Belgische oproerpolitie door de straten van de Brusselse wijk Molenbeek, april 2016.
© Yves-Herman/ Reuters

EU: antiterrorisme-wetten hollen rechten uit

Vergaande nieuwe antiterrorisme-wetten brengen Europa in een gevaarlijke situatie van toenemende overheidscontrole en beperking van de vrijheid van burgers. Dit concludeert Amnesty International in een nieuw rapport.

Regeringen hebben de verantwoordelijkheid om burgers te beschermen tegen terroristische aanslagen. De afgelopen twee jaar heeft er in heel Europa een duidelijke verandering plaatsgevonden in de manier van denken: van het idee dat regeringen veiligheid moeten bieden zodat mensen kunnen genieten van hun rechten, naar het idee dat regeringen de rechten van mensen moeten beperken om veiligheid te bieden.

Aantasting van zwaarbevochten rechten

In de nasleep van een serie schokkende aanslagen van Parijs tot Berlijn, haasten regeringen zich om wetten aan te nemen die het doel hebben om terrorisme tegen te gaan. Maar de nieuwe wetten tasten de rechten aan die ons beschermen. In verschillende landen zijn maatregelen tegen terrorisme genomen die de rechtstaat uithollen, de uitvoerende macht vergaande macht geven, juridische controle uitkleden, de vrije meningsuiting beperken en burgers blootstellen aan ongecontroleerde surveillance door de regering. De gevolgen hiervan zijn vooral voor buitenlanders en etnische en religieuze minderheden ingrijpend.

Mensen kunnen nu vervolgd worden voor zaken die slechts heel in de verte verband houden met strafbare gedragingen. Regeringen willen individuen die nog geen strafbare feiten hebben gepleegd, aan kunnen pakken omdat ze als mogelijk veiligheidsrisico worden gezien. Daardoor werden mensen in hun bewegingsvrijheid en andere rechten beperkt: ze kregen een uitgaans- of reisverbod opgelegd of moesten een elektronische enkelband dragen zonder te zijn vervolgd of veroordeeld.

Ook in Nederland aantasting rechtstaat

Ook Nederland dreigt de mensenrechten te schenden met twee nieuwe antiterrorisme-wetsvoorstellen. Daardoor komen de bewegingsvrijheid, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op een eerlijke procesgang in het gedrang. De wetsontwerpen, waarover op 31 januari 2017 wordt gestemd in de Eerste Kamer, bevatten vage criteria en bieden onvoldoende rechtsbescherming. Dit kan leiden tot misbruik en willekeur.

Vluchtelingen en minderheden zijn doelwit

De nieuwe bevoegdheden treffen vooral migranten en vluchtelingen, mensenrechtenverdedigers, activisten en minderheden. Door profilering, vaak op basis van stereotyperingen, worden wetten waarin terrorisme vaag is gedefinieerd, misbruikt. Zo veroordeelde een Hongaarse rechtbank in november 2016 Ahmed H., een Syriër die op Cyprus woont, tot tien jaar gevangenisstraf vanwege een ‘terroristische daad’. Hij had stenen gegooid tijdens botsingen met de politie, wat hij toegaf. Beeldmateriaal liet ook zien dat hij had geprobeerd de menigte te kalmeren. Zijn vrouw Nadia: ‘Onze levens staan op z’n kop. Ik probeer moeder en vader tegelijk te zijn voor mijn dochters, maar het is erg zwaar. We missen Ahmed en maken ons zorgen om hem.’

Discriminerende maatregelen hebben een onevenredige en diepgaande invloed op moslims, buitenlanders en mensen van wie wordt aangenomen dat zij moslim of buitenlander zijn. Bovendien worden discriminerende handelingen van overheidsdiensten onder de noemer van nationale veiligheid ook steeds vaker als acceptabel gezien.

Leef internationale verplichtingen na

Het voortbestaan van een natie, van de sociale cohesie, van het functioneren van democratische instanties, van respect voor mensenrechten en van de rechtsstaat wordt niet fundamenteel bedreigd door de geïsoleerde acties van gewelddadige en criminele individuen en groepen. Hoezeer deze de instanties ook willen verwoesten. Die bedreiging is er alleen als regeringen en samenlevingen bereid zijn om hun eigen waarden op te geven bij het bestrijden van dat geweld. Het gevaar dreigt dat we samenlevingen creëren waarin vrijheid de uitzondering wordt en angst de regel is. Daarom roept Amnesty alle staten op zich te houden aan hun internationale verplichtingen op het gebied van mensenrechten.