Een intern ontheemde vrouw met haar dochter in Chaman-e-Babrak in het noorden van de Afghaanse hoofdstad Kabul.
© Amnesty International

4 miljoen intern ontheemden in Afghanistan hebben dringend hulp nodig

4 miljoen intern ontheemden in Afghanistan hebben dringend hulp nodig

De Afghaanse overheid en de internationale gemeenschap moeten de 4 miljoen intern ontheemden in Afghanistan zo snel mogelijk te hulp schieten. De coronapandemie heeft hun situatie er alleen maar slechter op gemaakt.

Dat zegt Amnesty in het vandaag verschenen rapport “We survived the virus, but may not survive the hunger”: The impact of COVID-19 on Afghanistan’s internally displaced. Bekijk ook: “We survived the virus, but may not survive the hunger”: The impact of COVID-19 on Afghanistan’s internally displaced. De meeste intern ontheemden wonen in overvolle kampen, met onvoldoende toegang tot water, sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg, en kunnen zich daardoor slecht of helemaal niet beschermen tegen corona.

Het rapport gaat ook in op de desastreuze gevolgen van de pandemie op het levensonderhoud, vrouwenrechten en de voedselzekerheid in de vluchtelingenkampen, en beschrijft hoe de hulpinspanningen tekortschieten.

Onderdak, water en medische voorzieningen

Amnesty interviewde intern ontheemden in kampen in Kabul, Herat en Nangarhar, die elk onderdak bieden aan meer dan 1000 gezinnen. Er wonen soms wel tien personen in hutten die gemaakt zijn van leem, palen en plastic zeilen; de hutten hebben maar een of twee kamers. Het is daardoor onmogelijk om afstand tot elkaar te bewaren of in quarantaine te gaan.

De kampen voorzien niet in basisbehoeftes zoals toegang tot water en sanitaire voorzieningen, waardoor de intern ontheemden niet in staat zijn om de hygiënische maatregelen in acht te nemen die nodig zijn om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Er zijn daarnaast onvoldoende medische voorzieningen in de kampen, en de mensen met wie Amnesty heeft gesproken, zeiden dat ze ook geen persoonlijke beschermingsmiddelen hadden gekregen, zoals mondkapjes en desinfecterende gel.

Een 45-jarige vrouw in een kamp in Nangarhar zei: ‘De meeste gezinnen hadden verschijnselen van het coronavirus, maar konden zich niet laten testen. Er zijn minstens zeven mensen overleden van wie werd aangenomen dat ze corona hadden, maar het was onmogelijk om erachter te komen of het virus de doodsoorzaak was.’

Levensonderhoud en vrouwenrechten

De corona-maatregelen schrijven voor dat vrouwen niet mogen reizen zonder mannelijke begeleiding. Daardoor zijn vrouwen niet alleen voor voedsel en andere dagelijkse benodigdheden afhankelijk van mannen, maar ook voor transport naar zorgcentra. Door de pandemie lopen vrouwen ook meer gevaar op huiselijk geweld.

Intern ontheemden werken vooral als dagarbeider en de lockdownmaatregelen hebben de kansen op werk danig doen slinken. Daarnaast hebben de maatregelen er ook voor gezorgd dat voedsel flink duurder is geworden. Intern ontheemden vertelden Amnesty dat ze geen  voedselhulp hadden ontvangen of dat het volstrekt onvoldoende was om hen de crisis door te helpen.

Een intern ontheemde in Nangarhar zei: ‘We hebben geen werk, we hebben geen geld en we kunnen nergens wonen. Alles wat ik van de Afghaanse regering en internationale gemeenschap vraag, is dat ze ons helpen om terug te keren naar onze dorpen om ons leven weer op te bouwen, zodat we in waardigheid kunnen leven.’

Oproep Amnesty

Amnesty roept de Afghaanse regering en de internationale gemeenschap op om hun verplichtingen onder internationale wetgeving jegens intern ontheemden na te komen, en om geld en middelen vrij te maken om te zorgen voor goede onderkomens, voedsel, water, sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg.