De giftige erfenis van oliegigant Shell
Shell moet zich verantwoorden voor decennia van olievervuiling in Nigeria. Uit interne documenten van het bedrijf is gebleken dat regels zijn overtreden, de infrastructuur tekortschiet en de saneringskosten nog niet zijn geregeld. Wat zou kunnen betekenen dat de getroffen gemeenschappen in de Nigerdelta hiervoor op moeten draaien.
Dit blijkt uit het rapport Nigeria: Lifting the Lid van een coalitie van mensenrechten- en milieuorganisaties, waaronder Amnesty International. Het rapport is gebaseerd op een analyse van interne e-mails, presentaties en vertrouwelijke evaluaties van Shell. Deze zijn in gerechtelijke procedures in het Verenigd Koninkrijk openbaar gemaakt en brengen een mensenrechtenschandaal aan het licht dat veel omvangrijker is dan tot nu werd aangenomen. Shell presenteerde zijn activiteiten alsof deze in overeenstemming waren met internationale normen, maar de documenten spreken een andere taal: verdenkingen van het Nigeriaanse leger over Shells vermeende medeplichtigheid aan oliediefstal, vermoedelijk samenspel tussen Shell-medewerkers en aannemers, afwijken van veiligheidsnormen, chronisch negeren van bekende risico’s voor de staat van pijpleidingen, ontbrekende boorputgegevens, gebrekkige lekdetectie en slechte beoordelingen van olielekkages.
Lek als een mandje
Shell was zich bewust van de risico’s van verouderde en lekkende infrastructuur, waaronder een oude pijpleiding die intern werd omschreven als ‘zo lek als een mandje’, maar liet de olie toch stromen. Het bedrijf besloot later zijn activiteiten op het vasteland af te stoten in plaats van de enorme kosten van sanering en ontmanteling te dragen; intern werd alleen al de ontmanteling geschat op 9,6 miljard euro. In een andere interne presentatie werd vermeld dat 375 vierkante kilometer mangrovebos door vervuiling was aangetast.
Mensenrechten veronachtzaamd
“Shell heeft de vervuiling in de Nigerdelta lange tijd toegeschreven aan oliediefstal en sabotage”, zegt Isa Sanusi van Amnesty International. “Maar deze documenten weerleggen dat en roepen ernstige vragen op over wat Shell wist. Waarom kwam het bedrijf niet in actie? En probeerde het inderdaad de kosten van zijn giftige erfenis te ontlopen? Het schandaal draaide niet simpelweg om illegaal ‘aftappen’ of oliediefstal. Het echte schandaal is dat Shell winst nastreefde ten koste van de rechten van mensen. Shell was bereid verdere milieuschade in Nigeria te accepteren die elders niet zou zijn getolereerd. Het heeft dit jarenlang ontkend, maar dat wordt nu door zijn eigen documenten in twijfel getrokken.”
Oud nieuws
Het rapport is opgesteld door Amnesty International in samenwerking met The Corner House, Hawkmoth, het HEDA Resource Centre, het Kebetkache Women Development & Resource Centre, het Miideekor Environmental Development Initiative (MEDI), Recommon en Social Action. Voor de getroffen gemeenschappen bevestigen de bevindingen wat veel mensen al decennialang zeggen: olievervuiling bracht schade toe aan het water, de landbouwgrond, de visserij, de volksgezondheid en de bestaansmiddelen van mensen, terwijl bedrijven winst bleven maken en hun verantwoordelijkheid ontkenden.
Shell wist van milieuschade
Uit de documenten blijkt dat leidinggevenden van Shell toestonden dat illegale aftakkingen op de pijpleidingen bleven zitten, omdat het verwijderen ervan ‘aanzienlijke uitval van het systeem’ zou veroorzaken. Een tijdelijke onderbreking van de winstgevende oliestromen, met andere woorden. Een hoge manager bij Shell schreef in 2013 dat dit ertoe leidde dat het Nigeriaanse bedrijf dat verantwoordelijk was voor de beveiliging van de pijpleidingen, Shell ervan beschuldigde ‘medeplichtig’ te zijn aan oliediefstal ‘omdat we de aftappunten niet verwijderen’. In een presentatie van Shell uit dat jaar werd de vraag gesteld: ‘Voelen we ons er prettig bij als we doorgaan met produceren, terwijl we WETEN dat er verdere milieuschade ZAL ontstaan?’
In de Nigerdelta mocht het
Uit het rapport blijkt ook dat de Nigeriaanse dochteronderneming Shell Petroleum Development Company (SPDC) niet hoefde te voldoen aan belangrijke onderdelen van Shells wereldwijde gezondheids- en veiligheidsnormen. Zo kon de olie door de beschadigde pijpleidingen blijven stromen, zelfs wanneer dit volgens Shells eigen veiligheidsregels niet als veilig werd beschouwd. Een hoge Shell-functionaris leek te erkennen dat deze aanpak elders niet zou worden getolereerd. Uit interne documenten blijkt bovendien dat leidinggevenden bij Shell vermoedden dat medewerkers en aannemers mogelijk betrokken waren bij oliediefstal. In een e-mail werd gewaarschuwd: “We moeten ervan uitgaan dat de aftappers goed op de hoogte zijn van de planningsdata van SPDC.’
Groot achterstallig onderhoud
Intern onderzoek bracht bovendien ernstige tekortkomingen in Shells beheer van zijn pijpleidingen aan het licht, waaronder groot achterstallig onderhoud, zwakke toezichtssystemen en gebrekkige registratie van reparatieklemmen, die als permanente oplossing voor lekkende pijpleidingen dienden. Uit een technische evaluatie uit 2012 bleek ook dat bepaalde pijpleidingen van SPDC om de 15 jaar vervangen moesten worden, maar dat dit ‘niet werd nageleefd’ en dat er alleen ‘onderhoud na storingen’ werd uitgevoerd.
Shell schuift de schuld af
In een intern rapport uit 2014 aan de toenmalige CEO van Shell stond dat er ‘honderden’ SPDC-putten op het vasteland waren die ofwel ontbraken in het elektronische volgsysteem, of waarvan de toestand niet kon worden gecontroleerd. Shell startte later een ‘put-opsporingscampagne’, waarbij 750 achterstallige onderhoudstaken werden vastgesteld. Uit een rapport uit 2013 bleek ook dat de pijpleidingen van SPDC geen realtime monitoringsysteem hadden, ondanks het feit dat het snel opsporen van lekkages en het beperken van verontreiniging essentieel is voor het terugdringen van milieuvervuiling.
“Een gigant in de fossiele brandstoffenindustrie die de locatie en de staat van honderden boorputten en pijpleidingklemmen niet kon verifiëren en geen effectieve lekkagedetectie had, is niet geloofwaardig wanneer het zegt dat het de vervuiling onder controle had. Shell moet ophouden met het afschuiven van de schuld”, zegt dr. Emem Okon van het Kebetkache Women Development & Resource Centre, een Nigeriaanse organisatie die zich inzet voor vrouwenrechten en milieu.
Niet de juiste middelen
Shells claim dat oliediefstal de belangrijkste oorzaak van de vervuiling was, wordt ook onderuitgehaald door zijn eigen documenten. Daaruit blijkt dat de medewerkers niet over de juiste middelen beschikten om vast te stellen of lekkages het gevolg waren van corrosie of door toedoen van derden was veroorzaakt. Dit is van belang, want bedrijven zijn weliswaar verplicht om lekkages op te ruimen, maar volgens de Nigeriaanse wetgeving hebben getroffen gemeenschappen alleen recht op schadevergoeding wanneer lekkages het gevolg zijn van het falen van het bedrijf, en niet wanneer sabotage of diefstal de oorzaak zijn.
“Voor gemeenschappen die gerechtigheid zoeken, kunnen de gebrekkige beoordelingen van Shell van de olielekkages het verschil betekenen tussen schadevergoeding en niks”, zegt Celestine Akpobari van MEDI, een ngo die zich inzet voor milieuherstel en gerechtigheid.
