Vernielde waterput in het Sjinjargeberte waar Yezidi het geweld van IS ontvluchtten, Irak

Irak: erfenis IS maakt platteland voor Yezidi onleefbaar

  • Tactiek van de verschroeide aarde ruïneert nog steeds boerengemeenschappen.
  • Sabotage van irrigatiebronnen en andere vernielingen staat gelijk aan oorlogsmisdrijven.
  • Enorme vernielingen weerhouden honderdduizenden door heel Irak ervan terug te keren naar landelijke gebieden.

 

Tijdens de wrede campagne tegen de Yezidi-minderheid in het noorden van Irak heeft Islamitische Staat oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid begaan. Doordat IS irrigatiekanalen en andere infrastructuur vernietigde, kunnen de Yezidi niet terugkeren naar hun grond om hun landbouw en veeteelt te hervatten.

Moedwillige vernielingen IS

Een jaar nadat de Iraakse regering de militaire overwinning op IS bekendmaakte, beschrijft het Amnesty-rapport Dead Land: Islamic State’s Deliberate Destruction of Iraq’s Farmland hoe de gewapende groepering boomgaarden verbrandde, veestapels en machines plunderde en landmijnen legde.

‘De schade in rurale gebieden is net zo groot als die in urbane gebieden, maar de gevolgen ervan worden over het hoofd gezien’, zegt Richard Pearshouse van Amnesty International. ‘Ons onderzoek wijst uit dat IS opzettelijk de bestaansmiddelen heeft verwoest van Yezidi en andere agrarische gemeenschappen rond het Sinjargebergte. Als gevolg daarvan kunnen honderdduizenden ontheemde boeren en hun families niet naar huis terugkeren omdat ze er geen bestaan meer hebben.’

Waterbronnen in droge gebieden vernield

Naast oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid, zoals moord, vervolging, verkrachting en slavernij, saboteerde IS ook waterputten. Er werd puin en olie in de bronnen gegooid, pompen werden vernietigd, evenals generatoren. Ook werden boomgaarden in as gelegd en vitale elektriciteitslijnen gestolen.

‘Je hebt niets om naar terug te keren’

Hadi ontvluchtte in 2014 zijn dorp in het Sinjargebergte en vertelde Amnesty wat hij bij terugkeer aantrof: ‘[Het was] pure vernieling. Ik had een bron – 220 meter diep – en een generator en een irrigatiesysteem. [IS] gooide puin in mijn put die daarmee tot de rand werd gevuld. Mijn bomen werden omgehakt. Het irrigatiesysteem, van de pomp tot de pijpleidingen, werd gestolen. Ze deden dit om een boodschap te sturen: Je hebt niets om naar terug te keren, dus als je overleeft, denk dan maar niet aan teruggaan.’ Slechts de helft van de mensen die Sinjar ontvluchtten, is teruggekeerd.

Scherpe daling agrarische productie

Deskundigen vertelden Amnesty dat er geen twijfel over bestaat dat de vernielingen opzettelijk waren. Ze vonden op grote schaal plaats en hoewel er geen uitvoerige raming is gemaakt, schatten lokale functionarissen dat alleen al rond de stad Sinune 400 van de 450 irrigatieputten zijn uitgeschakeld.

Door het conflict met IS daalde de agrarische productie met 40 procent vergeleken met 2014. Voor de aanvallen van IS had tweederde van de boeren toegang tot irrigatiewater. Drie jaar later is dit nog maar 20 procent. Rond 75 procent van de veestapel ging verloren en in sommige gebieden zelfs 95 procent. ‘Zonder de dringende hulp van de regering zullen de gevolgen van de vernielingen nog jaren voelbaar zijn’, zegt Pearshouse.

Compensatie

In 2018 ontwikkelden de Iraakse autoriteiten een vijfjarenplan om de agrarische sector weer op de been te helpen. ‘De regering van Irak moet snel de financiële middelen vinden en de wederopbouw beginnen. Het is van vitaal belang dat irrigatiesystemen en andere rurale infrastructuur worden hersteld, zodat ontheemden kunnen terugkeren naar hun boerderijen’, zegt Pearshouse. ‘Bovendien hebben gedupeerden recht op compensatie en gerechtigheid. De regering moet garanderen dat overlevenden een schadevergoeding krijgen of, als dat niet mogelijk is, gecompenseerd worden.

Achtergrond

Vanaf augustus 2014 werden Yezidi en hun overwegend agrarische gemeenschappen door IS belaagd. Eerst dreef IS alle mannen en jongens bijeen die zich niet in de bergen van Sinjar hadden kunnen verschuilen. Vervolgens ontvoerden IS-strijders naar schatting 6.000 jonge vrouwen en kinderen en verkochten hen als slaaf in Irak en Syrië.

Lees meer over vernielingen van Yezidi-bezittingen door IS.