten regelmatig steekpenningen betalen aan ambtenaren van de Revolutionaire Garde die de grensovergangen controleren.

Elk jaar doden of verwonden Iraanse veiligheidstroepen tientallen brandstofverkopers omdat ze brandstof smokkelen. De Balochi-minderheid wordt in Iran ernstig gediscrimineerd als het gaat om toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid, adequate huisvesting en politieke functies.

 

Lees hier het uitgebreide Engelse nieuwsbericht.