Oproep Amnesty
Amnesty International en partnerorganisaties roepen de Nigeriaanse autoriteiten op om
- het toezicht op de olie-industrie grondig te herzien;
- toegankelijke rapportages over de staat van alle operationele en buiten gebruik gestelde infrastructuur verplicht te stellen;
- een ‘superfonds’ voor de sanering van de Nigerdelta op te richten.
“Shell is een van ’s werelds grootste particuliere bedrijven in fossiele brandstoffen. De documenten van het bedrijf zijn nu openbaar. De vraag is of regeringen hierdoor in actie komen,” zegt Isa Sanusi van Amnesty International. “Niet alleen hebben Nigerianen te lijden onder onaanvaardbare olievervuiling, maar ook onder extreme hitte, dodelijke overstromingen en andere extreme weersomstandigheden die verband houden met de opwarming van de aarde. Die is veroorzaakt door het gebruik van Shells belangrijkste product: fossiele brandstoffen.”
“Nigeria moet het toezicht op de olie-industrie grondig herzien, en de Britse en Nederlandse autoriteiten moeten onderzoeken of Shell aandeelhouders, toezichthouders en getroffen gemeenschappen heeft misleid. Shell moet ophouden zich te verschuilen achter afstoting van zijn activiteiten, de waarheid openbaar maken, de sanering en herstelmaatregelen financieren, en ervoor zorgen dat de getroffen gemeenschappen eindelijk gerechtigheid krijgen.”
Reactie Shell
Amnesty International stuurde op 3 juli 2026 een brief aan Shell om haar bevindingen met betrekking tot de openbaar gemaakte documenten te delen. In reactie op het rapport van Amnesty schreef Shell: ‘Wij herkennen ons niet in de manier waarop Shell in uw brief wordt gekarakteriseerd en afgeschilderd. Shell hecht veel waarde aan eerlijkheid, integriteit en respect voor mensen, en streeft ernaar op een ethische en transparante manier zaken te doen.’ Shell stelt dat de bevindingen geen recht doen aan de ‘uitdagende omstandigheden in de Nigerdelta destijds’. Shells volledige reactie is opgenomen in het rapport.
Een intern rapport dat in 2014 aan de toenmalige CEO van Shell werd gestuurd, schatte dat de ontmanteling van alle bestaande SPDC-infrastructuur tientallen jaren zou kunnen duren en 9,6 miljard euro zou kosten. Dat zou vandaag overeenkomen met 12,3 miljard euro en de saneringskosten waren er blijkbaar niet in meegenomen. In een andere interne presentatie over eerdere olielekkages werd vastgesteld dat 375 vierkante kilometer mangrovebos was aangetast en werd de vraag gesteld of Shell de ‘moed’ had om dit ‘probleem zonder einde’ aan te pakken. Shell verkocht SPDC in 2025 aan Renaissance Africa Energy, ondanks twijfels over de capaciteit van het nieuwe bedrijf, de beperkte openbare financiële informatie en de noodzaak van tot wel 1 miljard euro aan gedekte leningen van Shell om de overname te financieren. “De afstoting [van de activiteiten] door Shell mag geen ontsnappingsroute voor het bedrijf worden”, zegt directeur Isaac Osuoka van Social Action, een organisatie die opkomt voor milieurechtvaardigheid, gemeenschapsrechten en verantwoording in de Nigerdelta. “Na decennialang te hebben geprofiteerd van de olie in de Nigerdelta, mag Shell de risico’s van verouderde infrastructuur en historische vervuiling niet afwentelen op de lokale gemeenschappen, of op een koper waarvan de bedrijfscapaciteit ernstig wordt betwijfeld. Het bedrijf moet zijn eerlijke deel betalen, of het nu wel of geen ‘zin’ heeft in verantwoording afleggen.” Probleem zonder einde
Ontsnappingsroute